Biënnale Venetie 2022

Vrouwelijk perspectief

Volgens de recensies was er dit jaar een ecofeministische editie van de Biennale: The milk of dreams. Voor het eerst waren meer dan de helft van de deelnemende kunstenaars vrouwen, dus veel ruimte voor het vrouwelijk perspectief. Zo’n zinnetje schrijf ik met reserve op, merk ik. Want wat is dat dan, het vrouwelijk perspectief? En kunnen we niet gewoon zorgen dat er altijd en overal sprake is van mannelijk én vrouwelijk perspectief?

De eerste uren dat ik ronddwaalde over het terrein van de Giardini was ik in mijn nopjes. Bijvoorbeeld met het Poolse paviljoen, waar de kunstenares Mirga-Tas alle muren van boven tot onder had bekleed met grote wandkleden. Geïnspireerd door haar Pools-Roma achtergrond maakte ze voor elke maand een kleed, en elk kleed bestaat uit drie randen: op de bovenste rand steeds een tafereel uit de migratiegeschiedenis van de Roma, op het middelste deel symbolen, zoals sterrenbeelden, en op de onderste rand de verschillende jaargetijden en scenes uit het leven van vrouwen: eten bereiden, de was ophangen, samen thee drinken, baren, ziek worden en sterven.

Dat is een vrouwelijk perspectief: afbeelden hoe vrouwen eeuwenlang leefden en nog leven.  En die afbeelding maken in een vrouwelijke vorm. Vertellend, uitgedrukt in stof. En wat een kleuren!

Een andere manier waarop de vrouwen ruimte kregen, was door kunstenaars te laten zien die ofwel te weinig erkenning hebben gekregen ofwel in de vergetelheid zijn geraakt. Zo was er in het Peggy Guggenheim museum een tentoonstelling genaamd Surrealism and Magic met werken uit de jaren twintig en dertig uit de vorige eeuw, de hoogtijdagen van het surrealisme. Peggy Guggenheim stond op goede voet met Max Ernst en Andre Breton, wiens pamflet manifest Manifesto of Surrealism de term vestigde. Uit de eigen collectie van het Guggenheim kwam werk van o.a. Leonora Carrington, schrijfster en schilderes, heel precies geschilderde surrealistische voorstellingen en een prachtig beeld:

Ook een schilderes uit die tijd, Remedios Varo maakte indruk met soms bijna etherische schilderijen die als onderwerp hadden de inspiratie, de verbinding van inspiratie en ambacht.

Verder was voor mij Louise Nevelson een ontdekking. Ze blijkt al in 1962 (60 jaar geleden dus) de VS te hebben vertegenwoordigd op de Biennale in Venetie. Zij heeft nu een solo tentoonstelling op een prestigieuze plek, namelijk in één van de kantoren aan het Dogenplein. Alleen al vanwege die plek een bezoek waard, maar de tentoonstelling zelf was voor mij een grote verrassing. Geboren in … maakte ze haar leven lang assemblages met hout. In het begin van haar ontwikkeling collages van restanten hout, maar gaandeweg werden de werken driedimensionaal en gebruikte ze kasten, stoelpoten, en andere typisch houten voorwerpen in grote opstapelingen. Steeds ook sloopte ze werken om het materiaal opnieuw te gebruiken. Gedurfd, origineel, en mooi.

Uiteindelijk was ik blij met deze extra aandacht voor vrouwelijke bijdragen, om twee redenen. Het is bevestigend en prettig om taferelen terug te zien uit de levens van vrouwen. En het is inspirerend om weer werk te zien en kennis te nemen van onafhankelijke creatieve vrouwen, die rolmodellen (hadden) kunnen zijn.

Inclusiviteit

Weer even terug naar de Giardini. Een absolute topervaring was het Amerikaanse paviljoen, ingericht door Simone Leigh. Aan de buitenkant is het paviljoen aangekleed als het clichébeeld van een traditionele Afrikaanse hut. Palmbladeren hangen van de dakrand af en middenvoor staat een groot, zwart, iconisch beeld.

Wanneer je het paviljoen betreedt kom je in een eenvoudige ruimte: een langwerpig bassin vult de zaal, met water donker en glanzend, net als het beeld dat er in staat. Het stelt een vrouw voor die in een voorovergebogen houding een kledingstuk wast op een steen in het water. Het is in al zijn eenvoud zo treffend: dit is wat vrouwen doen, en wat vrouwen altijd deden, wassen, groente schoonmaken, koken, opruimen, schoonmaken. En zwarte vrouwen deden en doen dat ook nog eens heel vaak in dienst van anderen. Hier staat zo’n vrouw. Versteend in een houding die wij alleen van vrouwen kennen. Opnieuw een beeld uit het alledaagse leven van vrouwen.

In de andere ruimtes van het paviljoen staan meer beelden van zwarte vrouwen, altijd met een autonome houding. Sovereignity heet de tentoonstelling. Soevereiniteit kan bestaan los van omstandigheden, leeftijd, huidskleur. Dat laat Leigh hier zien.

Als ik weer buiten over de grindpaden loop, begin ik erop te letten: hoeveel mensen van kleur zie ik hier eigenlijk? Die dag kwam ik één donker stel tegen. Ineens kwam die hele Biënnale, met alle pogingen om van de overheersende vertegenwoordiging van witte mannelijke kunstenaars af te komen, mij alsnog voor als een elitaire bubbel voor witte rijke mensen. Los van de werkelijkheid. Want weliswaar zijn er nu veel meer bijdragen van andere kunstenaars dan witte mannen te zien, maar waar zijn die zwarte kunstliefhebbers? Waar gaan zij heen?

Misschien naar de tentoonstelling van Kehinde Wiley, op het eilandje San Maggiore. In de VS is Kehinde Wiley een prestigieus kunstenaar, mede doordat Obama hem koos om bij zijn afscheid als president een levensgroot schilderij van hem te maken.

De tentoonstellingsruimte is halfdonker, op sokkels staan levensechte beelden van jonge zwarte mensen in liggende houding. Mijn eerste associatie was: zijn het slachtoffers van geweld? Ja, dat zijn het, maar het zijn ook beelden die voor het eerst zwarte mensen tonen in klassieke liggende poses.

Aan de muren hangen schilderijen met realistische afbeeldingen van jonge zwarte meisjes en jongens, vaak omringd door bloemen in vrolijke, bijna naïeve kleuren. Indrukwekkend.

Kunst en politiek, het Oekrainse paviljoen

In de verschillende recensies die ik vooraf had gelezen, werd het Oekraïense paviljoen vaak geroemd. Je kunt de kunst die hier is verzameld natuurlijk alleen maar bekijken met de agressieve inval van Rusland in je achterhoofd. Dat is een gegeven. Daardoor is ook het oordeel over de werken in eerste instantie welwillend. Tegelijk voelde ik daar ook weerstand tegen. Ik wil niet dat mij een boodschap wordt opgedrongen, dat ik word gemanipuleerd.

Wat indruk maakte, gewoon door de kracht van het werk, was een muur met fotoportretten van Russische moeders die een kind hebben verloren door de oorlogen in de Krim en in Oekraïne. Je probeert hun gezichtsuitdrukkingen te lezen: zijn ze gebroken van verdriet, trots op hun kind dat een offer voor het vaderland bracht, verhard?

Hiernaast een afbeelding van een foto die op een gigantisch doek is geprint en neergelegd is op een centraal plein in Kiev, met het doel de Russen te laten zien op wie zij de bommen werpen. Ook een simpele reportage uit Kiev over de veranderingen op straat sinds de inval van Rusland, kleine interviews met voorbijgangers, foto’s van de verlaten straten, maakte indruk.

Maar de bijdragen van de grote kunstenaars, zoals Damien Hirst en Murakami waren slordig en makkelijk gemaakt. En bij de manshoge afbeeldingen van vrienden van de kunstenares die de wapens hebben opgenomen vraag je je af: propaganda of kunst? Ik denk het eerste. En dat gold voor meer werk op deze plek. Politiek prima, maar het kunstwerk moet autonome zeggingskracht hebben.

Twee giganten: Kiefer en Dumas

De eerste keer dat ik werk van Anselm Kiefer zag, was in de jaren tachtig in het Hamburger Bahnhof, Berlijn. Daar stond in de centrale hal een rek met reusachtig grote loden boeken, die vermoeid tegen elkaar aanleunden: een archief, een plek om te bewaren, om niet te vergeten, de loodzware geschiedenis van na-oorlogs Duitsland. En dat is meteen het kernthema uit het werk van Kiefer.  Daarbij schuwt hij het grote gebaar niet.

Ook zijn installatie in het Dogenpaleis is imponerend. In de zaal waar normaal schilderijen hangen die de trots en glorie van Venetië uitbeelden (voornamelijk veldslagen en veroveringen), hangen nu wandbedekkende schilderijen, waarbij het woord schilderij ruim opgevat moet worden. Want in de verf haken overal uitgedroogde maisstengels, en voorwerpen zoals schoenen, uniformen, een ladder. De overwegende kleuren passen prachtig in de glorieuze kleuren van de zaal: goud, oranje, geel, zwart, grijs. Maar glorieus is het niet echt, wat hier wordt uitgedrukt, eerder apocalyptisch. Grauwe, uitgedroogde landschappen zijn het, waarin een rij uniformen het beeld oproept van een leger dat is verslagen. Aan éen kant is in het grijze landschap een ladder geplaatst, het zou kunnen duiden op een uitweg, een weg naar de hemel. Maar de schoenen die langs de ladder zijn opgehangen lopen naar beneden. Als je heel goed kijkt, zie je boven  aan beide hoeken van het schilderij een engelachtige gestalte aangeduid. Ik vraag me af of Kiefer hier nu echt mee bedoeld dat we de uitgemergelde aarde achter ons kunnen laten, inclusief de gebruikte uniformen, om vervolgens aan de hemelpoort te worden ontvangen door twee engelen?

Dumas heeft met een solo expositie in Palazzo Grassi alle ruimte. Ik kan eigenlijk alleen maar zeggen: ga dat zien! Al denk je het werk van Marlene Dumas goed te kennen, je zult toch weer onder de indruk raken van haar schilderijen. Het zijn voornamelijk mensen die ze afbeeldt in die bijzondere stijl van haar, waarbij de afbeeldingen iets toevalligs lijken te hebben, terwijl ze juist ongelooflijk goed de essentie weet te raken in haar portretten. Getuige bijvoorbeeld de serie Great men, van beroemde homo en bi mannen. Of de portretten van Bouazza, Pasolini en Wilde.

Kunst en omgeving

Eén van de fijne aspecten van Biënnale in Venetië is natuurlijk de interactie tussen kunst en omgeving. Dat geldt voor de Giardini, waar je zo prettig over de grindpaden tussen de paviljoens loopt, zodat je even op adem komt voordat je het volgende werk gaat zien; voor het Arsenale met zijn historie; en voor de palazzi waar je over krakende parketvloeren onder barokke kroonluchters door wandelt.

Helemaal aan het eind van het Arsenale, achterin bij het voormalige dok, word je, als je even wacht, in je eentje toegelaten tot een lege, vermoedelijk industriële ruimte, misschien is het een voormalig fabriekspand of een werkplaats; omdat er geen aanknopingspunten zijn, gaan je hersens aan het werk om een verhaal te maken. Als je verder loopt kom je ín een volgende zaal, maar nu staan er in ordelijke rijen tafels met naaimachines opgesteld. Op elke naaimachine staat een klos felgroen garen. Een illegaal naaiatelier dat is ontruimd? Is er iets gebeurd waardoor de mensen moesten vluchten?

Ik zal niet alles van de verrassing weggeven, maar probeer het te zien, jammer als je er net niet maar aan toe komt, omdat het op het laatste stuk is. De installatie is van Gian Maria Tosatti en heet History of Night and Destiny of Comets.

De Nederlandse bijdrage van Melanie Bonajo wordt getoond in een kleine kerk, de Santa Maria Misericordia, waar je liggend op kussens een film kunt zien over het plezier en belang van aanraken. Afwisselend zijn er mooie interviews met de individuele deelnemers aan de groepsknuffels/aanraaksessies. De moeite waard.

Voor Glasstress maken bekende en minder bekende kunstenaars werken in glas. Sinds de vorige editie van de Biennale is de tentoonstelling op Murano, in een voormalige glasblaaswerkplaats. De kunst was op een paar stukken na, niet heel bijzonder, maar de plek is indrukwekkend.  En als je zin hebt in een rustige, beetje toeristische dag, is het uitje naar Murano leuk. Wij zijn ook in het Glasmuseum geweest, waar een solo tentoonstelling van Tony Cragg is.

Het Conservatorium is ook een bijzondere plek om kunst te zien, vanwege de achtergrondgeluiden van de musici. Het galmt mooi over de binnenplaats: operazang, drums, blazers. Er is o.a. een prachtige video Claerbout te zien over een bosbrand.

En ik heb genoten van Personal Structures in Palazzo Mora, dat meer verdiepingen heeft dan je denkt en een leuke uitkijk over de Strada Nuovo geeft.

Ons dagprogramma

Dag 1  Het Oekraïense paviljoen en vlak daarbij Melanie Bonajo in de St. M. Misericordia. Toen met het bootje vanaf Ospedale naar Murano voor Glasstress en het Glasmuseum.

Dag 2  Guggenheim Magic en surrealism. Reserveren is aan te raden, wij moesten een uur in de rij staan. Daarna het Conservatorium. Daarna Palazzo Grassi voor Dumas.

Dag 3  Giardini  Niet over het hoofd zien: filmpjes van spelende kinderen van Alys in het Belgische paviljoen

Dag 4  Kiefer in het Dogenpaleis, Kehinde Wiley op San Giorgo, een kleine installatie Angels are listening, Kapoor in Palazzo Manfrin

Dag 5 Arsenale Niet over het hoofd zien: een merkwaardig melanholiek filmpje van Diego Marcon

Dag 6 Personal Structures Reflections. Op drie locaties, waarvan ik Palazzo Mora het meest interessant vond.  Louise Nevelson op het Dogenplein.

Kijk ook even op karenleest.wordpress.com  voor een toptien met mooie beschrijvingen door reisgenote Karen.