Daar doe je het voor

Beschermengel Juke Hudig

Terwijl ik vanmorgen onder de douche het warme water door mijn haren liet spoelen, dacht ik aan IC verpleegkundige Ellen uit Spijkerboor. Een oudere vrouw, die elke ochtend voor dag en dauw op de scooter uit de Zaanstreek naar het ziekenhuis reed. Niet zo praterig als de jongere collega’s, maar ze had wel altijd, als ze langs mijn bed kwam, een ijsblokje voor me. En ijsblokjes, daar deed ik, met mijn voortdurende dorst, een moord voor.

Lees verder

Helen (3)

En ineens is er iets veranderd. Is er een andere fase aangebroken.

Tot ongeveer een maand geleden gedroeg het verdriet om het verlies van R. zich als iets volstrekt autonooms. Over alles heen, buiten alles om, was het daar. Het overrompelde me, dompelde me onder, nam me helemaal over. Het ging zo snel dat een verband met gebeurtenissen, gedachten of gevoelens me ontging. Het was pure, wezenlijke smart. Ik zou op die momenten kunnen weeklagen, as over mijn hoofd willen strooien, me in het diepste zwart willen hullen. Geen verdriet om mijzelf of mijn lot. Geen woorden, gedachten, beelden van R., geen beelden van het allene leven dat voor mij lag, niets daarvan. Verdriet, dat ik alleen maar kon laten. En daarna schakelde ik weer over op handelen, op doen. Tussen het handelen en het verdriet lag niets, daar was het gapende gat van R.’s afwezigheid.

Lees verder

Helen (2)

Onlangs zag ik de documentaire Blijven ademen, over een jonge man en zijn herstel na een IC opname. Hij was me meteen sympathiek, met zijn glanzend zwarte haar en sprekende bruine ogen. Na een ernstige hersenvliesontsteking was hij in coma gebracht. In die periode had hij heldere, indringende beelden gezien. En nu hij fysiek weer was hersteld zocht hij de verbinding terug. Met zichzelf, de mensen om zich heen en het gewone leven.De documentaire kwam voor mij op een goed moment, het was precies twee jaar geleden dat ik zelf in coma was gebracht.

Lees verder

En verder

1.

Vandaag ben ik bij de pakken neer gaan zitten. Misschien kwam het door de meditatie die ik vanmorgen heb beluisterd. De tekst ingesproken door Edel Maex, de titel “Ben je er nog?”.  Altijd een goede vraag, die we elkaar en onszelf vaker zouden moeten stellen. Vooral degenen onder ons die veel in de eigen gedachtenwolken rondzwerven. Ja, ik ben er nog, of weer, en vind mezelf zittend bij de pakken.

In mijn coachingspraktijk sprak ik vaak mensen die in een pijnlijke overgangsfase zaten en gebruikte dan de metafoor van een trein die een groot station verlaat. Jij bevindt je in zo’n trein, die wordt heen en weer geschud als de wielen knarsend en krijsend over de wissels rijden naar alle richtingen die níet ingeslagen worden, totdat het juiste spoor is gevonden. Je kunt even niets anders doen dan dit verdragen en afwachten.

Ben ik er nog? En waar ben ik dan nog? Wat is er van mijn leven over gebleven? De behoefte aan  houvast, de boosheid, de rouw, druk ik onbedoeld naar de achtergrond, terwijl ik plichtsgetrouw voort worstel met asbestemming, notarisaktes, digitaal geklungel, het plannen en weer afzeggen van fijne uitjes en pogingen om verantwoord te eten en te bewegen.

En dan komt er het moment dat ik bij de pakken neerzit. Zonder er nog een centimeter aan te verplaatsen, zonder er een blik op te werpen. Want mijn ogen zijn gesloten en de tranen krijgen de vrije loop. En dan is er eindelijk de rust en de verzoening van het verdriet, de boosheid. Van het loslaten, van het laten zijn. En dan is het goed.

2.

In het park bij een kleine waterval. Ik ben verward. Ik heb geen houvast meer. Wie ben ik nu?

“Kijk eens naar het water,” zegt de ander. “Ja, ja,” zeg ik ongeduldig, “ik moet loslaten, meebewegen, ja hoor.” “Kijk nou eens echt,” zegt de ander. “Zie je de beweging van het water. Het verandert voortdurend. Net als het leven, net als wij. We veranderen, jij ook. Zeker als je net je partner bent verloren.”

3.

“Waar gaat dit allemaal over?” roep ik uit.

“Over hoe je verder wilt gaan met je leven.” zegt de ander.

O ja. Dat is het. Mijn leven. Dat ik twee keer bijna verloren ben. Maar dat er nog is. Dat ik, er flitst een beeld door me heen: voorzichtig als een kostbaar ei in mijn handen houd. En hoe ik daar verder mee wil.

Datagestuurd

foto in de Telegraaf van vandaag

Sinds een paar jaar gebruik ik de website Goodreads om bij te houden wat ik heb gelezen en kort te noteren wat ik van het boek vond. Dat is handig en je weet ook meteen hoeveel boeken je hebt gelezen. Tot ik ontdekte dat de boekenteller gewoon doortelt als het jaar om is, zodat je niet weet hoeveel je in een bepaald jaar leest. Iemand wees me erop dat je ook een “challenge” kunt doen, jezelf een doel stellen om een bepaalde hoeveelheid boeken te lezen in een jaar. Dan wordt wél per jaar bijgehouden hoeveel je leest. O.k. Ik heb nu voor 2025 een doel van 75 boeken ingesteld. En wat gebeurt er? Bij elk boek dat ik uit heb, krijg ik een melding of ik voorloop of achter ben ten opzichte van het gestelde doel. En nu betrap ik mezelf erop dat ik soms liever een dun boekje wil kiezen dan een dik, zodat ik niet ga achterlopen. Bizar natuurlijk. Ik hou van lezen. Maar nu ik het bijhoud op een website laat ik, als ik niet oppas, mijn boekenkeuze beïnvloeden door de cijfertjes. De omgekeerde wereld.

Lees verder

Job

Nadat ik de septische shock had overleefd en flink op weg was met revalideren en toen de diagnose darmkanker kreeg, heb ik me wel eens afgevraagd of ik iets had gedaan om de goden te vertoornen. Wilde het leven me een les leren? En zo ja, welke dan? En natuurlijk schoot me het verhaal van Job te binnen. De man aan wiens ongeluk een heel Bijbelboek is gewijd. Ik herinnerde me uit mijn gereformeerde verleden (bij ons thuis werd vroeger elke dag na het eten uit de Bijbel voorgelezen) dat Job na veel ellende op de mestvaalt eindigde, zijn lichaam overdekt met zweren. Een beeld dat diepe indruk op mijn kinderziel maakte. Vooral vanwege de combinatie van die woorden: zweren en mestvaalt. Wat deed hij daar? Moest hij niet naar de dokter? Moest hij geen werk zoeken? Nee, hij richtte zich tot God en weeklaagde over zijn lot. So far so good. Nu staat de Bijbel vol met verhalen waarin en waarvan mensen iets moeten leren, dus wat is de boodschap van het boek Job?

Via Google kwam ik uit op de Statenvertaling, uit 1886, met veel woorden als eeniegelijk, aangezicht en dezulke, die me verrassend bekend voor kwamen. Het deed me denken aan een prachtig beeld uit een boek van Jan Wolkers. Ik denk dat het Terug naar Oegstgeest is. De ik-persoon in die scene is een peuter, die vastgebonden zit in een kinderstoel. Voor hem ligt een reusachtige Bijbel en elke dag wordt er een bladzijde omgeslagen. Dat is het. Die vliesdunne dikbedrukte bladzijden, vol met de  beklemming én de betovering van de Bijbelverhalen. Geschreven in de tale Kanaäns.

Lees verder

Herstel (2)

Jaren geleden sprak ik wel eens een buurvrouw die door een val met haar hoofd op de stoeprand was gevallen en daarbij een schedelbasisfractuur had opgelopen. Ze was er door veranderd, zei ze. Haar geheugen liet haar in de steek. De neuroloog had de inhoud van haar hersenpan na de breuk, vergeleken met een omgevallen boekenkast. De boeken waren er nog, maar ze lagen allemaal door elkaar. En daardoor herinnerde ze zich soms dingen niet alleen slecht, maar wist ze ook niet goed meer wat voor iemand  ze vóór de val geweest was. Zo vertelde ze dat ze bij een bloemenkraam stond en een bos witte bloemen wilde hebben. Ze had geen idee hoe ze heetten. Tegelijk vroeg ze zich af: wist ik dat vroeger wél? Was ik iemand die veel van bloemen wist?  Dat is precies het huiveringwekkende van geheugenverlies, dat in sommige boeken en films flink geëxploiteerd wordt. Je weet niet meer wie je was en iedereen kan je van alles over jezelf wijs maken.

Lees verder

Lezen en schrijven

Ik ben een enorme fan van Simenon, de schrijver van 75 detectiveromans en 28 novelles over Maigret. En nee, nu niet meteen afhaken, alsjeblieft! Hij heeft ook 136 psychologische romans  en honderden andere verhalen en novelles geschreven die niet om een misdaadplot draaien, maar waarin hij wel weergaloos de hartstochten en verlangens van mensen weet te vangen. Gevoelens die hen vaak in ernstige problemen brengen. Het loopt namelijk nooit goed af. In een paar zinnen zet hij een situatie neer: een rijke boerenweduwe, die de losse arbeider die bij haar aan klopt om werk goed kan gebruiken; de Poolse illegaal die in het nachtelijk Parijs zijn kostje bij elkaar scharrelt en steeds verder in de problemen raakt; Simenon schetst de verschillende sociale milieus net zo makkelijk als de verschillende omgevingen of weersomstandigheden, en in elk verhaal voel je de vaste hand van een verteller die weet wat hij wil zeggen. Het was dan ook een buitenkans om zijn Roman van de mens in handen te krijgen, want in deze beschouwing uit 1959 stelt hij zichzelf twee vragen: waarom schrijven schrijvers? En waarom lezen lezers?

Lees verder

Missen

Waar ik niet op had gerekend is hoe snel, na een overlijden, afstand ontstaat.

De ene dag is er de stilte, het bijna heilig ontzag, aan het sterfbed. De volgende dag is er het overleg met de uitvaartondernemer. De ene dag de intimiteit en het rauwe verdriet, de volgende dag het regelen van het afscheid. Welke locatie past bij hem, namens wie wordt de rouwkaart verstuurd, welke muziek is geschikt. Wie gaat er spreken? En intussen stapelen zich de gevoelens en verhalen van anderen tussen ons in. Gesprekken die soms aanvoelen als zalf voor mijn ziel, die mij met de anderen verbinden, maar jij bent de leegte tussen ons in.  

Lees verder

Ja Lieke, ik ook!

Op een andere planeet kunnen ze me redden is de titel van het laatste boek van Lieke Marsman. Lieke Marsman, 1990, is dichter, romanschrijver, filosoof, essayist en leeft in een lichaam dat al jarenlang wordt geteisterd door kanker. Na het lezen van het eerste hoofdstuk steken er al zeven roze stickertjes tussen de bladzijden, passend bij het prachtige zuurstokroze boekontwerp.

Ze beschrijft dat er zoveel meer is dan de ziekte zelf, waar je mee te maken krijgt, als het ernstig mis gaat. De ingewikkeldheid van de arts-patiënt relatie. Of wat het met je doet als je tijdelijk of op lange termijn geen perspectief hebt op terugkeer naar een zorgeloos leven. En daar doorheen toont ze steeds weer haar onverslaanbare levenslust en intellectuele nieuwsgierigheid. Ik werd opnieuw geraakt door de kracht van het woord. Hoe fijn, nee, hoe essentieel is het, dat mensen de meest uiteenlopende ervaringen onder woorden brengen en delen. Hoe behulpzaam en troostend is dat.

Lees verder