1.
Vandaag ben ik bij de pakken neer gaan zitten. Misschien kwam het door de meditatie die ik vanmorgen heb beluisterd. De tekst ingesproken door Edel Maex, de titel “Ben je er nog?”. Altijd een goede vraag, die we elkaar en onszelf vaker zouden moeten stellen. Vooral degenen onder ons die veel in de eigen gedachtenwolken rondzwerven. Ja, ik ben er nog, of weer, en vind mezelf zittend bij de pakken.
In mijn coachingspraktijk sprak ik vaak mensen die in een pijnlijke overgangsfase zaten en gebruikte dan de metafoor van een trein die een groot station verlaat. Jij bevindt je in zo’n trein, die wordt heen en weer geschud als de wielen knarsend en krijsend over de wissels rijden naar alle richtingen die níet ingeslagen worden, totdat het juiste spoor is gevonden. Je kunt even niets anders doen dan dit verdragen en afwachten.
Ben ik er nog? En waar ben ik dan nog? Wat is er van mijn leven over gebleven? De behoefte aan houvast, de boosheid, de rouw, druk ik onbedoeld naar de achtergrond, terwijl ik plichtsgetrouw voort worstel met asbestemming, notarisaktes, digitaal geklungel, het plannen en weer afzeggen van fijne uitjes en pogingen om verantwoord te eten en te bewegen.
En dan komt er het moment dat ik bij de pakken neerzit. Zonder er nog een centimeter aan te verplaatsen, zonder er een blik op te werpen. Want mijn ogen zijn gesloten en de tranen krijgen de vrije loop. En dan is er eindelijk de rust en de verzoening van het verdriet, de boosheid. Van het loslaten, van het laten zijn. En dan is het goed.
2.
In het park bij een kleine waterval. Ik ben verward. Ik heb geen houvast meer. Wie ben ik nu?
“Kijk eens naar het water,” zegt de ander. “Ja, ja,” zeg ik ongeduldig, “ik moet loslaten, meebewegen, ja hoor.” “Kijk nou eens echt,” zegt de ander. “Zie je de beweging van het water. Het verandert voortdurend. Net als het leven, net als wij. We veranderen, jij ook. Zeker als je net je partner bent verloren.”
3.
“Waar gaat dit allemaal over?” roep ik uit.
“Over hoe je verder wilt gaan met je leven.” zegt de ander.
O ja. Dat is het. Mijn leven. Dat ik twee keer bijna verloren ben. Maar dat er nog is. Dat ik, er flitst een beeld door me heen: voorzichtig als een kostbaar ei in mijn handen houd. En hoe ik daar verder mee wil.