Winnen en verliezen

Afbeelding Matisse bewerkt met AI

Winnen of verliezen

Hoe leren we te verliezen, in plaats van te winnen?
Die vraag stelt Martin Shaw in een interview met Frank Mulder, in De Groene van 10 september. Shaw is een Ierse verhalenverteller en mytholoog. Frank Mulder introduceert hem zo: “ik zou zeggen dat hij uit mythen, verhalen, sagen en legenden vooral een taal haalt die niet spreekt over zelfverbetering, succes en controle, maar over verlies, transformatie en onderdeel zijn van iets groters”.
In deze tijd, het is nu drie jaar geleden dat ik ernstig ziek werd en er een moeilijke periode in mijn leven begon, slaat zo’n verhaal direct bij me aan. Want ik realiseer me dat ik bezig ben zoveel mogelijk mijn oude leven te willen herwinnen en dat ik moeite moet doen om stil te staan bij wat er nú bij me past. Mag ik veranderd zijn? Kan ik mijn verlies nemen? En wat is dan mijn verlies?
Het voelt soms alsof er drie jaar is weggeknipt uit mijn leven. En ook al houd ik mezelf voor dat ziekte en verlies erbij hoort, dat dat ook leven is, neem ik daarmee éçht mijn verlies? Hoort het bij mij, zoals het is gegaan? Of is het een akelig intermezzo? Het voelt toch alsof je náást het leven staat, als je ziek bent, of rouwt.

Lees verder →

Een rustige oude dag

Ik zou iemand die met pensioen gaat niet gauw een rustige oude dag toewensen. En ik denk ook niet dat er nog veel mensen uitkijken naar een rustige oude dag. Dat verlangen hoort bij een leven van zwaar werk. Zakken kolen de trap op sjouwen, balen koffie uit een scheepsruim dragen of de was doen met wasketel en wringer. Nee, wij zijn pensionado’s, fit en vitaal, die de wereld rondreizen, uit op nieuwe ervaringen en zo het brein helder houden. We studeren, doen vrijwilligerswerk, passen op kleinkinderen, sporten en wandelen. Wij zijn zichtbaar in de wereld. Maar toch, overweeg het eens, een rustige oude dag, bij voorkeur één in de week.

Lees verder: Een rustige oude dag

Vandaag had ik zo’n dag. Na het oplossen van de dagelijkse taalpuzzeltjes in de NYT ging ik lekker aan de slag met mijn buitenplanten. Hier wat verse aarde bij, daar wat dood blad weg, uitgebloeide bloemen afplukken. Daarna een wandelingetje naar de Droppie (verzamelpunt voor plastic, blikjes etc) op het Van Limburg Stirumplein. Eigenlijk begint mijn enthousiasme voor het verzamelen van plastic wat te tanen. Je hebt helaas al snel een onmogelijk obstakel aan opgespaard plastic (groot, maar licht) dat niet in het keukenkastje past en in de gangkast in de weg staat. Maar, mijn beloning bleek om de hoek voor me klaar te liggen. Het boekenkastje stond er keurig bij, opgeruimd en schoon en daar lagen maar liefst twee cadeautjes voor me klaar. Een Simenon, die ik nog niet ken en een verhalenbundel van goede schrijvers, met als thema Venetië (waar ik onlangs was). Dank u wel, lieve gever!
Daarna scharrelde ik al mijmerend verder door de Van Limburg Stirumstraat waar ik in de etalage van een restaurant vier spitskolen zag shinen. Ik wees en knikte naar de bijbehorende kok en maakte een foto. Verder wandelend dwaalden mijn gedachten af naar de ervaring van het ouder worden. Langzaamaan begint het besef bij me door te dringen dat het leven echt eindig is. Om mij heen rafelt het sociale weefsel waar ik deel van ben langzaam uit elkaar. Iemand wordt dement en verhuist naar een verpleeghuis. Iemand sterft onverwachts. Iemand krijgt een herseninfarct, een tumor. Ook aan mijn vitaliteit gaat een eind komen. Maar hoe en wanneer is onzeker. Dát het gaat gebeuren, is éen van de weinige zekerheden die we wel hebben. En dat is geen fijn vooruitzicht.
Ik ga bij zoveel verpletterende realiteitszin toch maar even op een bankje zitten, inmiddels ben ik op de De Wittenkade aangeland. Langs de huizen zijn kleurrijke geveltuintjes ingericht. Steeds vaker zie ik extra groen op straat verschijnen, wat een blijmakende vooruitgang. Onder de brug rimpelt het zonlicht over het water. Alles is in beweging, altijd, peins ik verder. Je merkt het alleen niet steeds op. Het heeft iets beangstigends, dat alles voorbij gaat. Maar ook iets troostends. Want ook de nare dingen, waar je tegenop ziet, gaan voorbij. Je hoeft alleen maar steeds weer een nieuwe stap te zetten. En oog te houden voor schoonheid en vriendelijkheid, voeg ik daar nog aan toe. Dan komt het wel goed met de levenslust. Tot op hoge leeftijd, daar geloof ik stellig in. Maar voor mij is daar wel af en toe een rustige oude dag voor nodig. Zodat je om je heen kunt kijken en misschien iemand kunt ontmoeten voor een praatje. Zodat je kunt stilstaan bij wat je denkt en voelt. Dat wens ik jou ook toe: een rustige oude dag!

Lees verder →

Goed

Op de fiets, langs de Waddendijk op Terschelling. Waar ik zo vaak met R. gefietst heb en waar ik nu alleen reed. Daar kwam de vraag op die hij me regelmatig stelde: Voel je je goed?

En ik zei Ja. Ja, ik voel me goed, uit de grond van mijn hart.
Het is niet het goed als in: O, wat zit ik lekker te genieten!
En ook niet als in: fijn hè, dat we weer hier zijn!
Het was een veel dieper en completer gevoel. Een Goed dat uit vele dunne laagjes bestaat die samen bijdragen aan een geheel. Die laagjes, op dat moment, waren divers en verschillend van kleur en stemming.
-het plezier om weer op een E-bike te rijden, de zon over het Wad te zien, een frisse bries te voelen
-het verwachtingsvolle gevoel over de dagen die nog voor me lagen
-de leegte, het gemis van R., waardoor de ruimte om me heen ook leger, weidser leek
-een zeker gevoel van trots en tevredenheid, dat ik na alle gebeurtenissen, toch weer op deze plek ben gekomen
-de vrijheid ven even geen “moeten”, nergens heen te hoeven, de tijd aan mezelf te hebben
-de overgave aan het buitenzijn: omringd zijn door een landschap van grasdijken met lammetjes, waar de zon over het water schittert, en waar de meeuwen in de lucht boven me krijsen
-de pijn van het gat in mijn hart waar R. zat en dat tegelijk diep koesteren
-de vitaliteit van mijn lichaam ervaren, me sterk voelen
-het alleen-zijn, helemaal samenvallen met mezelf, me niet hoeven instellen op anderen, mijn invallen kunnen volgen
-maar ook het alleen zijn in mijn leven nu
-en uiteindelijk de verwondering over het feit dat ik er nog ben, ondanks alles, en dat ik hiér ben

Ja, ik voelde me goed. Geen goed dat tegenover slecht staat, maar een vorm van goed waarin ook het moeilijke opgenomen is. Een goed als: we geven het een acht. Een goed dat tot de bodem gaat.

Datagestuurd

foto in de Telegraaf van vandaag

Sinds een paar jaar gebruik ik de website Goodreads om bij te houden wat ik heb gelezen en kort te noteren wat ik van het boek vond. Dat is handig en je weet ook meteen hoeveel boeken je hebt gelezen. Tot ik ontdekte dat de boekenteller gewoon doortelt als het jaar om is, zodat je niet weet hoeveel je in een bepaald jaar leest. Iemand wees me erop dat je ook een “challenge” kunt doen, jezelf een doel stellen om een bepaalde hoeveelheid boeken te lezen in een jaar. Dan wordt wél per jaar bijgehouden hoeveel je leest. O.k. Ik heb nu voor 2025 een doel van 75 boeken ingesteld. En wat gebeurt er? Bij elk boek dat ik uit heb, krijg ik een melding of ik voorloop of achter ben ten opzichte van het gestelde doel. En nu betrap ik mezelf erop dat ik soms liever een dun boekje wil kiezen dan een dik, zodat ik niet ga achterlopen. Bizar natuurlijk. Ik hou van lezen. Maar nu ik het bijhoud op een website laat ik, als ik niet oppas, mijn boekenkeuze beïnvloeden door de cijfertjes. De omgekeerde wereld.

Lees verder →

Job

Nadat ik de septische shock had overleefd en flink op weg was met revalideren en toen de diagnose darmkanker kreeg, heb ik me wel eens afgevraagd of ik iets had gedaan om de goden te vertoornen. Wilde het leven me een les leren? En zo ja, welke dan? En natuurlijk schoot me het verhaal van Job te binnen. De man aan wiens ongeluk een heel Bijbelboek is gewijd. Ik herinnerde me uit mijn gereformeerde verleden (bij ons thuis werd vroeger elke dag na het eten uit de Bijbel voorgelezen) dat Job na veel ellende op de mestvaalt eindigde, zijn lichaam overdekt met zweren. Een beeld dat diepe indruk op mijn kinderziel maakte. Vooral vanwege de combinatie van die woorden: zweren en mestvaalt. Wat deed hij daar? Moest hij niet naar de dokter? Moest hij geen werk zoeken? Nee, hij richtte zich tot God en weeklaagde over zijn lot. So far so good. Nu staat de Bijbel vol met verhalen waarin en waarvan mensen iets moeten leren, dus wat is de boodschap van het boek Job?

Via Google kwam ik uit op de Statenvertaling, uit 1886, met veel woorden als eeniegelijk, aangezicht en dezulke, die me verrassend bekend voor kwamen. Het deed me denken aan een prachtig beeld uit een boek van Jan Wolkers. Ik denk dat het Terug naar Oegstgeest is. De ik-persoon in die scene is een peuter, die vastgebonden zit in een kinderstoel. Voor hem ligt een reusachtige Bijbel en elke dag wordt er een bladzijde omgeslagen. Dat is het. Die vliesdunne dikbedrukte bladzijden, vol met de  beklemming én de betovering van de Bijbelverhalen. Geschreven in de tale Kanaäns.

Lees verder →

Ja Lieke, ik ook!

Op een andere planeet kunnen ze me redden is de titel van het laatste boek van Lieke Marsman. Lieke Marsman, 1990, is dichter, romanschrijver, filosoof, essayist en leeft in een lichaam dat al jarenlang wordt geteisterd door kanker. Na het lezen van het eerste hoofdstuk steken er al zeven roze stickertjes tussen de bladzijden, passend bij het prachtige zuurstokroze boekontwerp.

Ze beschrijft dat er zoveel meer is dan de ziekte zelf, waar je mee te maken krijgt, als het ernstig mis gaat. De ingewikkeldheid van de arts-patiënt relatie. Of wat het met je doet als je tijdelijk of op lange termijn geen perspectief hebt op terugkeer naar een zorgeloos leven. En daar doorheen toont ze steeds weer haar onverslaanbare levenslust en intellectuele nieuwsgierigheid. Ik werd opnieuw geraakt door de kracht van het woord. Hoe fijn, nee, hoe essentieel is het, dat mensen de meest uiteenlopende ervaringen onder woorden brengen en delen. Hoe behulpzaam en troostend is dat.

Lees verder →

(Doem) denken

Stel, je koopt een nieuwe broek en de verkoopster vraagt bij de kassa: ‘Mag ik even uw telefoon om in uw contacten te kijken? En mag ik dan ook even in uw fotogalerij neuzen? Dan kan ik u namelijk deze broek beter verkopen.’

Ik kan me moeilijk voorstellen dat je dan zegt ja hoor, hier is mijn telefoon. Je zou je wenkbrauwen optrekken en je afvragen of de verkoopster gek geworden is. Maar dit gebeurt natuurlijk aan de lopende band als je online iets koopt en de cookies niet weigert. Dan geef je toegang tot de gegevens op je telefoon én tot de daaraan gekoppelde apparaten, zoals laptop en IPad. En het word je toch wel een beetje lastig gemaakt om te weigeren. Elke keer als je een website bezoekt moet je opnieuw cookies weigeren. En bij de ene site gaat dat sneller dan bij de andere. En als je snel even iets wilt op zoeken, of een kaartje voor de film wilt kopen, is het veel makkelijker om gewoon te accepteren. En dan geef je weer een museum of een bioscoopconcern toegang tot al je privédata. Waar is dat voor nodig, gewoon omdat je een boek wilt bestellen of een filmkaartje? Om onze service aan u te personaliseren, staat er dan bij. Zodat u geen reclames krijgt die niet bij u passen. Is dat mijn belang of dat van de verkoper? En waarom is er dan toegang nodig tot ál die gegevens?

Onlangs las ik Prophet song, van Paul Lynch. Een donker boek. Het gaat over de fictieve situatie dat er in Ierland een totalitaire, maar verder qua politieke kleur anonieme, regering aan de macht is. Met behulp van een noodwet trekt de regering de macht naar zich toe en begint de burgerrechten in te perken. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een vrouw, moeder van vier kinderen, wetenschapper en getrouwd met een vakbondsleider. Aan het begin van het boek komen twee mannen langs die haar man waarschuwen de aangekondigde staking van onderwijspersoneel af te blazen. Hij weigert dat, demonstreren is immers bij wet toegestaan, is zijn weerwoord. Maar tijdens de demonstratie verdwijnt hij en blijft onvindbaar. De normale wegen van het recht blijken afgesloten, advocaten krijgen geen toegang tot inforatie e worden zelf bedreigd. Op het werk worden langzaamaan mensen op cruciale functies vervangen door regeringsgezinden En zo zet een totale instorting in van alles waar veiligheid op gebaseerd is en die vooral blijkt af te hangen van een onafhankelijke overheid, rechtspraak en pers. Het gaat allemaal eigenlijk heel makkelijk.

Lees verder →

Verwerken

Julian Merrow-Smith: Black truffle and eggs

Je hebt veel te verwerken, zei iemand tegen me.

Ik heb me al eerder in mijn leven afgevraagd hoe je dat doet, iets verwerken. Het klinkt zo duidelijk, als iets dat je gewoon moet doen, met een begin en een eind. Je moet het “een plekje te geven”. Wat een onbenullige uitdrukking. Alsof je je ervaringen in een stuk stevig pakpapier stopt en dan op een plank legt. Een nieuwe plant, daar zoek je een plekje voor, maar een ingrijpende ervaring is geen afgerond geheel dat opgeborgen wordt. Ingrijpend, dat betekent dat de ervaring zijn tentakels heeft gestoken in lichaam, ziel en leven. Zoals dat gebeurt bij de dood van een geliefd persoon of bij een ingrijpende ziekte. Twee ingrijpende ziektes.

Lees verder →

Publiekstentoonstelling

American Gothic

Gisteren was ik voor het eerst sinds mijn ziekteperiode weer in het Concertgebouw. Kleine zaal, strijkkwartetten. Het was weer helemaal heerlijk. Het publiek, gemiddelde leeftijd tachtig plus, met veel mannen in te groot geworden colberts en vrouwen met orthopedisch schoeisel en verward haar. Het geroezemoes vooraf, het langzaam stilvallen van de zaal, de opkomst van de muzikanten, het applaus. Het aanstrijken van de violen. En dan het langzaam wegdwalen van de gedachten. ‘Hiermee voel ik me verbonden’, dacht ik.

Lees verder →

Contact

Met ver vooruitgestoken hand komt zij op mij toelopen: “Mevrouw de Jonge? Wat fijn om kennis te maken!” Het klinkt alsof ik een langverwachte gast op haar feestje ben. Ik grabbel onhandig mijn jas, tas, krant, stok, handschoenen en thee bij elkaar en volg haar. “U heeft nogal wat meegemaakt,“ zegt ze, terwijl ze op haar computerscherm tuurt. “Ja, ….” “En hoe gaat het nu met u?” “Wel goed eigenlijk…” “Mooi, uit het onderzoek blijkt ook dat het uitstekend met u gaat.”  “Betekent dat, dat ik kan stoppen met de medicijnen?” “Wat slikt u precies? In welke hoeveelheden?” ……… “O, maar dat is een snufje!” “Dus dan kan ik er wel mee stoppen?” “Nee, dat zou ik niet doen, maar wacht, ik ben even bezig, dit moet heel precies gebeuren, het gaat om medicijnen.”

Eenmaal buiten heb ik de pest in. Ik had willen weten of het écht goed gaat. Ik had willen vragen of ik die medicijnen nu écht moet blijven slikken. Maar waar ik vooral de pest over in heb, is dat de overdreven vriendelijkheid en de glimlach van de arts mij overdonderen en haaks staan op het feit dat ze geen contact maakt.

Lees verder →