Dingen

Bij het opruimen van de was  kwam ik het blauwe doekje tegen dat ik vorige week zo vaardig in de strijd gooide tegen de chaos van rondspattende bloeddruppels. Er ging een golfje gevoel door me heen, dat zich het beste laat beschrijven als een mengeling van vertrouwen, warmte en tederheid. Maar dan in het klein.  

Dingen zijn slechts dingen, maar het is soms alsof de gevoelens die we ervoor hebben, de waarde die we er aan hechten, niet van ons zijn, maar eigenschappen van de voorwerpen zelf. Het blauwe doekje is maar gewoon een werkdoekje, maar het voelt als bijzonder door mijn herinnering.

Het omgekeerde gebeurt ook, dat een voorwerp zijn betekenis verliest. Ik zie de huiskamer van mijn ouders voor me op het m oment dat de mannen van de kringloopwinkel binnen kwamen om alles op te halen wat wij niet wilden hebben of waar we geen nieuwe eigenaar voor hadden kunnen vinden. De kamer was ontzield. Al die dingen waar onze ouders hun leven mee hadden gedeeld zagen er zonder hun eigenaars doods en ontheemd uit. De oude in linnen gebonden boeken, de ebbenhouten olifantjes, de kristallen vaasjes, de theebusjesverzameling van mijn moeder, hun trouwbijbel, alles werd door twee handige kerels weg gedragen en ingeladen. Het was het moment waarop de voorwerpen hun betekenis verloren, zich onverschillig lieten wegpakken. Tot er in de kringloopwinkel iemand zou verschijnen die er wel wat in zag, in die olifantjes of die vaasjes ,en die bereid was om er opnieuw betekenis aan te hechten, voor wie ze opnieuw waarde zouden kunnen krijgen.

Een ander voorwerp waar ik in dit verband aan moet denken is de handtas van Inge. De tas van mijn goede vriendin Inge, die twee jaar geleden overleed door een verwoestende ziekte. ‘Wil je misschien iets van haar uitkiezen?’  had Jan, haar echtgenoot gevraagd. ‘Dan zou het een gebruiksvoorwerp moeten zijn’, bedacht ik. Iets gewoons, wat ze vaak in haar handen had, een pen bijvoorbeeld. We kwamen uit bij haar handtas. En die hangt nu al anderhalf jaar in een kast een herinnering aan Inge te zijn. Ik kan hem niet opnemen in mijn routine. Er zit teveel Inge aan die tas. En ik wil dat niet vervangen door een laagje Ineke.

Het blauwe dweiltje ligt intussen weer op haar stapeltje. Ik weet niet of ze nog wel eens gebruikt gaat worden voor een alledaags klusje.  

(een uitgebreider stuk over de voorwerpen om ons heen zal ik binnenkort plaatsen onder Essays)