
Ida Gerhard geeft in onderstaand gedicht een mooie beschrijving van een déjà vu en zette me aan het denken over de slijtage waar dat begrip aan onderhevig is.
Een Hollands onweer
Ik sta te schuilen onder het wagenkot;
het rommelt nog, maar is haast afgebuid.
De boer verschijnt, kijkt of het al wat wordt
en zet de emmers voor het melken uit.
‘Volk op het erf, ik hèb het er niet op’
lees ik uit het verzetten van zijn pet.
Roepend alvast ‘we hebben het gehad’
rep ik mij langs de plassen van het erf
en wring mij zijdelings door het knarsend hek
dat ik, gelijk geschreven staat, goed sluit.
Ik zie dit sedert welhaast dagelijks terug:
ik zou nog iedere grashalm kunnen tekenen.
Er is iets anders wat ik niet bevat.
Terwijl het was, wist ik met zekerheid:
‘Ik ken het al. Eigenlijk was het eerder.’
Ida Gerhard
Terwijl het was, wist ik met zekerheid: ‘Ik ken het al. Eigenlijk was het eerder.’ De dichteres beschrijft een moment van scherp bewustzijn dat samengaat met het gevoel dat iets al eerder is gebeurd, terwijl dat feitelijk niet zo is. Een déjà vu.
Soms wordt je overvallen door dat gevoel: dit ken ik, hier was ik al. Maar je was er nooit en je kunt die situatie niet kennen. Is je bewustzijn je vooruit gesneld in de nacht, toen je sliep en je brein construeerde wat je de volgende dag te wachten zou kunnen staan? Zijn het op zich herkenbare elementen, maar dan in een unieke combinatie, die zowel een sterk gevoel van herkenning oproept als het gevoel dat je op een nieuwe plek bent? Maar het doet zich voor als een intuïtief weten, een innerlijke zekerheid, meer dan als een herkenning van fysieke details. Misschien is het zelfs wel een ervaring van iets buiten onze werkelijkheid, zo’n déjà vu, iets dat ingaat tegen het idee van lineaire tijd.
De laatste jaren heeft het begrip jammer genoeg zijn betekenis verloren. Mensen spreken nu van een déjà vu als ze op een bijna verveelde manier constateren dat ze dit allemaal al eens hebben meegemaakt: Het was wel een déjà vu, dat feest, die voorstelling, die gebeurtenis.
Daarmee is het begrip totaal ontdaan van de geheimzinnige lading die het oorspronkelijk had. Jammer, want we hebben niet zoveel woorden die een ongrijpbare en onbegrijpelijke, maar wel gangbare ervaring benoemt. Een ervaring die iets metafysisch bevat en zich toch overduidelijk in het rijk van de gezonde geest bevindt.
De vraag die bij me opkomt is: nu het begrip déjà vu is uitgehold, verliezen we dan ook de ervaring van een déjà vu?
Het omgekeerde is makkelijker te benaderen: dat je iets gaat ervaren door een begrip te leren kennen. ik herinner me een fietstocht met een bioloog. Langs het pad groeide weelderig gras en daartussen bloeiden witte bloemetjes. Hij stapte af en wees: fluitenkruid, muur, blaassilene. Dovenetel, vogelmelk, herderstasje. Engelwortel, duizendblad, smeerwortel. En ik begon het te zien. De verschillen in blad, in hoogte van de stengel, in de vorm van de bloempjes. Die fietstocht bezorgde me letterlijk een eye opener. Door de woorden te kennen, begon ik te zien. Natuurlijk, zonder de namen te kennen had ik ook de verschillen kunnen waarnemen. Maar door de eigenschappen van de planten te koppelen aan hun namen kon ik mijn waarneming verruimen. Ik zag niet langer één categorie: witte bloempjes. Ik zag wikke, herderstasje, duizendblad.
Toen Freud zijn theorie ontvouwde over de structuur van de psyche en de dynamieken die daarbij horen, postuleerde hij het onderbewuste. Bestond het onderbewuste al, voordat hij het begrip introduceerde? Er was natuurlijk geestesleven, zelfreflectie, maar was er ook al het idee dat er geestelijk leven was waar we niet direct toegang toe kunnen hebben? Tegenwoordig is het idee dat zich van alles afspeelt in een deel van de geest waar geen bewustzijn is, volkomen gepopulariseerd.
Ik wil maar zeggen, als er een woord is gaan we iets zien. Maar ook, vanuit een theorie komt een nieuw begrip en het begrip creëert de ervaring, maakt de ervaring mogelijk. Zo maakbaar is onze (sociale) werkelijkheid.
En hoe zit het dan met het omgekeerde, als een twintigjarige nu iets meemaakt en voelt: dit heb ik al eens meegemaakt, maar dat kan helemaal niet, en hij kent het oorspronkelijke begrip déjà vu niet, zou hij dan, in het duister tastend, denken: ‘Is dit mijn onbewuste dat opspeelt? Ben ik de enige die dit heeft? ’