
Ja, de krant is een meneer en die meneer hoort in mijn leven. Daar ben ik wel achter na twee krantloze weken. Het was een ferm besluit om de papieren krant op te zeggen en het was een hartsbesluit om dat weer terug te draaien.
Het kwam allemaal omdat ik de stapel ongelezen krant niet meer kon aanzien en besefte dat ik er een contraproductieve krantenleesgewoonte op na houd: eerst neem ik de krant globaal door en lees hier en daar een artikel. De stukken die er echt toe doen, leg ik weg om te lezen als ik er echt tijd en aandacht voor heb. En daar gaat het mis. Want als ik die tijd niet neem, stapelen de interessante artikelen zich op. En die bevatten nu juist alles wat me echt interesseert. Dus die kan ik niet wegdoen.
Enfin, de enige manier om aan het gevoel te ontkomen dat ik een hoarder ben, was om de krant op te zeggen. Rigoureus, absoluut, maar afdoende. En dan zou ik eindelijk tijd hebben om eens rustig alle oude artikelen te lezen.

En zo nam ik een stapeltje kranten door en sorteerde ze. Wat me nog steeds interesseerde ging apart en wanneer ik de artikelen uitknip en niet de hele krant bewaar, scheelt dat een heel stuk. Al gauw raakte ik verdiept in een verslag over een idioot optreden van Trump en las ik de eerste berichten over Corona. Ongelooflijk, hoe vluchtig alles is, waar we ons zo druk over maken. Tenslotte legde ik de stukken die me écht interessant lijken weg, voor als ik even écht de tijd heb.
Na een week vroeg ik René om zíjn kranten mee te nemen. Want ik miste iets. Dat nauwelijks waarneembare gevoel, die verwachting, bij het openslaan van de nieuwe, ongekreukte pagina’s. Want dat is het fijne van een krant: er komen stukken voorbij over onderwerpen waar je niet naar op weg was, er wordt meer aangeboden dan je zoekt. Niet de wereld van het dagelijkse nieuws, maar die van het goede journalistieke spitwerk, de achtergrond analyses, de beschouwingen, de interviews, de nieuwste ruimtefoto’s van de James Webb telescoop, de boekbesprekingen..

Dat heeft de digitale krant ook allemaal, ik weet het. Maar het is niet tastbaar, ik kan er niks van uitknippen. Ik kan er niks van wegleggen, voor als ik er eens even écht tijd voor heb.