Koninklijk

Het was de bedoeling dat ik vandaag verder zou gaan met  Inspiratie (2) over James Baldwin, maar er kwam deze week zoveel koninklijks op mijn pad, dat ik even ben afgeleid.

Natuurlijk was er de kroning van prins Charles op 6 mei j.l. maar vervolgens ontvingen we ook nog vlak voordat wij naar Terschelling vertrokken, de mededeling dat ZKH Willem Alexander en HKH Maxima de dag voor onze aankomst in ons hotel zouden dineren. Wij kregen het aanbod om later in de week hetzelfde menu te bestellen. Onvermijdelijk dat de gedachten dan afdwalen naar koninklijke zaken.

Dus ik verdiepte me in het programma van het werkbezoek dat het koninklijk paar aan de Waddeneilanden zou afleggen. Het is een wonder dat deze mensen dag in, dag uit, met vriendelijke belangstelling elk Hollands fenomeen dat zij feestelijk geserveerd krijgen, tegemoet treden. Of het nu een schapenboerderij op Texel is of ouderenzorg op Vlieland, natuurbeheer in het Waddengebied, het tekort aan horecapersoneel op Ameland of de dodelijke ongelukken waarbij de KNRM op Terschelling moest assisteren, het wordt allemaal aan hen gepresenteerd.

Daar staat grenzeloze bewondering tegenover. Iedereen is geïmponeerd en vereerd, iedereen wil een glimp opvangen, iedereen praat over het bezoek of wil weten hoe het geweest is.

En ja, daar stonden zij al, gefilmd voor het NOS journaal, tussen de lammetjes van een schapenboerderij. W.A. droeg een lange lichte trenchcoat. Hij hield beide handen in zijn zakken en wapperde daarmee zijn jas op en neer, wat er nogal onkoninklijk uitzag, maar wellicht was bedoeld om de walm van schaap en mest weg te wuiven. Gelukkig mochten ze aan het eind van de eerste dag lekker gaan eten bij hotel Nap.  

Vergeleken met de macht en pracht die een paar dagen eerder bij de kroning van Charles werd uitgestald, is het Nederlandse koningshuis haast provinciaals te noemen. De bijna goddelijke status van de koning van Engeland werd onderstreept doordat hij verborgen voor het publieke oog een heilige zalving ontving en daarna de kroon op het hoofd gedrukt kreeg door de aartsbisschop van de Anglicaanse kerk. Ik zal niet ontkennen dat ik ondanks alle dikdoenerij ontroerd was. Die oude man in dat witte koorknapenhemd, die het ene na het andere voorwerp van macht aangereikt kreeg, met daarbij op rustige toon uitgesproken formules als: de armbanden van oprechtheid en wijsheid, de scepter van de spirituele wijsheid, het zwaard van rechtvaardigheid. En hoorde ik het goed dat de aartsbisschop zei dat dit zwaard de macht van de koning symboliseert om een eind te maken aan de ongelijkheid in de wereld? Ik vroeg me af wat Charles er zelf bij dacht.

Het koningschap op zich is ongelijkheid in optima forma, hoe kan ik ongelijkheid tenietdoen zonder mezelf van de troon te beroven?

of misschien:

Iedereen weet toch dat het bloed van mijn voorouders door mijn aderen vloeit, en dat zij op het pluche plakten ondanks al hun intriges, veldtochten, oorlogen, vermoorde echtgenotes en andere familieleden? Dit verwachten jullie toch niet echt van mij?

Als zelfs Willem Alexander een moment van dissociatie beleefde tijdens zijn kroning, en zich afvroeg: Wie ben ik dat ik deze immense taak mag vervullen? wat moet Charles dan wel gedacht hebben?

Maar misschien dacht Charles wel: Mijn familie heeft eenheid aan dit land gegeven, rijkdom en welvaart. Het is goed dat ik hier nu eindelijk ook eens zit.

Ja, dat zal hij wel gedacht hebben. En wat uiteindelijk het voornaamste is van deze poppenkast en wat je door de soft focus van de ontroering heen kunt zien, is het alom tegenwoordige verlangen dat wij hebben om in vrede, saamhorigheid en gerechtigheid met elkaar te leven, de gigantische behoefte van mensen om te geloven dat het goed zou kunnen komen met ons.