Inspiratie (2)

Woolf analyseert de ongelijke positie van mannen en vrouwen scherp en spottend, maar Baldwins woorden zijn gekweld, woedend. Het is  niet te verdragen, de onrechtvaardigheid, de vernedering, de uitzichtloosheid die hij ervaart als zwarte tiener in Harlem, New York, jaren dertig.

Hij schrijft daarover in Niet door water, maar door vuur. Het vooruitzicht om, net als veel leeftijdgenoten, in de klauwen van de drugsmaffia terecht te komen en als kleine crimineel in de goot te belanden, maakt hem wanhopig. Net zoals hij wanhopig is dat hij geen enkele kans maakt om te kunnen worden wat hij wil, en hij is zo bang voor de wraak van God vanwege zijn eerste seksuele escapades, dat hij op een dag helemaal buiten zichzelf raakt. Dit gebeurt tijdens een viering in de gospelkerk, en zijn emotionele ontlading, waarbij hij urenlang huilt en schreeuwt, eindigt ermee dat de kerkgangers hem zeggen dat hij gered is. Hij verwerft een aanstelling als aspirant-dominee en dat is een prachtige opmaat naar Baldwins schrijverschap: hij heeft zijn ruimte gevonden- in termen van Woolf- thuis heeft hij ineens recht op privacy omdat hij preken moet schrijven én hij is gered van de straat door bij de kerk te horen. Hij geniet van de impact van zijn woorden op de kerkgemeente: Niets van wat ik later heb meegemaakt, benadert zelfs maar de kracht en de heerlijkheid die ik soms voelde als ik, midden onder de preek, besefte dat ik op de een of andere manier, als door een wonder, werkelijk woord Gods bracht zoals ze dat noemen, en de gemeente en ik één waren. Zijn stijl ontwikkelt zich: hij verpakt zijn heldere inzichten en analyses in zintuiglijke taal, in een ritme van rusten en climax, getuige Niet door water maar door vuur.

Na drie jaar, hij is dan zeventien, verlaat hij dit paradijs; zijn geloof brokkelt steeds verder af. Niet eens zozeer zijn geloof in God, of in de waarden die het christelijk geloof uitdraagt, maar de hypocrisie binnen de kerk, het bedrog, de kloof die er is tussen wat er wordt gepreekt en hoe het er daadwerkelijk aan toegaat. En: God is wit, en staat aan de kant van de witte mensen, zo blijkt uit de geschiedenis: christelijk geloof en de kolonisatie gingen hand in hand, met Bijbelteksten werd de slavernij goedgepraat.

Veel later, begin jaren zestig, wordt Baldwin uitgenodigd om te komen dineren bij eerwaarde Elijah Muhammad. Muhammad is profeet en leider van de Nation of Islam (bekend van de Black Muslims). Baldwin is intussen een uitgesproken stem in het mensenrechtendebat in de VS, hij is o.a. bevriend met Martin Luther King en is regelmatig in de openbaarheid met zijn meningen over de afschaffing van de segregatie. Elijah Muhammad wil hem wel bij zijn beweging hebben. Volgens het geloof van de Black Muslims is God zwart, zwarte mensen behoren automatisch tot de islam en zijn uitverkoren. Aan de suprematie van de witte duivels zal spoedig tot een eind komen. 

Hij keerde zich naar me toe, begroette me met die weergaloze glimlach van hem en voerde me terug in de tijd, naar bijna vierentwintig jaar geleden, naar het moment waarop de voorgangster met een glimlach tegen me zei: ’En van wie ben jij de kleine jongen?’

(Vierentwintig jaar eerder had het hart van de kleine James geantwoord: ‘Van u, natuurlijk.’ En dat was zijn entree in de kerk geweest, waar hij een half jaar later zijn inzinking kreeg.)

Maar ik herkende het gevoel dat hij me gaf, dat ik me aangetrokken voelde tot zijn bijzondere autoriteit en dat zijn glimlach de belofte inhield dat hij de last van mijn leven van mijn schouders zou wegnemen. ‘ Take your burdens to the Lord and leave them there.’

Elijah Muhammad heeft charisma en Baldwin voelt de verleiding. Als Muhammad hem vraagt  ‘Wat bent u tegenwoordig?’  antwoordt Baldwin ‘Ik? Tegenwoordig? Niks.’ Dat was niet genoeg. ‘Ik ben schrijver. Ik doe dingen graag alleen.’

En daar zit voor mij de inspiratie. Ik bewonder zijn onstuimige autonomie. Natuurlijk is het verleidelijk om ergens bij te horen en het gevoel te hebben dat je het bij het rechte eind hebt. Met zijn allen. Ik vind het mooi en ook herkenbaar, en dat ligt vast aan mijn gereformeerde wortels, dat Baldwin daar niet voor kan kiezen. Het gaat niet alleen om de rationele kritiek die hij heeft op de opvattingen van de Nation of Islam. Het gaat ook om de geestelijke vrijheid die hij niet wil opgeven, niet kan opgeven, omdat dat een keuze tegen zichzelf is. Hij schrijft dan ook verderop in het boek, dat er niets anders op zit dan je persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen, en daadwerkelijk in leven te zijn. Wakker en aanwezig te zijn.

Het moet een moeilijke keuze zijn geweest, want Baldwin is briljant, hij doorziet de krachten die op dat moment de samenleving bepalen, evenals de wortels daarvan en uiteindelijk de psychologie die daarachter zit, en kiest er toch voor om zich niet bij een invloedrijke beweging aan te sluiten, maar om alleen te blijven. Hij doorziet dat het lood om oud ijzer is. Ook in deze groep is de vijand de ander. Misschien gedijen groepen altijd wel op dat principe van buitensluiting. Hij kiest voor zelf nadenken, voor het woord. Voor autonomie. Dat vind ik een inspirerende levenshouding. 

Niettemin ben ik me ook goed bewust van de keerzijde van die houding. Verandert er ooit iets op die manier? Hoe komt er verandering als je je niet organiseert?  Wat staat er tegenover macht? Persoonlijke integriteit? Het woord? Groeiend bewustzijn? Het lijkt zo zwak en naïef. En toch geloof ik daar wel in. En als ik het goed begrijp was dat ook het standpunt van Baldwin. Als hij schrijft: dat de loop van de geschiedenis wordt bepaald door …een bepaalde categorie uitzonderlijke mensen, die er steeds weer in slaagde de wereld achteruit te helpen, namelijk die categorie waarvoor macht reëler is dan liefde. Of ..dat mensen nu eenmaal een eeuwig raadsel zijn en zo weinig zin hebben om de last van hun leven op hun schouders te nemen. Of: Als wij, hartstochtelijk als minnaars aandringen op de bewustwording van anderen, kunnen we mogelijk een eind maken aan de raciale nachtmerrie, tot één land komen en de wereldgeschiedenis een andere wending geven.

Tja, we zullen dus wel moeten. Op onze eigen benen staan, onze ogen openen, ons verstand gebruiken, ons hart openstellen, geïnspireerd door James Baldwin.