Landschap (2)

Aan de westkant van Terschelling ligt een uitgestrekte zandplaat, de Noordvaarder. Als je naar het noorden over de zandplaat loopt, tussen de kleine stroompjes en ondiepe plassen door die de terugtrekkende zee heeft achtergelaten, ga je de ruimte tegemoet.

Voor je de zandvlakte, boven je de lucht. Tussen een paar jonge duinen door zie je de zee. De lucht is blauw met een zweem van ijs als teken van zuiverheid, het strand is van hetzelfde blond als het helmgras op de duinen. De zee is grijsblauw. Er is niets dan de elementen aarde, lucht en water. Het begin van de schepping. Het is die ruimte die de ziel schoonveegt, als een bordenwisser het schoolbord. Alles kan nog weer beginnen.

Hoe anders is het landschap in Barry’s ‘De verre voortijd’. Ierland. Geselende regens, grijs graniet, scherpe rotsen, donkere, kolkende onderstromen, krijsende meeuwen. Heel het landschap straft en pijnigt. Zoals de kleine weeskinderen in de katholieke gestichten gestraft en gepijnigd werden. En ja, laten we het valse woord misbruik nu eens niet kiezen, maar gewoon zeggen dat de kleintjes verkracht werden door de perverse dienaren Gods terwijl de dienaressen zwegen en wegkeken. Treurig lot. Straffend landschap.