
Het idee, dat je kunt transformeren tot een oogverblindende schoonheid waarmee je alle aandacht (en liefde!?) krijgt die je maar wilt, is toch heel verleidelijk?
Zeker als je er zo aan toe bent als Rusalka, in de gelijknamige opera van Dvorak. Het verhaal is ongeveer gelijk aan het sprookje van de Kleine zeemeermin van Andersen. Om haar grote liefde, een mens, te kunnen ontmoeten, zal de zeemeermin haar aard als waterwezen moeten opgeven. In de regie van Philipp Stölzl & Phillip M. Krenn is Rusalka een onooglijk meisje, verslaafd aan heroïne. Hoertjes, pooiers, zwervers en gekken bevolken haar onderwereld. Als Rusalka de billboards ziet van een film over de liefde tussen een prins en een zeemeermin, wordt zij verliefd. Zij wil dat sprookje binnenstappen, zij wil die man liefhebben. De tovenares die Rusalka te hulp roept waarschuwt haar: ze zal niet kunnen spreken met haar prins, en bovendien, als het haar niet lukt om zijn liefde te winnen, zal ze vervloekt terugkeren in de ellende waarin ze nu leeft. Als hij haar daar alsnog komt zoeken, zal haar kus zijn dood betekenen.
Rusalka zet door en verrijst na de betovering als een Marilyn Monroe-achtige vrouw in een blauwzijden glamourgewaad. Zodra de prins haar ziet is hij verloren. En natuurlijk loopt het slecht af, na een kort opbloeiende liefde valt hij alweer voor een andere vrouw. Zij keert terug naar haar vroegere leven en als hij haar daar, met spijt vervuld, komt zoeken betekent haar kus zijn dood.

Tegenwoordig kunnen jonge vrouwen transformeren zonder tussenkomst van een tovenares, een plastisch chirurg komt ook een heel eind. De vrouwen op deze foto uit een NRC magazine, zijn een goed voorbeeld. Ook zij willen iemand anders zijn, in elk geval een ander lichaam hebben. Veel natuurlijks is er niet meer van hen over. Ze lijken zelfs identiek. Maar dat strookt natuurlijk wel met het verlangen de eigenheid op te geven. Het ziet er niet naar uit dat zij zich hebben getransformeerd om de liefde van één bepaalde man te verwerven. Eerder alsof ze de aandacht van zoveel mogelijk mannen willen. En dan? Voor wat of wie ontvangen zij die aandacht? Voor de prestatie van de plastisch chirurg? Want hoe kan iemand van je houden als je je eigen wezen hebt opgegeven? Dat is natuurlijk de moraal van het sprookje.
Terug naar de opera. Het kan niemand zijn ontgaan dat het toneel tegenwoordig wordt bevolkt door mooie mensen. De dikke operazangeres met de beringde worstvingers die langdurig stervend neerzijgt is al jaren van het toneel verdwenen, evenals de tonronde heldentenoren. Nu zingen atletisch gebouwde mannen hun rol in de meest intieme omhelzingen, de borsten van hun tegenspeelster knedend, terwijl zij in een zijden onderjurkje of minder, haar partij zingt. Dit is een transformatie die zich bijna ongemerkt aan ons heeft voltrokken: er is geen sportvrouw (denk even aan het verschil tussen Atje Keulen-Deelstra en Jutta Leerdam), presentatrice of muzikante meer die er niet aantrekkelijk en meestal zeer vrouwelijk uitziet. Schrijfsters zijn jong en mooi en nieuwslezeressen, in elk geval die van het NOS journaal, dragen altijd naaldhakken. (maar dat is vermoedelijk een functie-eis, zo dwangmatig worden die bij elke outfit gedragen).
Enfin, ofwel talent komt tegenwoordig altijd met lichamelijke aantrekkelijkheid, óf er worden keuzes gemaakt die steevast positief uitvallen voor de aantrekkelijken onder ons. In dat laatste geval is een spuitje botox of een andere ingreep, met als doel je talent te kunnen verwezenlijken, alleen maar noodzakelijk. Sterker nog, de transformatie vaagt de eigenheid niet weg, maar baant er de weg voor.