
Een breinbreker, ja dat is het wel. De vraag hoe iets uit niets kan ontstaan. Het heelal bijvoorbeeld. Afgelopen zondagavond heb ik aan de tv gekluisterd gekeken naar Zomergasten, Theo Maassen in gesprek met de Vlaamse natuurkundige Thomas Hertog. Af en toe ervaar ik zo’n intense fascinatie, zo met mijn volledige aandacht vastgeklonken zijn. Er gebeurde iets wezenlijks, iets dat heel diep in mij aanvoelt als waar. Wat raakte me zo?
Allereerst sloot het gesprek verrassenderwijs naadloos aan op mijn log van vorige week. Zelfs het onderzoek over de Achtergrondruis van zwaartekrachtgolven werd aangehaald en uitgelegd. Het is natuurlijk prettig om iets beter te begrijpen wat bepaalde begrippen precies inhouden. Zoals bijvoorbeeld wat een zwart gat is. Ik wist dat het een geïmplodeerde ster is, maar nu begrijp ik dat er twee tegengestelde krachten op een ster inwerken. Wanneer de brandstof van de ster opraakt, en daardoor de middelpunt vliedende kracht afneemt, krijgt de zwaartekracht, een middelpuntzoekende kracht, de overhand. En ik begrijp nu ook dat die zwaartekrachtgolven geen echte golven zijn, maar expanderende materie. Wat trouwens ook weer een mooi beeld bij me oproept. Een beeld van urgentie, van “drive” in het heelal. Kun je dat leven noemen?
Maar wat me écht fascineerde was het verhaal over kosmisch humanisme. Hertog vertelde over de paradigmashift die nodig is, omdat recentere metingen/waarnemingen in de ruimte niet te verklaren zijn met de natuurwetten die we als waar en universeel geldend beschouwen. Zoals deeltjes die verdwijnen en verschijnen en deeltjes die elkaar op gigantische afstanden beïnvloeden (kwantumverstrengeling). Dat spot met onze ideeën over oorzaak en gevolg, over volgtijdelijkheid en dus over het begrip tijd. En daardoor verandert ons licht op de werkelijkheid. En op de manier waarop de ruimte onderzocht moet worden.
Kosmisch humanisme: de mens als onderdeel van het heelal, die de ruimte beziet, niet van buitenaf, maar van binnenuit. Wij maken er deel van uit en bestuderen die van binnen uit. Dat is een revolutie. Want dat betekent dat ineens zowel de beperktheid als de betrokkenheid van de menselijke onderzoeker in beeld komt. En dat is de paradigmashift die tot stand is gekomen.
Tijdens het gesprek bij Zomergasten bedacht ik, dat niet alleen het heelal uitdijt, maar ook ons collectief menselijk bewustzijn. Dat groeit steeds sneller, doordat kennis en ervaring steeds makkelijker overdraagbaar zijn. In eerste instantie gebeurde dat in beginnende beschavingen door de ontwikkeling van taal, door liederen en overlevering, met behulp van beelden en symbolen. Door de ontwikkeling van technologie, konden volkeren en beschavingen makkelijker met elkaar in contact komen en kennis en ervaring uitwisselen en uitbreiden. En, om deze zeventigmijls laarzenreis meteen maar in het heden te laten landen, door de grote hoeveelheid betekenisdragers die ons nu ter beschikking staan. Boeken, films, foto’s, internet, en dus sociale media. Zodat kennis, ervaring, opvattingen, wetenschapsresultaten, kunst, nieuws, vliegensvlug gedeeld kunnen worden. Zowel meer in het algemeen, als over kennis van het universum. *
Het heeft me altijd al gefascineerd dat wij in staat zijn om de werkelijkheid te scheppen met behulp van theorieën en daar uit voortvloeiende hypothetische concepten. Als Freud en de zijnen niet een persoonlijkheidsmodel hadden bedacht met de onderdelen superego, ego en id, had de buurvrouw hiernaast nooit kunnen zeggen dat ze onbewust van de koekjes zat te eten. Want wat ís onbewust? Dat is toch iets volkomen onzichtbaars? Iets bedachts?
Wij scheppen de werkelijkheid, met theorieën en concepten die bekendheid krijgen, gedeeld worden en gemeengoed worden.
En, zoals nu blijkt, geldt dat ook voor ons begrip van de ruimte. Die geen statisch onderzoeksgebied blijkt te zijn, maar zichtbaar wordt door onze steeds verdergaande waarnemingen. In een interactie waarbij onze opvattingen over hoe de wereld in elkaar zit op gezette tijden omver wordt gegooid en we uitgedaagd worden om steeds verder te denken.
Omdat er wetenschap is, omdat er denkers, schrijvers en kunstenaars zijn en omdat er communicatie is dijt ons gezamenlijk menselijk bewustzijn uit, wordt voortgestuwd, net als de zwarte materie in het heelal. En wij individuen werken daaraan mee, met onze reflecties, het delen van onze ervaringen, door te luisteren, door te verwoorden, door te delen. Vanuit de stuwende kracht in onszelf.
* Natuurlijk, lang niet alle beschavingen nemen daaraan in gelijke mate deel. Dat is mede afhankelijk van welvaart en van politieke ideologie (vrijheid van meningsuiting en toegang tot informatie). De VS, Oceanië, Europa, vormen voor zover ik weet, nu de stuwende kracht, zijn dominant in de ontwikkeling van “the body of knowledge” in de meest brede zin van het woord. Op de implicaties daarvan wil ik nu even niet doorgaan (de westerse dominantie, nu weer in een andere vorm, het wegdrukken van andere vormen van wijsheid etc.)