Bubbel is niet het juiste woord

Foto Beat Streuli

Vanochtend, op de fiets, realiseerde ik me dat ik me op een andere manier in de stad beweeg dan normaal. Ik fiets voorzichtiger, ben geduldiger en voel me afstandelijker ten opzichte van wat er op straat om me heen gebeurt; blijkbaar ben ik meer op mezelf betrokken. Ik ben niet, zoals anders, zo snel mogelijk onderweg van het een naar het ander, maar heb één activiteit op een dag, waar ik de tijd voor heb. Het fietsen is momenteel een op zichzelf staande bezigheid. Het is het gevolg van de gezondheidsklachten die ik al weer een tijdje heb.

Vanmorgen dus, op de fiets, mijmerde ik daarover en besefte ik dat ik in een andere laag van de werkelijkheid ben terechtgekomen. En die gedachte breidde zich uit. Het woord bubbel, dat ik erg lelijk vind, kwam bij me op: “hij zit helemaal in zijn eigen bubbel”. Nee, zo individueel voelt het niet. Mijn aandacht en mijn beleving deel ik met een onbekend aantal andere mensen die ook beperkt zijn door een lichamelijk ongemak. De medepatiënten in het ziekenhuis, de wachtenden bij de huisarts, de klanten van de apotheek. Hoe verschillend wij ook mogen zijn en hoe verschillend wij ook omgaan met onze gezondheid, we hebben allemaal een gedeelde zorg. En soms zijn deze mensen ineens interessant of staan ze ineens dichterbij. En het interactiepatroon met degenen die tot mijn “normale” leven behoren, verandert ook subtiel. De één komt dichterbij, de ander is iets meer op afstand.

Mijn gezondheidsprobleem is, als het goed is, van voorbijgaande aard. Dus, is de wissel van mijn normale leven omgezet naar een rustiger parallelvariant, en op een moment in de toekomst gaat die wissel weer om. Intussen is het de kunst om niet steeds naar mijn “normale” leven te willen terug grijpen (Ik wil ook zwemmen, fietsen, vakantie, tentoonstellingen bekijken, uit eten, energie!!!!) maar me rustig aan te passen.

Zo zijn er in ieders leven een heel aantal bepalende gebeurtenissen die voor langere of kortere tijd bepalen wat voorop staat in je aandacht en die meebepalen hoe accenten in het sociale weefsel, waar je onderdeel van bent, komen te liggen. Soms kom je weer terug op het oude spoor. Soms zijn het gebeurtenissen, die voor altijd de wissel omzetten: de geboorte van een kind, het verlies van een geliefde, pensionering. Alles plooit zich rond die gebeurtenis, het “normale” leven staat op afstand, je trekt vanzelf meer naar mensen met dezelfde ervaring en levensomstandigheden. Je bevindt je in een deel van het sociale weefsel om je heen dat aansluit op je momentane focus. En, dit veranderde weefsel vormt vanzelf het nieuwe “normaal” om je heen. 

Zo rijd ik over het fietspad en zie om me heen de bakfietsvaders, de cruisetoeristen, de wielrenners, kletsende brugklassers, daklozen en branies op fat bikes. Allemaal bewegend vanuit een eigen perspectief, een eigen focus. Voor zo lang het duurt behorend tot een eigen groep. Allemaal in verschillende stromingen langs elkaar bewegend.

Daarom houd ik van de stad.