Lezen en schrijven

Ik ben een enorme fan van Simenon, de schrijver van 75 detectiveromans en 28 novelles over Maigret. En nee, nu niet meteen afhaken, alsjeblieft! Hij heeft ook 136 psychologische romans  en honderden andere verhalen en novelles geschreven die niet om een misdaadplot draaien, maar waarin hij wel weergaloos de hartstochten en verlangens van mensen weet te vangen. Gevoelens die hen vaak in ernstige problemen brengen. Het loopt namelijk nooit goed af. In een paar zinnen zet hij een situatie neer: een rijke boerenweduwe, die de losse arbeider die bij haar aan klopt om werk goed kan gebruiken; de Poolse illegaal die in het nachtelijk Parijs zijn kostje bij elkaar scharrelt en steeds verder in de problemen raakt; Simenon schetst de verschillende sociale milieus net zo makkelijk als de verschillende omgevingen of weersomstandigheden, en in elk verhaal voel je de vaste hand van een verteller die weet wat hij wil zeggen. Het was dan ook een buitenkans om zijn Roman van de mens in handen te krijgen, want in deze beschouwing uit 1959 stelt hij zichzelf twee vragen: waarom schrijven schrijvers? En waarom lezen lezers?

Het antwoord op de eerste vraag vindt hij tijdens een gesprek met de Chaplins met wie hij bevriend was. “Als ik voel dat het mis gaat, begin ik aan een nieuwe film. Meer heb ik niet nodig. En jij, als jij je niet op je gemak voelt, dan schrijf je een roman,” zo citeert hij Charles Chaplin. Om een uitweg te vinden voor heftige en verwarrende emoties. En ja, die strakke regie, die duidelijke structuren die Simenon in zijn verhalen hanteert en waarbinnen hij de mensen neerzet, die door hartstochtelijke en duistere drijfveren tot roekeloze daden komen, ondersteunen dat idee. Blijkbaar vond Simenon een uitlaatklep in het schrijven. En gezien zijn gigantische productie, de bijna obsessieve manier waarop hij schreef, moet het turbulent geweest zijn in zijn geest.

Op de tweede vraag gaat hij veel dieper in. In een grappige passage beschrijft hij de denkbeeldige situatie dat een entomoloog een deel van de bewoners van een mierenhoop naar buiten ziet komen, niet om te roven of te vechten of om voedsel te vinden, nee, ze begeven zich naar een open plek in het bos waar een openluchttheater is uitgegraven. Daar staan ze een deel van hun wintervoorraad af aan een soortgenoot om vervolgens toe te zien hoe een paar mieren binnen een lichtkring naar voren treden en een scene uit het leven der mieren opvoeren. Dat komt nogal vreemd over inderdaad. Waarom hebben wij er dan wél behoefte aan om de mens en het menselijk leven uit te beelden, te verwoorden en daar kennis van te nemen? Opnieuw zoekt Simenon het antwoord in het gevoelsleven. Hij beschrijft hoe zijn jonge kinderen reageren op het invallen van het duister. Hij ziet dat zijn zoontje op een zomerse dag bij zonsondergang wordt overvallen door angst, die Simenon duidt als de angst voor het irreële. Waar is de werkelijkheid als alles in het donker gehuld is? Komt het licht wel weer terug? Hij ziet het als de oerangsten van de mens.

Al sinds Adam en Eva zijn er verhalen verteld die het onverklaarbare moeten verklaren en angsten moeten verdrijven. De krachten die de mens omringen en bedreigen worden toegeschreven aan goden en zo ontstaan verhalen, maar ook gebeden en rituelen, de poëtische dialoog tussen mens en god. Simenon gaat verder en beschrijft hoe het onderwerp van mythen en legenden in de loop der eeuwen verschuift van goden naar de daden van roemruchte koningen en helden. En na de heldenromans komen de heiligenverhalen, waarmee ook eindelijk een kleine rol wordt toebedeeld aan de mensen die uit het volk voortkomen. En zo komt hij aan bij de psychologische roman, waarin het gevoelsleven van de mens centraal staat. Een ontwikkeling dus van nivellering. Niet langer zijn goede en kwade krachten geprojecteerd op mythische wezens en goden, nu breekt er een tijd aan waarin de mens zichzelf in de ogen kijkt, waarin hij de verschillende krachten in zichzelf gepresenteerd krijgt, waarmee hij moet omgaan. Simenons onderwerp bij uitstek.

Maar is dit nu de reden dat lezers lezen?  Eigenlijk is het meer een soort literatuurgeschiedenis die Simenon in dit boekje beschrijft. Het geeft aan dat hij een nieuwsgierige geest was, die probeert zaken in grotere verbanden te zien. Iemand die intrigerende vragen stelt. En ja, de behoefte om jezelf beter te leren kennen en begrijpen is absoluut een goede reden om te lezen.