Lessen van Ian McEwan

Het wordt terloops vermeld: de elfjarige hoofdpersoon Roland ziet op het bureau van de directeur van zijn kostschool een rapport over zichzelf liggen en kijkt het tersluiks in. In een hokje met daarboven IQ, staat een getal: 137. Het zegt hem niets. Ons wel. Een IQ van 137, dat wijst op hoogbegaafdheid. Waarom heeft McEwan dit detail in het boek gestopt?
  
Eerst iets over het plot. Het boek begint met de beschrijving van een pianoles die de elfjarige Roland op kostschool krijgt. Zijn pianolerares is scherp en dominant, slaat haar leerling, knijpt hem en betast hem op intieme plekken. Hoewel hij zich letterlijk aan haar greep weet te onttrekken, heeft zij zich dan al in zijn hoofd genesteld als object van zijn ontwakende seksuele verlangens en fantasieën.
Een tweede verhaallijn speelt zo’n dertig jaar later, op het moment dat Roland en zijn zeven maanden oude zoontje door zijn vrouw in de steek gelaten zijn. Zij kan het gezinsleven niet verenigen met haar verlangen naar schrijverschap.
Tussen deze twee gegevens worden allerlei verhalen geweven, die het leven van de elfjarige Roland beslaan totdat hij een zeventigplusser is. Hij komt er na jaren achter dat zijn vrouw zich in Duitsland heeft gevestigd; ze komt niet meer terug en weigert alle contact met haar zoon. Ze wordt wel een ongelooflijk belangrijke schrijfster, beter dan Günther Grass en zelfs op het niveau van Thomas Mann, Nobelprijswaardig. Als Roland haar eerste boek leest, erkent hij de kwaliteit van haar schrijverschap en realiseert zich dat zij nooit zulk buitengewoon goed werk had kunnen schrijven als ze niet was weggegaan. 
Dit is een opmerkelijk en actueel thema: hoe moeilijk het voor vrouwen is om een kinderwens en kunstenaarsambities te verenigen. En juist doordat zij deze keuze gemaakt heeft, is het Roland  die de klassieke vrouwenrol op zich genomen heeft. Hij leeft overwegend samen met zijn zoontje, ingebed in een hechte vriendenkring met kinderen op de leeftijd van Lawrence. Hij is serieel monogaam, trouwt later nog met een goede vriendin uit die groep. Zoals gezegd, In het begin van het boek wordt en passant duidelijk dat Roland bovengemiddeld slim is.  Expliciet wordt met dit gegeven niets gedaan. Maar als hij niet zo was afgeleid door de intens gepassioneerde seksuele relatie die hij vanaf zijn vijftiende met de pianolerares heeft, zou hij veel beter gepresteerd hebben op school en zeker een academische studie hebben gedaan. Bovendien was hij een veelbelovend pianist, maar ook dat laat hij zitten. Hij zorgt voor Lawrence, zijn vage poëtische ambitie loopt uit op het bedenken van gedichtjes voor wenskaarten, waar ze een tijdlang goed van kunnen leven. Later verdient hij zijn geld als tenniscoach en speelt hij piano in een hotelbar.
Dat is toch wel opmerkelijk. Waarom stelt hij zich er mee tevreden dat hij zijn talenten niet gebruikt? Waarom raakt hij niet verbitterd door het saaie monotone werk in het hotel terwijl hij een internationaal gevierd concertpianist had kunnen worden? Waar is de kenmerkende gedrevenheid van een hoogbegaafde?
Tijdens de corona lockdown kijkt Roland terug op zijn leven en vraagt zich af of hij de juiste keuzes heeft gemaakt. Nogal losjes concludeert hij dat er aan elke keuze consequenties vastzitten: concertpianist zijn betekent vijf uur per dag studeren, hij zou nooit de gelegenheid hebben gehad om de jazz te leren kennen. Als hij zich had losgerukt uit de relatie met zijn pianolerares en zijn middelbare school zou hebben afgemaakt, was hij nooit goed in tennis geworden en had hij het plezier niet gekend van werken met zijn handen.  
Maar een stuk later in het boek komt er nog een andere, meer plausibele reden tevoorschijn. Roland voelt zich onverstoorbaar gelukkig in “de ouderwetse gloed” van zijn naaste familie. Alle narigheid in de wereld: epidemieën, oorlogen en klimaatrampen laten zijn huiselijk geluk onaangetast en hij realiseert zich: “it makes no sense”.
Roland heeft het traditionele leven geleefd van een vrouw; hij heeft zijn talenten ongebruikt gelaten en zijn kansen laten gaan, en hij is er tevreden mee, want het belangrijkste is uiteindelijk het gezinsgeluk.
Een opmerkelijke stellingname.