
Julian Merrow-Smith: Black truffle and eggs
Je hebt veel te verwerken, zei iemand tegen me.
Ik heb me al eerder in mijn leven afgevraagd hoe je dat doet, iets verwerken. Het klinkt zo duidelijk, als iets dat je gewoon moet doen, met een begin en een eind. Je moet het “een plekje te geven”. Wat een onbenullige uitdrukking. Alsof je je ervaringen in een stuk stevig pakpapier stopt en dan op een plank legt. Een nieuwe plant, daar zoek je een plekje voor, maar een ingrijpende ervaring is geen afgerond geheel dat opgeborgen wordt. Ingrijpend, dat betekent dat de ervaring zijn tentakels heeft gestoken in lichaam, ziel en leven. Zoals dat gebeurt bij de dood van een geliefd persoon of bij een ingrijpende ziekte. Twee ingrijpende ziektes.
Ik denk dat bij verwerken heel veel “her” hoort. Herinneren. Niet op een actieve manier, zoals gaan zitten en terugdenken, maar door beelden die onwillekeurig opkomen. Vorig jaar om deze tijd lag ik op de IC. Dat lijkt in mijn lichaam opgeslagen te zijn, het herfstlicht buiten maakt beelden in me wakker, lichaamssensaties, sferen. De flat tegenover mijn ziekenkamer lag in net zulk grijs licht, op de galerij deed een oude mevrouw elke ochtend oefenpasjes met haar rollator. Zodra ik focus om er iets van te beschrijven, vervluchtigt het al. Wordt het te concreet en afgepast. Worden er contouren om gebeurtenissen geplaatst. Terwijl het juist de ijle sfeer was, de tijd die vergleed, een overgeleverd zijn en mee glijden, verdragen. De verpleegkundige die even weg gaat om te eten, studenten die bij mijn bed staan en iets willen onderzoeken, een arts die iets op het whiteboard schrijft. Het whiteboard waarop mijn dagprogramma werd geschreven: tweemaal per dag uit mijn bed in de stoel, daarvoor viermaal in de tillift hangen, met steeds de angst dat mijn hoofd achterover zou knakken.
Dorst. Dorst. Dorst hebben. IJsblokjes die langs mijn lippen strijken.
Verwerken is denk ik ook herbeleven. Zoals op een zondagavond met R. als hij ineens zegt: ‘Vorig jaar om deze tijd, als ik terug kwam van het ziekenhuisbezoek, hier, bij jou thuis, ging ik aan tafel zitten. Nooit in jouw stoel. Ik aaide de poes. Maakte iets te eten klaar. Ik zorgde vooraf altijd dat het warm in huis was.’ En daarmee maakte hij een begin van een aaneenschakeling van verhalen die we elkaar vertelden. Over de stapels kaarten die hij op mijn bed legde na binnenkomst, en die hij voor me moest openen en voorlezen. Hoe blij ik daarmee was. Over de verpleegkundigen en hun eigenaardigheden. Over de eerste keer dat ik door twee man overeind gehouden werd en even kon staan. Over de MRI scan van mijn hersenen die onaangekondigd werd uitgevoerd. ‘Maar mijn hersenen zijn het enige waar niets mee is!’ En toen ik na afloop overstuur de kamer ingereden werd, stond R. daar. Hoe hij me voorlas en soms wegdommelde boven zijn krant. Hoe K. elke dag kwam. Haar smalle koude handen tegen mijn warme wangen. Wat ze meebracht: een handcrème, de Poezenkrant, weer een eerste boek.
Verwerken is overvallen worden door de enormiteit van de gebeurtenissen. In mijn stoel zitten en ineens denken: ‘Ik heb een septische shock gehad, ik kon helemaal niets meer. En toen ik was opgekrabbeld bleek dat ik kanker had. Mogelijk uitgezaaid. En moest ik worden geopereerd.’ Ineens uitgeput zijn. Toegeven. Mijmerend herkauwen.
Ik denk aan verwerken als vergeten.
Het is hervatten. Omdat me ineens te binnen schiet dat ik met H. een liedje van Amy Winehouse aan het instuderen was, ooit. Dat ik me plotseling verheug als ik mijn kastje vol schrijfprojectjes open.
Ik denk aan verwerken als in: de kokkin verwerkte twee eieren in het deeg. Het verwerken is de arbeid die gedaan wordt om de eieren op te nemen in het deeg. Er wordt net zolang geroerd tot het nieuwe element zich voegt en opgenomen wordt- en daarmee is het deeg veranderd. Dat lijkt me een goede metafoor. Behalve dan dat de ingrijpende gebeurtenissen die een mens overkomen onverwachts en ongewild zijn. Maar we doen het ermee. Het mengen is begonnen. Ik zou dolgraag weer gaan sporten en lange wandelingen maken. Maar de taart moet nog in de oven. Zoals fysiotherapeut Jeroen ooit tegen me zei: ‘Je kunt niet alles met wilskracht bereiken. Nu is tijd je grootste vriend.’
Dit blog verschijnt momenteel onregelmatig. Als je je (gratis) abonneert, krijg je een mail als er een nieuw bericht verschijnt.