Ja Lieke, ik ook!

Op een andere planeet kunnen ze me redden is de titel van het laatste boek van Lieke Marsman. Lieke Marsman, 1990, is dichter, romanschrijver, filosoof, essayist en leeft in een lichaam dat al jarenlang wordt geteisterd door kanker. Na het lezen van het eerste hoofdstuk steken er al zeven roze stickertjes tussen de bladzijden, passend bij het prachtige zuurstokroze boekontwerp.

Ze beschrijft dat er zoveel meer is dan de ziekte zelf, waar je mee te maken krijgt, als het ernstig mis gaat. De ingewikkeldheid van de arts-patiënt relatie. Of wat het met je doet als je tijdelijk of op lange termijn geen perspectief hebt op terugkeer naar een zorgeloos leven. En daar doorheen toont ze steeds weer haar onverslaanbare levenslust en intellectuele nieuwsgierigheid. Ik werd opnieuw geraakt door de kracht van het woord. Hoe fijn, nee, hoe essentieel is het, dat mensen de meest uiteenlopende ervaringen onder woorden brengen en delen. Hoe behulpzaam en troostend is dat.

Marsman schroomt niet om zich op glibberige paden te begeven en schrijft over haar bekering tot God en haar interesse in de verhalen over aliens en buitenaardse beschavingen. Onderwerpen die we als verstandige volwassenen vooral links laten liggen. Toch ga ik daar graag dieper op in, omdat ik mij natuurlijk ook al een behoorlijk lange tijd bevind in een levensgebied waar ziekte en dood dominante werkelijkheden zijn, en zelf ervaar dat dat een intensivering van gevoelens en ervaringen geeft. Marsman beschrijft haar bekering met de volgende woorden: het was alsof de wereld op dat moment mijn wanhoop beantwoordde. Door er te zijn. …de wereld was er op dat moment voor mij.  Ik kan me daar niet echt iets bij voorstellen. Maar het klinkt als verbinding. Alsof zij zich ineens deel van een geheel voelt. Verderop in het boek ciiteert ze de schrijver Christian Witman: “Mijn oude ideeën waren simpelweg niet toereikend voor de uitersten van vreugde en verdriet die ik onderging”.

Dat mensen, die dichtbij de dood zijn, zich eerder druk maken over zingevingsvragen en geneigd zijn om hun heil te zoeken in godsdienst is natuurlijk niet zo verwonderlijk. Daar kan troost van uitgaan, het kan een perspectief bieden (eeuwig leven). Dat is één benadering. Maar daarmee ga je voorbij aan een andere optie, namelijk dat het dichtbij de dood staan de beleving van het leven intensiveert. Sommige dingen worden groter: menselijk contact, natuurbeleving, zintuiglijke sensaties. Andere kleiner: sociale status, uiterlijkheden, dagelijkse zorgen. Daar komt bij, en dan spreek ik vanuit mijn eigen ervaring, dat het besef dat er zoveel is dat groter is dan jijzelf, ineens diep doordringt. Wat is die kracht die maakt dat je geneest? Gewoon vanzelf? Wat is het dat maakt dat je kunt verder leven, ook al dacht je van niet? Wat is die ruimte waarin je je veilig kunt blijven voelen, zelfs als je doodsangst hebt? Is het simpelweg de aard van het lichaam, overlevingsdrang? Zijn het de hersenen die dopamine aanmaken? Het is in elk geval iets dat zich buiten je wil om voltrekt. Woorden als overgave, verbinden, eenheidservaring komen op. Je zou het ook het leven zelf kunnen noemen. Misschien doet het woord er niet zo toe. Het is in elk geval datgene wat je een volledig levend mens laat zijn, juist als je je in die tussenruimte tussen leven en dood bevindt. En dat dwingt ontzag af.

Lieke Marsman eindigt haar boek met de zin: En tot die tijd wil ik altijd een oproep tot leven zijn.

Ja Lieke! Ja! Ik ook!