Herstel (2)

Jaren geleden sprak ik wel eens een buurvrouw die door een val met haar hoofd op de stoeprand was gevallen en daarbij een schedelbasisfractuur had opgelopen. Ze was er door veranderd, zei ze. Haar geheugen liet haar in de steek. De neuroloog had de inhoud van haar hersenpan na de breuk, vergeleken met een omgevallen boekenkast. De boeken waren er nog, maar ze lagen allemaal door elkaar. En daardoor herinnerde ze zich soms dingen niet alleen slecht, maar wist ze ook niet goed meer wat voor iemand  ze vóór de val geweest was. Zo vertelde ze dat ze bij een bloemenkraam stond en een bos witte bloemen wilde hebben. Ze had geen idee hoe ze heetten. Tegelijk vroeg ze zich af: wist ik dat vroeger wél? Was ik iemand die veel van bloemen wist?  Dat is precies het huiveringwekkende van geheugenverlies, dat in sommige boeken en films flink geëxploiteerd wordt. Je weet niet meer wie je was en iedereen kan je van alles over jezelf wijs maken.

Bij mij is het eigenlijk omgekeerd. Ik weet beter wie ik was voordat ik ziek werd, dan wie ik nu ben. Soms lijkt het alsof mijn zelfbeeld is bevroren op eind september 2023, vlak voordat ik in een septische shock raakte, moest revalideren, vervolgens kanker bleek te hebben, tweemaal geopereerd werd en daarna mijn partner verloor. Ik nam me bijvoorbeeld voor om deze zomermaanden even flink te gaan trainen, zodat ik in september aan een bergwandelvakantie kan meedoen en daarna weer mijn normale sportroutines kan oppakken. Toen ik bij een fysio/sportschool binnenstapte voor een intakegesprek, klonk er harde muziek, fitte zestigers sprongen, renden en zweetten, en ik schoot meteen vol. Ineens voelde ik hoe broos ik nog ben en hoe ver ik af sta van die vitaliteit. Een week later ging ik voor het eerst weer naar een feestje, ik had me erop verheugd, met boottocht en diner op het programma. Maar toen ik binnenkwam in een sfeer van vrolijke energie en geanimeerd gepraat, voelde ik als het ware kortsluiting met mijn binnenwereld, mijn kleine leven nu en wilde ik alleen maar weg. Opnieuw die kloof, die afstand.

Nu heb ik een andere fysio/sportschool gevonden, met een therapeut die veel ervaring heeft met kankerpatiënten. Een paar dagen geleden heb ik voor het eerst met anderen in een oncogroepje getraind. Een slanke, gespierde, kale  jonge vrouw had iets lekkers meegenomen: “Ik heb mijn laatste chemo gehad, het is goed aangeslagen en dat wil ik met jullie vieren,” zei ze. En daar waren ze weer, mijn tranen. Ik realiseerde me dat ik me al die tijd geen kankerpatiënt heb gevoeld. Ik had alleen maar tijdelijk iets heel gevaarlijks, dat zo snel mogelijk verholpen moest worden. En nu ik daar wél met lotgenoten in een kringetje stond, merkte ik dat ik mezelf daardoor ook iets heb onthouden. En dat ik zal moeten omschakelen van het idee dat ik zo snel mogelijk weer wil worden wie ik was, naar een besef van wie ik nu ben en wat ik nu kan. Dat is een heel ander gevoel.