Werkelijkheid (3)

In mijn vorige blog heb ik de deur opengezet om te schrijven over het nieuwe ziekteproces waarin ik terechtgekomen ben. Kanker. Sindsdien heb ik geen woord meer opgeschreven. Geen energie. En er is teveel om over te schrijven. En nu ik vlak voor een zware operatie sta, is mijn conclusie dat deze ziekte uiterst vermoeiend is, en dan heb ik het niet over de kwaal zelf.

Lees verder

Werkelijkheid (2)

afbeelding AI gegenereerd

Ongeveer anderhalf jaar geleden ben ik met deze weblog begonnen, omdat ik graag onder woorden breng wat ik voel, denk, en meemaak. Dat kan gaan over de boeken die ik lees, de merkwaardige ervaringen die je in de grote stad kunt hebben of over wat zich elders in de wereld afspeelt. En soms zijn het observaties van mijn eigen voelen en handelen.

Vorig jaar in oktober werd ik ineens ernstig ziek en lag alles stil. Galblaasinfectie, septische shock, coma, IC, verpleegafdeling, revalidatiecentrum. Na een maandenlange periode van herstel, kwam het schrijven weer op gang en heb ik in retrospectief ervaringen beschreven van het ziekzijn. Het viel me later op, dat ik in één van die stukjes het woord tussenruimte gebruikte.  “In die tussenruimte in mijn leven had ik mooie, diepe gesprekken.” Hoezo tussenruimte, dacht ik bij het herlezen. Is het leven vooral een kwestie van gezond zijn, boeken lezen, mensen zien, tentoonstellingen bekijken, uitjes ondernemen, de natuur ingaan?  En is de tijd die daar niet voor gebruikt kan worden, een soort pitstop, waarin zo snel mogelijk alles weer gefikst wordt zodat je weer terug kunt op de baan? De vraag is: hoort ziekzijn niet bij het leven? Dichteres Esther Jansma zegt in het gedicht Wens: Verlies is ook een vorm van bestaan

Lees verder

Publiekstentoonstelling

American Gothic

Gisteren was ik voor het eerst sinds mijn ziekteperiode weer in het Concertgebouw. Kleine zaal, strijkkwartetten. Het was weer helemaal heerlijk. Het publiek, gemiddelde leeftijd tachtig plus, met veel mannen in te groot geworden colberts en vrouwen met orthopedisch schoeisel en verward haar. Het geroezemoes vooraf, het langzaam stilvallen van de zaal, de opkomst van de muzikanten, het applaus. Het aanstrijken van de violen. En dan het langzaam wegdwalen van de gedachten. ‘Hiermee voel ik me verbonden’, dacht ik.

Lees verder

Eikels

Foto AI gegenereerd

Mijn vader had een dwingende hand van opvoeden. Wat overigens niets bijzonders was in de jaren vijftig en zestig. De opvoeding had destijds andere doelen dan tegenwoordig. Maar zijn kritische aanwezigheid in mijn jonge leven heeft tot gevolg gehad dat ik elke deur achter me sluit, de kraan niet voor niets laat lopen, mijn voeten recht vooruit plaats, kopjes doorgaans niet op de rand van het tafelblad plaats, en zeker nooit in de weg zal staan bij in- uit- of doorgangen. Ongetwijfeld nuttige gewoonten, ook in het sociale verkeer. Minder prettig is, dat ik, behalve deze goede gewoonten, ook de dwingende hand van opvoeden van mijn vader heb overgenomen. Ik heb geen kinderen, maar wel medemensen. En, net zoals ik mij verschrikkelijk aan mijn vader ergerde, erger ik me wild aan mezelf als ik weer eens op straat iemand naroep: hand uitsteken! Of: rechts rijden! Op je eigen baan blijven! Is dit 30 km per uur? U staat hier de ingang te blokkeren. Dit is een stiltecoupé. Kunt u misschien iets zachter telefoneren? Wilt u op de stoep gaan lopen! 

Lees verder

Ziektewinst

Pas kreeg ik een bijna decadent prachtige doos bonbons, rood fluweel, turquoise lint, en heel geschikt om kleine geparfumeerde liefdesbrieven in te bewaren, maar zo liggen de verhoudingen niet met de gevers.  Het leek me de hoogste tijd om eens wat aandacht te besteden aan de “benefits” van ziekzijn. Noemde Freud dat niet ziektewinst?

Lees verder

Ik hou van Murakami

Na 638 bladzijden sloeg ik het laatste boek van Murakami dicht met de innerlijke verzuchting: Ik hou van Murakami…

Deze roman, De stad en zijn onvaste muren, is in de recensies die ik heb gelezen niet erg gunstig besproken. Te langdradig, teveel herhalingen. We kennen Murakami zo langzamerhand wel, hij zou zich eens moeten vernieuwen. Kritiek die ook van fervente liefhebbers zoals Auke Hulst kwam. Over die opmerking dat de schrijver zich zou moeten vernieuwen heb ik trouwens nog wel even nagedacht. Vind ik dat ook? Een schrijver heeft een kenmerkende eigen stijl, vergelijk Elisabeth Strout met Ali Smith met Claire Keegan, zo verschillend, zo eigen! Zou hun stijl moeten worden vernieuwd? Nou nee, dat denk ik echt niet. Die stijl maakt ze uniek en waardevol. De thematiek dan? Kijk naar Nobelprijswinnares Annie Ernaux, naar Edouard Louis,  Oek de Jong of Reve. Het thema waarover zij schrijven weerspiegelt de waarnemingswereld, de ervaring, de blik van de schrijver.  Waarom moet dat vernieuwd worden? Vernieuwen zou ook kunnen slaan op de noodzaak om meer op de actualiteit in te haken. Ja dat is misschien wel een goed argument. Maar hebben we er niet meer aan als we door het lezen van een verhaal iets meer begrijpen van onszelf en de menselijke conditie, en dus uiteindelijk van de grote levensthema’s? Zolang we maar  toegang hebben tot vele stemmen en perspectieven…..

Lees verder

Verder

Weer een eerste keer: slapen in een hotelletje aan de Waalkade in Nijmegen, fietsen en wandelen in de Ooijpolder, geuren van klaver en van pas gemaaid gras, de wind langs je gezicht, het hanteren van de zware E bike, en de vertrouwde cadans van het lopen.

Lees verder

Werkelijkheid

tekening door buurman Seb

Zoals de stroom van deze rivier een gecompliceerd doolhof wordt en ronddwaalt in donkere dieptes onder de grond, zo ontrolt ook onze werkelijkheid zich langs eindeloos veel vertakkingen in ons binnenste. Eindeloos veel verschillende werkelijkheden zijn met elkaar vermengd, verschillende aftakkingen zijn met elkaar vervlochten, en daaruit ontstaat als een amalgaam de werkelijkheid-datgene wat wij als werkelijkheid beschouwen.

Haruki Murakami in De stad en zijn onvaste muren

Omdat ik binnenkort een nagesprek heb op de IC, ben ik af en toe in gedachten weer terug op mijn kamer daar. Dat wil zeggen, in eerste instantie lag ik op een grote zaal, maar nadat ik tot bewustzijn was gekomen, werd ik verhuisd naar een kamer met raam, om weer aan het dag-nachtritme te wennen. Ik had uitzicht op een plat dak, waar nu en dan een paar kraaien ruziënd opfladderden. In die periode kwam ik rustig aan weer terug op de aarde. Dat wil zeggen dat ik heel slecht hoorde en heel slecht zag, niet kon praten en in het begin ook niet kon bewegen. Toch waren er allerlei sensaties. De schaduw van een gezicht dat over me heen boog. Het gevoel ingestopt te worden, als een kind. Het genot van een warme watergolf door mijn haar. Het vage geluid van een radio. Later, daaraan terugdenkend, kwam een gevoel van vroeger boven: thuis met een griepje op de bank, mijn moeder die bezig is om mij heen, afstoffen, opruimen, terwijl ik doezel onder de dekens: veiligheid.

Lees verder

Contact

Met ver vooruitgestoken hand komt zij op mij toelopen: “Mevrouw de Jonge? Wat fijn om kennis te maken!” Het klinkt alsof ik een langverwachte gast op haar feestje ben. Ik grabbel onhandig mijn jas, tas, krant, stok, handschoenen en thee bij elkaar en volg haar. “U heeft nogal wat meegemaakt,“ zegt ze, terwijl ze op haar computerscherm tuurt. “Ja, ….” “En hoe gaat het nu met u?” “Wel goed eigenlijk…” “Mooi, uit het onderzoek blijkt ook dat het uitstekend met u gaat.”  “Betekent dat, dat ik kan stoppen met de medicijnen?”Wat slikt u precies? In welke hoeveelheden?” ……… “O, maar dat is een snufje!” “Dus dan kan ik er wel mee stoppen?” “Nee, dat zou ik niet doen, maar wacht, ik ben even bezig, dit moet heel precies gebeuren, het gaat om medicijnen.”

Eenmaal buiten heb ik de pest in. Ik had willen weten of het écht goed gaat. Ik had willen vragen of ik die medicijnen nu écht moet blijven slikken. Maar waar ik vooral de pest over in heb, is dat de overdreven vriendelijkheid en de glimlach van de arts mij overdonderen en haaks staan op het feit dat ze geen contact maakt.

Lees verder

Helen

Bij mijn eerste ziekenhuis opname in augustus, zei een vriendin: ”Dit zijn tijden voor bescheidenheid en nederigheid.”  Ik antwoordde dat ik moeite heb met het woord nederigheid. Het is mij teveel Assepoester. Maar het liet me niet los en later voegde ik er aan toe:  ik kan wel iets met dat woord, als het betekent dat er dingen zijn, groter dan ik.

En ja, langs de dood scheren maakte overtuigend duidelijk dat er dingen zijn, groter dan ik. Het zet je met beide voeten op de grond. Wat op een vreemde manier geruststellend en troostrijk is.

Lees verder