Helen (3)

En ineens is er iets veranderd. Is er een andere fase aangebroken.

Tot ongeveer een maand geleden gedroeg het verdriet om het verlies van R. zich als iets volstrekt autonooms. Over alles heen, buiten alles om, was het daar. Het overrompelde me, dompelde me onder, nam me helemaal over. Het ging zo snel dat een verband met gebeurtenissen, gedachten of gevoelens me ontging. Het was pure, wezenlijke smart. Ik zou op die momenten kunnen weeklagen, as over mijn hoofd willen strooien, me in het diepste zwart willen hullen. Geen verdriet om mijzelf of mijn lot. Geen woorden, gedachten, beelden van R., geen beelden van het allene leven dat voor mij lag, niets daarvan. Verdriet, dat ik alleen maar kon laten. En daarna schakelde ik weer over op handelen, op doen. Tussen het handelen en het verdriet lag niets, daar was het gapende gat van R.’s afwezigheid.

Lees verder

Missen

Waar ik niet op had gerekend is hoe snel, na een overlijden, afstand ontstaat.

De ene dag is er de stilte, het bijna heilig ontzag, aan het sterfbed. De volgende dag is er het overleg met de uitvaartondernemer. De ene dag de intimiteit en het rauwe verdriet, de volgende dag het regelen van het afscheid. Welke locatie past bij hem, namens wie wordt de rouwkaart verstuurd, welke muziek is geschikt. Wie gaat er spreken? En intussen stapelen zich de gevoelens en verhalen van anderen tussen ons in. Gesprekken die soms aanvoelen als zalf voor mijn ziel, die mij met de anderen verbinden, maar jij bent de leegte tussen ons in.  

Lees verder