Draad

Do Ho Suh Going home

Lieve lezer, welkom terug!

Ik zoek naar woorden om een brug te slaan tussen mijn laatste blog, van november vorig jaar, en nu. Van zo was het naar zo is het.

Lees verder: Draad

Vorig jaar, op 13 juni, werd bij mij een kwaadaardige tumor in de dikke darm gevonden. Na een periode van drie maanden onderzoek naar mogelijke uitzaaiingen, werd ik in september geopereerd en is de tumor weggenomen. In januari van dit jaar is een verdachte poliep weggehaald. Ook die bleek kwaadaardig te zijn. Tien dagen geleden werd daarom opnieuw een stuk darm verwijderd. Dit weekend kwam de uitslag van het weefselonderzoek: 19 lymfeklieren gevonden, allemaal schoon. Schoon.

Begin dit jaar, op 2 februari, vond ik mijn partner thuis op de grond nadat hij door een herseninfarct was getroffen. In eerste instantie leek hij te herstellen, maar een longontsteking en onderliggende gezondheidsproblemen werden hem fataal. Hij is op 2 maart gestorven.

Nu, na het bericht van de patholoog anatoom, 53 cm dikke darm armer en mijn partner kwijt, voel ik een hartstochtelijk verlangen om te schrijven. Ik wil een draad oppakken, één die voor het grijpen ligt: schrijven. Over rouw en herinneren. Over wat langdurig leven met ziekte en dood met je doet en over hoe Lieke Marsman daarover schrijft. Over wat Job daar eigenlijk deed op die mestvaalt met zijn lijf vol zweren. Over overlevingsinstinct en bronnen van vertrouwen. Over de politiek van chaos die Trump en Wilders inzetten. Over mijn nieuwe buurman, die zijn optimisme weet te bewaren en hoe hij mij in één gezamenlijk ritje in de lift daarmee opvrolijkte. Over het schrijverschap van Simenon en over het begrip werkelijkheid. Over de verbazingwekkende medemens natuurlijk. Nou ja en over Wat Verder Ter Tafel Komt.

(Doem) denken

Stel, je koopt een nieuwe broek en de verkoopster vraagt bij de kassa: ‘Mag ik even uw telefoon om in uw contacten te kijken? En mag ik dan ook even in uw fotogalerij neuzen? Dan kan ik u namelijk deze broek beter verkopen.’

Ik kan me moeilijk voorstellen dat je dan zegt ja hoor, hier is mijn telefoon. Je zou je wenkbrauwen optrekken en je afvragen of de verkoopster gek geworden is. Maar dit gebeurt natuurlijk aan de lopende band als je online iets koopt en de cookies niet weigert. Dan geef je toegang tot de gegevens op je telefoon én tot de daaraan gekoppelde apparaten, zoals laptop en IPad. En het word je toch wel een beetje lastig gemaakt om te weigeren. Elke keer als je een website bezoekt moet je opnieuw cookies weigeren. En bij de ene site gaat dat sneller dan bij de andere. En als je snel even iets wilt op zoeken, of een kaartje voor de film wilt kopen, is het veel makkelijker om gewoon te accepteren. En dan geef je weer een museum of een bioscoopconcern toegang tot al je privédata. Waar is dat voor nodig, gewoon omdat je een boek wilt bestellen of een filmkaartje? Om onze service aan u te personaliseren, staat er dan bij. Zodat u geen reclames krijgt die niet bij u passen. Is dat mijn belang of dat van de verkoper? En waarom is er dan toegang nodig tot ál die gegevens?

Onlangs las ik Prophet song, van Paul Lynch. Een donker boek. Het gaat over de fictieve situatie dat er in Ierland een totalitaire, maar verder qua politieke kleur anonieme, regering aan de macht is. Met behulp van een noodwet trekt de regering de macht naar zich toe en begint de burgerrechten in te perken. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een vrouw, moeder van vier kinderen, wetenschapper en getrouwd met een vakbondsleider. Aan het begin van het boek komen twee mannen langs die haar man waarschuwen de aangekondigde staking van onderwijspersoneel af te blazen. Hij weigert dat, demonstreren is immers bij wet toegestaan, is zijn weerwoord. Maar tijdens de demonstratie verdwijnt hij en blijft onvindbaar. De normale wegen van het recht blijken afgesloten, advocaten krijgen geen toegang tot inforatie e worden zelf bedreigd. Op het werk worden langzaamaan mensen op cruciale functies vervangen door regeringsgezinden En zo zet een totale instorting in van alles waar veiligheid op gebaseerd is en die vooral blijkt af te hangen van een onafhankelijke overheid, rechtspraak en pers. Het gaat allemaal eigenlijk heel makkelijk.

Lees verder

Legpuzzel

Toen ik deze foto in het NRC zag wist ik, het is de hoogste tijd om eens wat dieper in te gaan op  een onderwerp dat stilletjes bezig is aan een imposante opmars: de legpuzzel. Dit is Paul Bremer, ooit een invloedrijk Amerikaans diplomaat, nu een tevreden puzzelaar, gezien de montere blik waarmee hij in de camera kijkt, popelend om terug te kunnen keren naar de taak die voor hem ligt. Onder de krantenfoto mijn eigen fijne puzzel.

Lees verder

Verwerken

Julian Merrow-Smith: Black truffle and eggs

Je hebt veel te verwerken, zei iemand tegen me.

Ik heb me al eerder in mijn leven afgevraagd hoe je dat doet, iets verwerken. Het klinkt zo duidelijk, als iets dat je gewoon moet doen, met een begin en een eind. Je moet het “een plekje te geven”. Wat een onbenullige uitdrukking. Alsof je je ervaringen in een stuk stevig pakpapier stopt en dan op een plank legt. Een nieuwe plant, daar zoek je een plekje voor, maar een ingrijpende ervaring is geen afgerond geheel dat opgeborgen wordt. Ingrijpend, dat betekent dat de ervaring zijn tentakels heeft gestoken in lichaam, ziel en leven. Zoals dat gebeurt bij de dood van een geliefd persoon of bij een ingrijpende ziekte. Twee ingrijpende ziektes.

Lees verder

Herstel

Moerascypressen Westerpark

Het is nu ongeveer een jaar geleden dat ik uit een coma ontwaakte. Mijn herstel begon, toen een fysiotherapeut aan mijn bed kwam en mijn arm optilde. Dat kon ik niet zelf. Ik kon helemaal niets. Niet zitten, staan, spreken of slikken. Niet zelfstandig plassen, eten drinken, of ademen. Dat was het vertrekpunt. Na een dag of tien kon ik, gesteund door twee verpleegkundigen, even staan. Het verblijf op de IC en later op de verpleegafdeling was soms zwaar vanwege de belastende, pijnlijke onderzoeken, het getob met slikken en spreken, de slangen in mijn lijf, de maagsonde die niet goed geplaatst was, het hoesten en het slijm. Fysieke narigheden. Maar het herstelproces was eigenlijk een feest. Ik kan me de momenten nog heel goed herinneren: dat ik alleen kon staan, dat ik zelf uit bed kon komen. Dat ik, zomaar ineens, een paar stappen kon zetten zonder steun. Elke keer vlamde er een felle vreugde in me op, afgeblust met tranen. Een rondje fietsen in de sportzaal, in het park. Vreugde en tranen.

Het proces waar ik nu in zit is totaal anders. Was de septische shock en de zwakte daarna te vergelijken met een dropping: ik bevond me op een totaal onbekende plek en moest de weg terugvinden, nu is het blindemannetje. Al vanaf de diagnose is het onzekerheid troef.

Lees verder

Leven

Terwijl het warme water van de douche over mijn hoofd en schouders stroomt, zie ik in gedachten hoe de tijd zich voor me uit strekt als een groot stil meer, alleen aan de oppervlakte wiegen kleine golfjes in bleke tinten blauw, licht en ruim. Na de operatie afgelopen woensdag en de gelukkige uitslag: toch geen uitzaaiingen, voelde ik me als een luchtig wit wolkje tegen een Mediterraan  blauwe lucht. Nu land ik langzaam in een nevelig stadslandschap, nog beschermd door de dempende werking van morfine. Ik voel me erg gelukkig, op een kalme manier.

Over een paar dagen is het op de kop af een jaar geleden dat me letterlijk de adem werd ontnomen door een septische shock. Ik herinner me nog de ambulancebroeder die me de binnentrap af hielp, op mijn billen, tree voor tree. Hij in een krakend grote uniformjas, ik in een snel aangeschoten trui en broek. Voor de deur van de galerij stond de uitgeklapte brancard. Met enige hulp wist ik erop te klauteren. Ik werd ingesnoerd en naar de lift gereden. Twee buurvrouwen keken me na, de armen om elkaars middel geslagen, een oerbeeld van verslagenheid, als vissersvrouwen die gadeslaan hoe het noodlot aan hun deur voorbij is gegaan, maar op de deur ernaast heeft geklopt. Ook beneden staat een buurvrouw, ze zwaait treurig, het voelt alsof ik mijn eigen begrafenis meemaak. De aankomst op de Spoedeisende hulp en het afscheid van de aardige ambulancebroeder, die mijn hand pakt en stevig drukt, herinner ik me nog. Verder rest er nog een vervormd beeld van een verpleegkundige, en dat is het. Daar word ik uit de tijd getild. Weken later probeer ik te begrijpen waarom ik in een ziekenhuisachtige omgeving ben. Tot er een bekend gezicht voor me opdoemt, en nog één: “Wij slepen je er doorheen” hoor ik. “Waar doorheen?” vraag ik me af.

In het achterliggende jaar ben ik tweemaal vlak langs de dood gescheerd. Tweemaal is me blijvend ingrijpend letsel bespaard gebleven. Ik ben uitgespuugd door de Wallevis en lig op het strand na te hijgen. Nog even, nog even en dan zal ik met voorzichtige vingers mijn leven verder uitpakken. In de wetenschap dat de draden die mij met het leven verbinden zowel vliesdun als oersterk zijn.

Momenteel verschijnt dit log onregelmatig. Als je een mailtje wilt ontvangen wanneer er een nieuw bericht wordt geplaatst, abonneer je dan (gratis).

Lees verder

Werkelijkheid (3)

In mijn vorige blog heb ik de deur opengezet om te schrijven over het nieuwe ziekteproces waarin ik terechtgekomen ben. Kanker. Sindsdien heb ik geen woord meer opgeschreven. Geen energie. En er is teveel om over te schrijven. En nu ik vlak voor een zware operatie sta, is mijn conclusie dat deze ziekte uiterst vermoeiend is, en dan heb ik het niet over de kwaal zelf.

Lees verder

Werkelijkheid (2)

afbeelding AI gegenereerd

Ongeveer anderhalf jaar geleden ben ik met deze weblog begonnen, omdat ik graag onder woorden breng wat ik voel, denk, en meemaak. Dat kan gaan over de boeken die ik lees, de merkwaardige ervaringen die je in de grote stad kunt hebben of over wat zich elders in de wereld afspeelt. En soms zijn het observaties van mijn eigen voelen en handelen.

Vorig jaar in oktober werd ik ineens ernstig ziek en lag alles stil. Galblaasinfectie, septische shock, coma, IC, verpleegafdeling, revalidatiecentrum. Na een maandenlange periode van herstel, kwam het schrijven weer op gang en heb ik in retrospectief ervaringen beschreven van het ziekzijn. Het viel me later op, dat ik in één van die stukjes het woord tussenruimte gebruikte.  “In die tussenruimte in mijn leven had ik mooie, diepe gesprekken.” Hoezo tussenruimte, dacht ik bij het herlezen. Is het leven vooral een kwestie van gezond zijn, boeken lezen, mensen zien, tentoonstellingen bekijken, uitjes ondernemen, de natuur ingaan?  En is de tijd die daar niet voor gebruikt kan worden, een soort pitstop, waarin zo snel mogelijk alles weer gefikst wordt zodat je weer terug kunt op de baan? De vraag is: hoort ziekzijn niet bij het leven? Dichteres Esther Jansma zegt in het gedicht Wens: Verlies is ook een vorm van bestaan

Lees verder

Publiekstentoonstelling

American Gothic

Gisteren was ik voor het eerst sinds mijn ziekteperiode weer in het Concertgebouw. Kleine zaal, strijkkwartetten. Het was weer helemaal heerlijk. Het publiek, gemiddelde leeftijd tachtig plus, met veel mannen in te groot geworden colberts en vrouwen met orthopedisch schoeisel en verward haar. Het geroezemoes vooraf, het langzaam stilvallen van de zaal, de opkomst van de muzikanten, het applaus. Het aanstrijken van de violen. En dan het langzaam wegdwalen van de gedachten. ‘Hiermee voel ik me verbonden’, dacht ik.

Lees verder

Eikels

Foto AI gegenereerd

Mijn vader had een dwingende hand van opvoeden. Wat overigens niets bijzonders was in de jaren vijftig en zestig. De opvoeding had destijds andere doelen dan tegenwoordig. Maar zijn kritische aanwezigheid in mijn jonge leven heeft tot gevolg gehad dat ik elke deur achter me sluit, de kraan niet voor niets laat lopen, mijn voeten recht vooruit plaats, kopjes doorgaans niet op de rand van het tafelblad plaats, en zeker nooit in de weg zal staan bij in- uit- of doorgangen. Ongetwijfeld nuttige gewoonten, ook in het sociale verkeer. Minder prettig is, dat ik, behalve deze goede gewoonten, ook de dwingende hand van opvoeden van mijn vader heb overgenomen. Ik heb geen kinderen, maar wel medemensen. En, net zoals ik mij verschrikkelijk aan mijn vader ergerde, erger ik me wild aan mezelf als ik weer eens op straat iemand naroep: hand uitsteken! Of: rechts rijden! Op je eigen baan blijven! Is dit 30 km per uur? U staat hier de ingang te blokkeren. Dit is een stiltecoupé. Kunt u misschien iets zachter telefoneren? Wilt u op de stoep gaan lopen! 

Lees verder