Underboobs

Toen ik vanmorgen in de spiegel keek, viel me ineens het verschil op tussen het bruin van mijn hoofd en decolleté en de witheid van mijn lichaam daaronder. Het wit lijkt ineens intiemer onder al dat bruin, met zijn associaties van buitenlucht en gezondheid. De grenslijn van dat gebruinde decolleté scheidt het publieke en het privé gedeelte van mijn lichaam, bedacht ik. En, mijmerde ik verder, de grens tussen wat publiek en wat privé is aan het vrouwenlichaam, verschuift nogal eens. Onder invloed van de tijdgeest. Onder invloed van leeftijd.   

Lees verder: Underboobs

In ons gezin, jaren zestig, in een kleine woning, heerste preutsheid en privacy. Zo kwam het dat ik voor het eerst in het echt een naakte vrouw zag, toen ik al twintig was. Dat gebeurde in het Olympiabad in Berlijn (W), waar geen  badhokjes waren, zoals ik was gewend, maar een gezamenlijke ruimte met banken en kleerhaken erboven. Naast me trok een oudere vrouw haar badpak uit en begon zich rustig af te drogen. Het ontroerde me, het voelde zo gewoon, zo vertrouwd.

Een paar jaar later, midden jaren zeventig, trok ik op het Griekse strand het bovenstukje van mijn bikini uit alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Voor mij en mijn westerse leeftijdsgenoten was dat ook zo. In elk geval wílden we graag dat het de normaalste zaak van de wereld was. Natuurlijk wijdde ik wel een enkele gedachte aan de vraag wat de plaatselijke bevolking ervan zou vinden, maar ja, iedereen deed het, dus ach. En streeploos bruin worden, met juist niet zo’n grenslijn op je bovenlijf, stond toch veel mooier!

Nu, zomer 2023, ligt de grenslijn privé-publiek voor jonge vrouwen halfbils (korte broekjes). Daarbij worden bh-achtige topjes gedragen. En ook nieuw voor dit jaar zijn de zgn. underboobs: zicht op de onderkant van de borsten door het dragen van mini korte, wijde topjes.

Bij de mannen is er niet zoveel veranderd. Onder invloed van klimaatverandering worden er meer korte broeken gedragen, ook op het werk. En de sok is weg uit de sandaal, zelfs uit de sneaker. Een bepaald soort mannen laat ook boven de leren schoen een naakte enkel zien. Daarentegen is de zwembroek aanzienlijk groter geworden. De Speedo, die ik voor de laatste keer in een felgele kleur zag aan het te gebruinde lijf van een bekende Nederlander, is van de stranden verdwenen. Mannen dragen shorts of zwembroeken op bermudalengte.

Voor oudere vrouwen ligt het in de verwachting dat zij steeds minder van zichzelf laten zien. De bovenarmen te rimpelig, het decolleté craquelé, ontsieringen op de benen. Althans zo wordt daar in Nederland over gedacht. Aan de Mediterrané trekt niemand zich iets aan van de aftakeling. Op straat  strak in de krul en de nagellak, op het strand in een bikini. Ik zou zeggen: laten we  ons bij hen aansluiten. Laten we, als we daar zin in hebben, de wind en de zon op onze huid blijven voelen. En op een mooie zomerdag, op een stil strand, onze kleren uittrekken en naakt de zee inlopen.

EMANCIPATIE

Een jaar of tien, vijftien geleden, werkte ik op het stadhuis in Amsterdam. Onze kamer had uitzicht op de Blauwbrug en op een ochtend klonk er vrolijke muziek buiten, getrommel, zang. Toen ik uit het raam keek zag ik een groep mensen staan: vrouwen in traditionele Surinaamse gewaden, kunstig gevouwen doeken op het hoofd, een man met een trommel.  Nieuwsgierig liet ik mijn werk in de steek en ging naar beneden. Het bleek te gaan om KetiKoti , de viering van de bevrijding van de slavernij. Een groep van zo’n vijftig, misschien honderd mensen zette zich in beweging naar het Oosterpark voor een herdenking. Ik had er nooit eerder iets over gehoord.

Lees verder

Hoefbevangenheid

Een prachtige tocht was het, door het Limburgse heuvellandschap, langs Gulp en Geul. Glooiende heuvels, akkers waarop het goudgele koren wiegelde in de wind, schaduwrijke bossen.

Na de eerste dag had ik grote blaren op mijn hielen. Zo groot had ik ze nog nooit gehad.

Lees verder

Eindstand eenmans

Ik ben een groot liefhebber van de columns van Prof. Soortkill die in de zaterdagkrant van het NRC staan. Daarin brengt hij ons begrippen bij uit de Smibologie, de leer van de vrije geesten uit de Smib (ook wel bekend als de Bijlmer), in mijn woorden: hij leert ons de straattaal van de Bijlmer. Ik lees ze met driewerf plezier: om de taal, de poëzie van de taal en de levenswijsheid.

Lees verder

Woorden

Nathalie Sarraute is een Franse schrijfster van experimentele romans en essays. Ze is van Russisch-Joodse origine en groeide op in Parijs. Ze leefde van 1900 tot 1999. Er is een handjevol boeken van haar vertaald in het Nederlands, en wat ik daarvan las (Tropismen, Kindertijd, Het gebruik van het woord) maakte indruk op me vanwege haar precisie en haar analytische, onderzoekende schrijfwijze. In ‘Het gebruik van het woord’  uit 1980, legt Nathalie Sarraute in korte hoofdstukken een aantal woorden en vaak gebruikte zinnetjes onder de microscoop, zinnetjes als Praat me daar niet van of Tot gauw. Zo onderzoekt ze de reikwijdte en mogelijke betekenissen van de woorden en begeeft ze zich op het snijvlak van taal en psychologie.

Dat interesseert me. Wat kan een woord oproepen? Wat gebeurt er als je inzoomt op de betekenis van woorden binnen een zin? Ik nam een willekeurig zinnetje uit het boekje van Sarraute zelf (bladzijde openslaan, prikken) en probeerde het uit. De zin komt uit een scene waarin twee mannen elkaar ontmoeten in een café.

Lees verder: Woorden

Hij zwijgt dus om het te laten komen en wacht er met vertrouwen op.

Hij zwijgt- zijn woorden worden niet uitgesproken, maar blijven gedachten die door zijn hoofd spelen, onbelangrijke gedachten zoals een vluchtig zich afvragen of hij nog voldoende sigaretten heeft, kort, veel korter dan het schrijven of lezen van deze hele zin. Hij zwijgt- misschien zijn er geen gedachten, moeilijk voorstelbaar, maar mogelijk. Hij zwijgt- hij voelt geen aanvechting iets te zeggen. Hij zwijgt- er zit iemand tegenover hem, een man. Hij zwijgt, zodat er ruimte is. Geen ongemakkelijke ruimte die gevuld moet worden, geen onpersoonlijke afstandelijke ruimte, geen ruimte die de ander dwingt tot woorden (zegt u het eens?) maar een ruimte die de ander zachtaardig uitnodigt. Het mag-het hoeft niet- de ander mag spreken. De ander mag zich uitspreken. Zal daarin mogelijk worden begeleid of worden aangemoedigd door een warme blik, een Jaja, of een hoofdknik. Maar de ander zal niet tegemoetgekomen worden in de gezamenlijke ruimte.

Wat als de ander ook zwijgt? En de ruimte tussen hen leeg blijft- ongebruikt, onbenut- er ontstaat ongemak, een spanning bouwt zich op- geen van beiden eigent zich die spanning toe- maar die probeert toch zich opdringerig aan één van beiden te hechten. Misschien gaat A door de knieën en stelt voor: Zullen we iets bestellen? Met deze neutrale opmerking verenigt hij hen beiden in één zin  en richt op een doel buiten hen, ergens in de richting van de toog. De spanning lost op. Of A neemt zijn bril af en wrijft de glazen één voor één op.

Maar nee, A zwijgt, want wacht er met vertrouwen op. Op de woordenstroom die meestal aarzelend op gang komt, na wat verlegen blikken en gefrommel aan een hemdsknoopje, en die langzaam, als een voorjaarsbui die als een bedachtzame waarschuwing eerst een paar grote lauwe druppels laat vallen, en dan opbouwt naar een korte felle uitbarsting. A zwijgt om het te laten komen, hij wacht er met vertrouwen op, hij weet wat er gaat gebeuren. Hij kent de volgorde van de komende gebeurtenissen.

Hij zwijgt dus om het te laten komen en wacht er met vertrouwen op.   

Ja, dat wil ik

Gistermorgen, toen we ons in het Westerpark verzamelden om te gaan sporten, kwamen er aarzelend een paar jongetjes op ons aflopen. 

“Mevrouw, mag ik iets vragen?” vroeg de dapperste aan mij, een pril snorretje zichtbaar op zijn bovenlip.

“Ja?”

“Wat zou u nog graag willen doen in uw leven?”

“Waarom wil je dat weten?” vroeg ik, enigszins overvallen door dit onderwerp zo op de vroege morgen.

“Voor een project van school, mevrouw.”

En ja, toen ik op keek zag ik meerdere groepjes kinderen uitzwermen in de richting van  voorbijgangers. Ik moest een tijdje in de blauwe lucht staren, voor het antwoord kwam.

“Ik wil graag nog een boek schrijven.”

Lees verder

Landschap (2)

Aan de westkant van Terschelling ligt een uitgestrekte zandplaat, de Noordvaarder. Als je naar het noorden over de zandplaat loopt, tussen de kleine stroompjes en ondiepe plassen door die de terugtrekkende zee heeft achtergelaten, ga je de ruimte tegemoet.

Lees verder

Inspiratie (2)

Woolf analyseert de ongelijke positie van mannen en vrouwen scherp en spottend, maar Baldwins woorden zijn gekweld, woedend. Het is  niet te verdragen, de onrechtvaardigheid, de vernedering, de uitzichtloosheid die hij ervaart als zwarte tiener in Harlem, New York, jaren dertig.

Lees verder