Biënnale van Venetië 2026

Voorspelbaar ja, maar het gebeurde spontaan: de golf van dankbaarheid die door me heen ging, op het bootje over de Lagune varend naar de stad: We zijn er weer! Geëmotioneerd stootte ik Karen aan: We zijn er weer, na alles wat we hebben meegemaakt! Waaauw!
Ja, we waren er weer. Met dat gevoel als onderstroom dwaalde ik weer door de stad, over het Giardini terrein en door het Arsenale.

Iemand maakt een beeld dat precies goed is. Niet dat je het vooraf had verzonnen, maar je herkent het direct als iets dat klopt. Die sensatie had ik o.a. bij dit bovenstaande schilderij van de Brits-Keniaanse kunstenaar Michael Armitage: De theeplukster. In alle losheid zet hij haar linksonder in het beeld neer. Een klein gezicht. Je kijkt er bijna overheen. De last die zij draagt is wel driemaal zo groot als haar hoofd. Dit is haar leven. Ik heb ze gezien in het zuiden van Sri Lanka, de theepluksters. Mensen die nauwelijks genoeg verdienen om van te leven. Armitage had haar ook alleen kunnen afbeelden, maar in die veel grotere ruimte boven haar, zijn twee gezichten weerspiegeld. Wat betekent dat? Is het haar gedachtewereld? Verwijst het naar spiritualiteit? Naar haar voormoeders, die net als zij hard werkten voor hun bestaan? Ze maakt deel uit van iets groters, dit leven, dit werken, zegt niet alles over haar.

Wat raakte me nog meer? De oude lichamen die Baselitz heeft afgebeeld. Zijn laatste werk. Op grote doeken bedekt met dunne lagen bladgoud heeft hij zijn lichaam en dat van zijn vrouw in dunne zwarte penseelstreken nageschilderd. Op sommige van de schilderijen is pastelkleurige verf aangebracht- zoals hij in de bijbehorende documentaire vertelt- als ode aan Willem De Kooning, aan zijn kleuren en aan de spontaniteit waarmee hij schilderde.
Het is verstild werk en ook door het zien van de documentaire, raakte het me. Hoe hij tot op het laatst gedreven was om vorm te geven aan wat hem bezig hield, tot op het laatst bewust en deskundig wist waarom dat op exact deze manier moest gebeuren, in welke traditie hij zich daarmee plaatste en met wie hij verwantschap voelt.
Wat gaf hij mij hiermee? Hij laat teder en toegewijd en eerlijk zien wat ouderdom is. Hij toont zijn eigen lichaam in alle aftakeling, en dat van zijn vrouw, maar het zou iedereen kunnen zijn, omdat we bijna allemaal oud en versleten raken. En door de vorm die hij kiest, dwingt hij daar eerbied voor af. Bovendien geeft hij het bewijs dat er mensen zijn die blijven doorgaan met vormgeven van wat er in de eigen belevingswereld speelt en dat in de publieke wereld neerzetten. Zodat het deelbaar wordt. Voelbaar. Verbinding kan brengen.

En dan het werk van Nick Cave, de popzanger die twee zonen verloor. Het waren niet eens de kunstwerken zelf die me raakten, maar de titel ervan: Two points in time at once. Omdat dat voor mij precies verwoordt wat rouw is. Je bent steeds in twee realiteiten: in het hier en nu mét het bewustzijn van wat er niet meer is. Wie er niet meer is. In Venetië de Biënnale bezoeken en niet naar huis kunnen bellen om te vertellen hoe de dag was en vragen hoe het met de poes gaat en wat heb je gegeten en is het erg warm in huis?
Eigenlijk is het steeds een verdringen van die afwezigheid, er niet denken aan wat verloren is. Dus er blijft een zwaarte, een nevel in het hoofd die Venetië nog onoverzichtelijker maakt. Maar het hart laat zich raken, direct. Door die tekst. Niet zozeer door de sculpturen die de zeven stadia van rouw symboliseren. In die opeenvolgende stadia geloof ik niet. Ik denk eerder dat rouw het oscilleren tussen twee zijnstoestanden is. The need to rest in split space, heet één van de sculpturen. De behoefte, de noodzaak om die twee realiteiten allebei te kunnen bevatten. Zodat het onwerkelijke van in Venetië zijn echt werkelijk kan worden en het verlorene ook echt verloren is. Het allebei waar laten zijn, hoe doe je dat?
Op een avond lag ik op het bed in de hotelkamer en strekte mijn hand uit naar R.
“Je bent er niet,” fluisterde ik, maar hij was er wel. Zoiets.