Job

Nadat ik de septische shock had overleefd en flink op weg was met revalideren en toen de diagnose darmkanker kreeg, heb ik me wel eens afgevraagd of ik iets had gedaan om de goden te vertoornen. Wilde het leven me een les leren? En zo ja, welke dan? En natuurlijk schoot me het verhaal van Job te binnen. De man aan wiens ongeluk een heel Bijbelboek is gewijd. Ik herinnerde me uit mijn gereformeerde verleden (bij ons thuis werd vroeger elke dag na het eten uit de Bijbel voorgelezen) dat Job na veel ellende op de mestvaalt eindigde, zijn lichaam overdekt met zweren. Een beeld dat diepe indruk op mijn kinderziel maakte. Vooral vanwege de combinatie van die woorden: zweren en mestvaalt. Wat deed hij daar? Moest hij niet naar de dokter? Moest hij geen werk zoeken? Nee, hij richtte zich tot God en weeklaagde over zijn lot. So far so good. Nu staat de Bijbel vol met verhalen waarin en waarvan mensen iets moeten leren, dus wat is de boodschap van het boek Job?

Via Google kwam ik uit op de Statenvertaling, uit 1886, met veel woorden als eeniegelijk, aangezicht en dezulke, die me verrassend bekend voor kwamen. Het deed me denken aan een prachtig beeld uit een boek van Jan Wolkers. Ik denk dat het Terug naar Oegstgeest is. De ik-persoon in die scene is een peuter, die vastgebonden zit in een kinderstoel. Voor hem ligt een reusachtige Bijbel en elke dag wordt er een bladzijde omgeslagen. Dat is het. Die vliesdunne dikbedrukte bladzijden, vol met de  beklemming én de betovering van de Bijbelverhalen. Geschreven in de tale Kanaäns.

Lees verder

Lezen en schrijven

Ik ben een enorme fan van Simenon, de schrijver van 75 detectiveromans en 28 novelles over Maigret. En nee, nu niet meteen afhaken, alsjeblieft! Hij heeft ook 136 psychologische romans  en honderden andere verhalen en novelles geschreven die niet om een misdaadplot draaien, maar waarin hij wel weergaloos de hartstochten en verlangens van mensen weet te vangen. Gevoelens die hen vaak in ernstige problemen brengen. Het loopt namelijk nooit goed af. In een paar zinnen zet hij een situatie neer: een rijke boerenweduwe, die de losse arbeider die bij haar aan klopt om werk goed kan gebruiken; de Poolse illegaal die in het nachtelijk Parijs zijn kostje bij elkaar scharrelt en steeds verder in de problemen raakt; Simenon schetst de verschillende sociale milieus net zo makkelijk als de verschillende omgevingen of weersomstandigheden, en in elk verhaal voel je de vaste hand van een verteller die weet wat hij wil zeggen. Het was dan ook een buitenkans om zijn Roman van de mens in handen te krijgen, want in deze beschouwing uit 1959 stelt hij zichzelf twee vragen: waarom schrijven schrijvers? En waarom lezen lezers?

Lees verder

Ja Lieke, ik ook!

Op een andere planeet kunnen ze me redden is de titel van het laatste boek van Lieke Marsman. Lieke Marsman, 1990, is dichter, romanschrijver, filosoof, essayist en leeft in een lichaam dat al jarenlang wordt geteisterd door kanker. Na het lezen van het eerste hoofdstuk steken er al zeven roze stickertjes tussen de bladzijden, passend bij het prachtige zuurstokroze boekontwerp.

Ze beschrijft dat er zoveel meer is dan de ziekte zelf, waar je mee te maken krijgt, als het ernstig mis gaat. De ingewikkeldheid van de arts-patiënt relatie. Of wat het met je doet als je tijdelijk of op lange termijn geen perspectief hebt op terugkeer naar een zorgeloos leven. En daar doorheen toont ze steeds weer haar onverslaanbare levenslust en intellectuele nieuwsgierigheid. Ik werd opnieuw geraakt door de kracht van het woord. Hoe fijn, nee, hoe essentieel is het, dat mensen de meest uiteenlopende ervaringen onder woorden brengen en delen. Hoe behulpzaam en troostend is dat.

Lees verder

(Doem) denken

Stel, je koopt een nieuwe broek en de verkoopster vraagt bij de kassa: ‘Mag ik even uw telefoon om in uw contacten te kijken? En mag ik dan ook even in uw fotogalerij neuzen? Dan kan ik u namelijk deze broek beter verkopen.’

Ik kan me moeilijk voorstellen dat je dan zegt ja hoor, hier is mijn telefoon. Je zou je wenkbrauwen optrekken en je afvragen of de verkoopster gek geworden is. Maar dit gebeurt natuurlijk aan de lopende band als je online iets koopt en de cookies niet weigert. Dan geef je toegang tot de gegevens op je telefoon én tot de daaraan gekoppelde apparaten, zoals laptop en IPad. En het word je toch wel een beetje lastig gemaakt om te weigeren. Elke keer als je een website bezoekt moet je opnieuw cookies weigeren. En bij de ene site gaat dat sneller dan bij de andere. En als je snel even iets wilt op zoeken, of een kaartje voor de film wilt kopen, is het veel makkelijker om gewoon te accepteren. En dan geef je weer een museum of een bioscoopconcern toegang tot al je privédata. Waar is dat voor nodig, gewoon omdat je een boek wilt bestellen of een filmkaartje? Om onze service aan u te personaliseren, staat er dan bij. Zodat u geen reclames krijgt die niet bij u passen. Is dat mijn belang of dat van de verkoper? En waarom is er dan toegang nodig tot ál die gegevens?

Onlangs las ik Prophet song, van Paul Lynch. Een donker boek. Het gaat over de fictieve situatie dat er in Ierland een totalitaire, maar verder qua politieke kleur anonieme, regering aan de macht is. Met behulp van een noodwet trekt de regering de macht naar zich toe en begint de burgerrechten in te perken. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een vrouw, moeder van vier kinderen, wetenschapper en getrouwd met een vakbondsleider. Aan het begin van het boek komen twee mannen langs die haar man waarschuwen de aangekondigde staking van onderwijspersoneel af te blazen. Hij weigert dat, demonstreren is immers bij wet toegestaan, is zijn weerwoord. Maar tijdens de demonstratie verdwijnt hij en blijft onvindbaar. De normale wegen van het recht blijken afgesloten, advocaten krijgen geen toegang tot inforatie e worden zelf bedreigd. Op het werk worden langzaamaan mensen op cruciale functies vervangen door regeringsgezinden En zo zet een totale instorting in van alles waar veiligheid op gebaseerd is en die vooral blijkt af te hangen van een onafhankelijke overheid, rechtspraak en pers. Het gaat allemaal eigenlijk heel makkelijk.

Lees verder

Publiekstentoonstelling

American Gothic

Gisteren was ik voor het eerst sinds mijn ziekteperiode weer in het Concertgebouw. Kleine zaal, strijkkwartetten. Het was weer helemaal heerlijk. Het publiek, gemiddelde leeftijd tachtig plus, met veel mannen in te groot geworden colberts en vrouwen met orthopedisch schoeisel en verward haar. Het geroezemoes vooraf, het langzaam stilvallen van de zaal, de opkomst van de muzikanten, het applaus. Het aanstrijken van de violen. En dan het langzaam wegdwalen van de gedachten. ‘Hiermee voel ik me verbonden’, dacht ik.

Lees verder

Ik hou van Murakami

Na 638 bladzijden sloeg ik het laatste boek van Murakami dicht met de innerlijke verzuchting: Ik hou van Murakami…

Deze roman, De stad en zijn onvaste muren, is in de recensies die ik heb gelezen niet erg gunstig besproken. Te langdradig, teveel herhalingen. We kennen Murakami zo langzamerhand wel, hij zou zich eens moeten vernieuwen. Kritiek die ook van fervente liefhebbers zoals Auke Hulst kwam. Over die opmerking dat de schrijver zich zou moeten vernieuwen heb ik trouwens nog wel even nagedacht. Vind ik dat ook? Een schrijver heeft een kenmerkende eigen stijl, vergelijk Elisabeth Strout met Ali Smith met Claire Keegan, zo verschillend, zo eigen! Zou hun stijl moeten worden vernieuwd? Nou nee, dat denk ik echt niet. Die stijl maakt ze uniek en waardevol. De thematiek dan? Kijk naar Nobelprijswinnares Annie Ernaux, naar Edouard Louis,  Oek de Jong of Reve. Het thema waarover zij schrijven weerspiegelt de waarnemingswereld, de ervaring, de blik van de schrijver.  Waarom moet dat vernieuwd worden? Vernieuwen zou ook kunnen slaan op de noodzaak om meer op de actualiteit in te haken. Ja dat is misschien wel een goed argument. Maar hebben we er niet meer aan als we door het lezen van een verhaal iets meer begrijpen van onszelf en de menselijke conditie, en dus uiteindelijk van de grote levensthema’s? Zolang we maar  toegang hebben tot vele stemmen en perspectieven…..

Lees verder

Detectives

Zojuist heb ik de 266e vergeelde bladzijde vol piepkleine lettertjes uitgelezen van Colin Dexters De doden van Jericho. Ik citeer even de laatste alinea, zodat je een impressie krijgt van de hoofdpersoon:

…en terwijl hij in de rij voor het buffet wachtte, streelden zijn ogen het slanke en ronde achterwerk van de vrouw pal voor hem toen ze over de tafel boog. Maar hij zei niets; en nadat hij zijn maaltijd alleen had genuttigd, vond hij een makkelijk excuus om weg te glippen en liep naar huis.

Tja, de ontmoeting die de inspecteur had met een aantrekkelijke dame aan het begin van het boek, ook bij een feestelijk buffet, liep niet goed af, want de vrouw werd vermoord. Dus, verstandig genoeg, houdt hij zich ditmaal verre van de verleiding.

Lees verder: Detectives

Het interessante van boeken of kranten die al een tijdje hebben gelegen-dit boek is geschreven in 1981 en vertaald in het Nederlands in 1992-is, dat je wordt geconfronteerd met het oude normaal. Ik las de boekjes van Dexter destijds graag, en was kien op de aanbiedingen van Zeeman, waar ze nu en dan voor 0,79 cent te krijgen waren. Nu, dertig jaar later, sta ik ervan te kijken wat een morsig en abject figuur de hoofdpersoon is: zo zit hij rustig naast een lijk de onder het bed gevonden pornoblaadjes te bekijken terwijl de forensische recherche onderzoek doet. Bovendien is de man drankzuchtig en heeft hij de overtuiging dat hij op zijn scherpst is als hij dronken is. Wat me doet denken aan de hoofdpersoon van Simenon, Maigret, die ook van de vroege morgen tot de late avond drinkt. Of hij nu op bezoek is bij een mogelijke verdachte, of een gesprek heeft met de lijkschouwer, voortdurend is er een glas sterke drank binnen handbereik. En dan worden er natuurlijk ook voortdurend grote hoeveelheden rookwaren de lucht in gepaft. Er is wel het een en ander veranderd….

Het tweede wat me aan het boekje opviel was de plot. Net als in de intriges van Agathe Christie, word je als lezer voortdurend misleid en in de war gebracht, zodanig dat je je  gaande het boek steeds meer een blindeman in een doolhof voelt. Bij mij zakte al lezend de interesse voor hoe het nu eigenlijk allemaal zit helemaal weg. Het irriteert me ook, als een schrijver de lezer als een tegenstander ziet, die zo ingewikkeld mogelijk om de tuin geleid moet worden. Maar misschien was dat ook wel het oude normaal. Hoewel, om even op Simenon terug te komen, hij schrijft veel respectvoller over zijn personages. In zijn boeken draait het vaak om onvervulde verlangens en verwaarloosde behoeften, die plotseling aangeraakt worden, kort geluk beloven, maar die de gekwelde hoofdpersonen uiteindelijk onherroepelijk leiden tot misdaad en ongeluk. Zijn karakters zijn nooit plat en de landschapsbeschrijvingen onderstrepen de stemmingen in het verhaal.

In de boeken van Donna Leon, een andere geliefde schrijver, zijn de motieven van de hoofdpersonen eveneens de leidraad die commissario Brunetti volgt om te ontdekken waarom een misdaad is gepleegd en door wie. In het begin van haar serie over de commissaris waren Leons beschrijvingen van de stad Venetië met de bureaucratie, de corruptie, het falend bestuur, de kerken die eeuwigdurend in de steigers staan, vooral couleur locale. Maar gaandeweg is de bespiegeling op de Italiaanse samenleving  hoofdonderwerp geworden en draaien de plots om vervuiling in de lagune, om de Afrikaanse straatverkopers, om het toenemend aantal Chinese ondernemers en om de gedachten die Brunetti hierover heeft.

Brunetti is een baken van fatsoen en medemenselijkheid, in tegenstelling tot de inspecteur in Colin Dexters  De doden van Jericho. Maar in de tv serie naar aanleiding van de boeken van Dexter is zijn inspecteur Morse opgepoetst tot een weliswaar norse, maar verder uiterst correcte gentleman, een introverte, slimme man, die hooguit tussen de middag een pint drinkt met zijn compaan Lewis. Het nieuwe normaal.

Mannen en vrouwen (1)

Het is nu moeilijk voor te stellen, maar tot een jaar of zestig geleden werden meisjes voornamelijk opgevoed om huisvrouw en moeder te worden. Een opleiding werd niet nodig geacht, want hun toekomst lag immers al vast. Dat betekende bijvoorbeeld dat meisjes in het huishouden hielpen en jongens niet. Dat meisjes werden aangespoord behulpzaam, bescheiden en lief te zijn, opdat zij niet zouden ‘overblijven’. De vrouwen van mijn generatie zijn net zo gesocialiseerd als de moeder van Rubialis, de voorzitter van Spaanse voetbalbond, de man van De kus. Zij verzorgde het voorlopig laatste dramatische hoogtepunt in de affaire door zich in een kerk op te sluiten en in hongerstaking te gaan, in protest tegen de bloedige heksenjacht op haar zoon. Hoeveel gevoel voor theater kun je hebben! Helaas moest ze al na twee dagen in een ziekenhuis worden opgenomen. Zij heeft haar zoon ongetwijfeld geleerd dat een man sterk moet zijn, zich niet moet laten kennen, en de aanval moet kiezen als hij in het nauw gedreven wordt.

Lees verder: Mannen en vrouwen (1)

Wat me weer doet denken aan een paar straatinterviews in Italië, ten tijde van de Bunga bunga party’s van Berlusconi en de beschuldigingen aan zijn adres van seks met een minderjarige. Tot mijn ontsteltenis vonden alle vrouwen die om hun mening over deze kwestie werden gevraagd, dat de enige schuldige aan deze uitspattingen Berlusconi’s vrouw was, want een vrouw moet haar man bij zich zien te houden en als haar dat niet lukt gaat hij het vanzelfsprekend elders zoeken.

Hoe ver wij inmiddels hier in Nederland van deze traditionele moraal verwijderd zijn geraakt, is te lezen in het prachtige boek De omwenteling: of de eeuw van de vrouw van Suzanna Jansen (Het pauperparadijs). Een feest van herkenning. De toekenning van het vrouwenkiesrecht, het beschikbaar komen van anticonceptie, de ‘huisvrouwenziekte’ (vrouwen werden massaal overspannen van verveling en doelloosheid toen het huishouden steeds minder werk vroeg), de grote feministische golf, die voor veel vrouwen een inhaalslag betekende qua scholing en werk (de Moedermavo, de VIDO groepen), het komt allemaal voorbij. En daarmee komt ook in beeld hoe het traditionele model van taakverdeling tussen man en vrouw langzaamaan onttakeld werd.

Maar hoe is het intussen met de mannen? Hebben zij zich opnieuw uit kunnen vinden? Tijdens de feministische golf was er Man Vrouw Maatschappij, er waren mannenpraatgroepen. Maar nu?

Ik las in zowel De Groene Amsterdammer (foto links) als In Vrij Nederland (foto rechts) uitgebreide stukken over dit onderwerp. En de teneur van het verhaal is dat het niet zo goed gaat met onze mannen. Neem alleen al het onderwijs: In de jaren zeventig was het aandeel studerende vrouwen dertig procent, een decennium later veertig procent. En de laatste twintig jaar zijn vrouwen in het hoger onderwijs in de meerderheid. In het stuk van Pepijn Keppel in De Groene  gaat het vooral over de persoonlijke ontwikkeling van mannen: in retraites bijeen zijn, gevoelens delen, verzachten. Zoals vrouwen het mannelijke in zich hebben leren omarmen, zo zouden mannen het vrouwelijke in zich moeten leren toestaan. In het stuk in VN van Menno Sedee wordt vooral aan de orde gesteld dat het een maatschappelijk issue is, de problemen van mannen: ze doen het slechter op school, zijn eenzamer, vaker crimineel, verslaafd aan drugs of alcohol, zijn vaker dakloos, gaan eerder dood en plegen vaker zelfmoord. Hij vindt dat het tijd wordt dat deze tendensen als probleem worden onderkend en op de maatschappelijke agenda komen, in plaats van het normaal te vinden, hooliganisme, uitgaansgeweld, jeugdcriminaliteit. Tegelijk waarschuwt hij voor rechtse ressentimenten, het verheerlijken van macho mannen zoals Trump en Bolsonaro, of Andrew Tate, een belangrijk influencer met een criminele staat van dienst. ‘De conservatieve krachten winnen om ons heen’ citeert Sedee de bestuurssocioloog Van Ostaijen. ‘En die zullen er niet per se van geporteerd zijn om dit vraagstuk naar een nieuw niveau te tillen.’

Nee, want dan zal benoemd worden dat hooliganisme niet over mensen gaat, maar voor 95% over mannen. En daar zullen juist degenen zich tegen verzetten die toch al vinden dat vrouwen hen in een hoek drukken. Er moet dus een positief perspectief gevonden worden. Een nieuwe definitie van mannelijkheid. En, eindigt Sedee zijn stuk: Als er sprake is van een ‘mannencrisis’, moeten we die niet overlaten aan conservatievelingen die het liefst de klok terugdraaien. Een progressief antwoord is dan urgent.

 Helemaal mee eens!

Landschap (2)

Aan de westkant van Terschelling ligt een uitgestrekte zandplaat, de Noordvaarder. Als je naar het noorden over de zandplaat loopt, tussen de kleine stroompjes en ondiepe plassen door die de terugtrekkende zee heeft achtergelaten, ga je de ruimte tegemoet.

Lees verder

Inspiratie (2)

Woolf analyseert de ongelijke positie van mannen en vrouwen scherp en spottend, maar Baldwins woorden zijn gekweld, woedend. Het is  niet te verdragen, de onrechtvaardigheid, de vernedering, de uitzichtloosheid die hij ervaart als zwarte tiener in Harlem, New York, jaren dertig.

Lees verder