Datagestuurd

foto in de Telegraaf van vandaag

Sinds een paar jaar gebruik ik de website Goodreads om bij te houden wat ik heb gelezen en kort te noteren wat ik van het boek vond. Dat is handig en je weet ook meteen hoeveel boeken je hebt gelezen. Tot ik ontdekte dat de boekenteller gewoon doortelt als het jaar om is, zodat je niet weet hoeveel je in een bepaald jaar leest. Iemand wees me erop dat je ook een “challenge” kunt doen, jezelf een doel stellen om een bepaalde hoeveelheid boeken te lezen in een jaar. Dan wordt wél per jaar bijgehouden hoeveel je leest. O.k. Ik heb nu voor 2025 een doel van 75 boeken ingesteld. En wat gebeurt er? Bij elk boek dat ik uit heb, krijg ik een melding of ik voorloop of achter ben ten opzichte van het gestelde doel. En nu betrap ik mezelf erop dat ik soms liever een dun boekje wil kiezen dan een dik, zodat ik niet ga achterlopen. Bizar natuurlijk. Ik hou van lezen. Maar nu ik het bijhoud op een website laat ik, als ik niet oppas, mijn boekenkeuze beïnvloeden door de cijfertjes. De omgekeerde wereld.

Lees verder

Job

Nadat ik de septische shock had overleefd en flink op weg was met revalideren en toen de diagnose darmkanker kreeg, heb ik me wel eens afgevraagd of ik iets had gedaan om de goden te vertoornen. Wilde het leven me een les leren? En zo ja, welke dan? En natuurlijk schoot me het verhaal van Job te binnen. De man aan wiens ongeluk een heel Bijbelboek is gewijd. Ik herinnerde me uit mijn gereformeerde verleden (bij ons thuis werd vroeger elke dag na het eten uit de Bijbel voorgelezen) dat Job na veel ellende op de mestvaalt eindigde, zijn lichaam overdekt met zweren. Een beeld dat diepe indruk op mijn kinderziel maakte. Vooral vanwege de combinatie van die woorden: zweren en mestvaalt. Wat deed hij daar? Moest hij niet naar de dokter? Moest hij geen werk zoeken? Nee, hij richtte zich tot God en weeklaagde over zijn lot. So far so good. Nu staat de Bijbel vol met verhalen waarin en waarvan mensen iets moeten leren, dus wat is de boodschap van het boek Job?

Via Google kwam ik uit op de Statenvertaling, uit 1886, met veel woorden als eeniegelijk, aangezicht en dezulke, die me verrassend bekend voor kwamen. Het deed me denken aan een prachtig beeld uit een boek van Jan Wolkers. Ik denk dat het Terug naar Oegstgeest is. De ik-persoon in die scene is een peuter, die vastgebonden zit in een kinderstoel. Voor hem ligt een reusachtige Bijbel en elke dag wordt er een bladzijde omgeslagen. Dat is het. Die vliesdunne dikbedrukte bladzijden, vol met de  beklemming én de betovering van de Bijbelverhalen. Geschreven in de tale Kanaäns.

Lees verder

Ja Lieke, ik ook!

Op een andere planeet kunnen ze me redden is de titel van het laatste boek van Lieke Marsman. Lieke Marsman, 1990, is dichter, romanschrijver, filosoof, essayist en leeft in een lichaam dat al jarenlang wordt geteisterd door kanker. Na het lezen van het eerste hoofdstuk steken er al zeven roze stickertjes tussen de bladzijden, passend bij het prachtige zuurstokroze boekontwerp.

Ze beschrijft dat er zoveel meer is dan de ziekte zelf, waar je mee te maken krijgt, als het ernstig mis gaat. De ingewikkeldheid van de arts-patiënt relatie. Of wat het met je doet als je tijdelijk of op lange termijn geen perspectief hebt op terugkeer naar een zorgeloos leven. En daar doorheen toont ze steeds weer haar onverslaanbare levenslust en intellectuele nieuwsgierigheid. Ik werd opnieuw geraakt door de kracht van het woord. Hoe fijn, nee, hoe essentieel is het, dat mensen de meest uiteenlopende ervaringen onder woorden brengen en delen. Hoe behulpzaam en troostend is dat.

Lees verder

(Doem) denken

Stel, je koopt een nieuwe broek en de verkoopster vraagt bij de kassa: ‘Mag ik even uw telefoon om in uw contacten te kijken? En mag ik dan ook even in uw fotogalerij neuzen? Dan kan ik u namelijk deze broek beter verkopen.’

Ik kan me moeilijk voorstellen dat je dan zegt ja hoor, hier is mijn telefoon. Je zou je wenkbrauwen optrekken en je afvragen of de verkoopster gek geworden is. Maar dit gebeurt natuurlijk aan de lopende band als je online iets koopt en de cookies niet weigert. Dan geef je toegang tot de gegevens op je telefoon én tot de daaraan gekoppelde apparaten, zoals laptop en IPad. En het word je toch wel een beetje lastig gemaakt om te weigeren. Elke keer als je een website bezoekt moet je opnieuw cookies weigeren. En bij de ene site gaat dat sneller dan bij de andere. En als je snel even iets wilt op zoeken, of een kaartje voor de film wilt kopen, is het veel makkelijker om gewoon te accepteren. En dan geef je weer een museum of een bioscoopconcern toegang tot al je privédata. Waar is dat voor nodig, gewoon omdat je een boek wilt bestellen of een filmkaartje? Om onze service aan u te personaliseren, staat er dan bij. Zodat u geen reclames krijgt die niet bij u passen. Is dat mijn belang of dat van de verkoper? En waarom is er dan toegang nodig tot ál die gegevens?

Onlangs las ik Prophet song, van Paul Lynch. Een donker boek. Het gaat over de fictieve situatie dat er in Ierland een totalitaire, maar verder qua politieke kleur anonieme, regering aan de macht is. Met behulp van een noodwet trekt de regering de macht naar zich toe en begint de burgerrechten in te perken. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een vrouw, moeder van vier kinderen, wetenschapper en getrouwd met een vakbondsleider. Aan het begin van het boek komen twee mannen langs die haar man waarschuwen de aangekondigde staking van onderwijspersoneel af te blazen. Hij weigert dat, demonstreren is immers bij wet toegestaan, is zijn weerwoord. Maar tijdens de demonstratie verdwijnt hij en blijft onvindbaar. De normale wegen van het recht blijken afgesloten, advocaten krijgen geen toegang tot inforatie e worden zelf bedreigd. Op het werk worden langzaamaan mensen op cruciale functies vervangen door regeringsgezinden En zo zet een totale instorting in van alles waar veiligheid op gebaseerd is en die vooral blijkt af te hangen van een onafhankelijke overheid, rechtspraak en pers. Het gaat allemaal eigenlijk heel makkelijk.

Lees verder

Verwerken

Julian Merrow-Smith: Black truffle and eggs

Je hebt veel te verwerken, zei iemand tegen me.

Ik heb me al eerder in mijn leven afgevraagd hoe je dat doet, iets verwerken. Het klinkt zo duidelijk, als iets dat je gewoon moet doen, met een begin en een eind. Je moet het “een plekje te geven”. Wat een onbenullige uitdrukking. Alsof je je ervaringen in een stuk stevig pakpapier stopt en dan op een plank legt. Een nieuwe plant, daar zoek je een plekje voor, maar een ingrijpende ervaring is geen afgerond geheel dat opgeborgen wordt. Ingrijpend, dat betekent dat de ervaring zijn tentakels heeft gestoken in lichaam, ziel en leven. Zoals dat gebeurt bij de dood van een geliefd persoon of bij een ingrijpende ziekte. Twee ingrijpende ziektes.

Lees verder

Publiekstentoonstelling

American Gothic

Gisteren was ik voor het eerst sinds mijn ziekteperiode weer in het Concertgebouw. Kleine zaal, strijkkwartetten. Het was weer helemaal heerlijk. Het publiek, gemiddelde leeftijd tachtig plus, met veel mannen in te groot geworden colberts en vrouwen met orthopedisch schoeisel en verward haar. Het geroezemoes vooraf, het langzaam stilvallen van de zaal, de opkomst van de muzikanten, het applaus. Het aanstrijken van de violen. En dan het langzaam wegdwalen van de gedachten. ‘Hiermee voel ik me verbonden’, dacht ik.

Lees verder

Contact

Met ver vooruitgestoken hand komt zij op mij toelopen: “Mevrouw de Jonge? Wat fijn om kennis te maken!” Het klinkt alsof ik een langverwachte gast op haar feestje ben. Ik grabbel onhandig mijn jas, tas, krant, stok, handschoenen en thee bij elkaar en volg haar. “U heeft nogal wat meegemaakt,“ zegt ze, terwijl ze op haar computerscherm tuurt. “Ja, ….” “En hoe gaat het nu met u?” “Wel goed eigenlijk…” “Mooi, uit het onderzoek blijkt ook dat het uitstekend met u gaat.”  “Betekent dat, dat ik kan stoppen met de medicijnen?”Wat slikt u precies? In welke hoeveelheden?” ……… “O, maar dat is een snufje!” “Dus dan kan ik er wel mee stoppen?” “Nee, dat zou ik niet doen, maar wacht, ik ben even bezig, dit moet heel precies gebeuren, het gaat om medicijnen.”

Eenmaal buiten heb ik de pest in. Ik had willen weten of het écht goed gaat. Ik had willen vragen of ik die medicijnen nu écht moet blijven slikken. Maar waar ik vooral de pest over in heb, is dat de overdreven vriendelijkheid en de glimlach van de arts mij overdonderen en haaks staan op het feit dat ze geen contact maakt.

Lees verder

Helen

Bij mijn eerste ziekenhuis opname in augustus, zei een vriendin: ”Dit zijn tijden voor bescheidenheid en nederigheid.”  Ik antwoordde dat ik moeite heb met het woord nederigheid. Het is mij teveel Assepoester. Maar het liet me niet los en later voegde ik er aan toe:  ik kan wel iets met dat woord, als het betekent dat er dingen zijn, groter dan ik.

En ja, langs de dood scheren maakte overtuigend duidelijk dat er dingen zijn, groter dan ik. Het zet je met beide voeten op de grond. Wat op een vreemde manier geruststellend en troostrijk is.

Lees verder

Ouder worden

Vader en moeder in het midden, tante Cor en ik rechts

Gisteren een mooi gesprek over ouder worden met een vriendin die ook onlangs jarig was. Het opmerkelijke aan ouder worden is dat het vooral een uiterlijk proces is. Van binnen verandert er niet zoveel. Hooguit moet je af en toe iets langer wachten tot het gezochte woord opdoemt. En wat het lichamelijk verouderen betreft, dat voltrekt zich voor de eigen ogen zo langzaam dat daar ook nauwelijks verandering waarneembaar is. Pas wanneer je ineens op een foto een onderkin ziet die er eerst niet was, of je komt wat oude foto’s tegen, is het verschil goed zichtbaar. Het is de buitenwereld die de veroudering weerspiegelt. Doordat mensen U gaan zeggen, of hun zitplaats aanbieden in de tram. Of, zoals mij een tijdje geleden overkwam tijdens een onhandige manoeuvre op de fiets, een aardige jongen die aan me vroeg: “Gaat het wel?”, alsof ik zijn demente oma was. En dat bedoel ik niet vervelend, want mijn ervaring is dat ik vriendelijker wordt behandeld.

Lees verder: Ouder worden

In dat gesprek gisteren, werd ik me ervan bewust dat ik, om die buitenwereld voor te zijn, regelmatig maar vast zeg, dat ik oud ben. Bijvoorbeeld toen petekind Iris me uitnodigde om mee te eten met een groep van haar vrienden en ik antwoordde: “Wat moet ik tussen al die leuke jonge mensen?” Haar reactie was duidelijk: “Leuke jonge mensen en leuke oude mensen gaan heel goed met elkaar.” Ik hoef het natuurlijk niet voor te zijn, want de buitenwereld ziet het toch wel.

In de New York Times van vanmorgen stond een artikel met het kopje: “How to change your mindset about aging”. De teneur van het verhaal was dat mensen met een positieve instelling en een optimistische blik ouder worden en gelukkiger zijn. Voor mij is dat zo’n zelfde mededeling als: honden ruiken het wanneer je bang bent. Als je bang bent voor honden en ze ruiken dat aan je, word je alleen maar banger. En als je leest dat optimistische positieve mensen langer leven, vraag je je natuurlijk direct af of je wel vrolijk genoeg bent. Want anders doe je het fout.

In het artikel werd aangeraden om je beeld van verouderen positiever te maken en niet alleen aan beperkingen en toekomstige zorgbehoeften te denken. Zoek eens wat positieve rolmodellen op! Biden schoot me te binnen en allerlei mensen die fit en vrolijk in koud buitenwater zwemmen. En ineens was daar tante Cor. Mijn lieve tante. De zus van mijn moeder. Die innig verdriet had om haar twee dochters die kort na elkaar stierven aan kanker. Elke avond stak ze een kaarsje aan en vertelde ze hen over haar dag en hoe ze hen miste. Tante Cor, die gelukkig ook gezegend was met een paar zeer toegewijde, zorgzame zonen. Die elke avond zelf haar eten klaar maakte. En met wie ik vooral verschrikkelijke lol kon hebben. Zij vond het leuk als ik gek deed en ik ook. Dus ik sprak met mijn namaak boeren accent en zij lag dubbel, we deden alsof we schaatsend door de kamer zwierden, we zongen liedjes, we zaten hand in hand naast elkaar op de bank, praatten en knuffelden. Eén van de laatste dingen die ze tegen mij zei was: Wees gelukkig.

En ja, wat ligt het dichtbij eigenlijk; wat eenvoudig is het. Zolang je contact kunt maken met anderen, warmte voor hen kunt voelen en samen kunt lachen, kun je ver komen met gelukkig oud worden.

Bubbel is niet het juiste woord

Foto Beat Streuli

Vanochtend, op de fiets, realiseerde ik me dat ik me op een andere manier in de stad beweeg dan normaal. Ik fiets voorzichtiger, ben geduldiger en voel me afstandelijker ten opzichte van wat er op straat om me heen gebeurt; blijkbaar ben ik meer op mezelf betrokken. Ik ben niet, zoals anders, zo snel mogelijk onderweg van het een naar het ander, maar heb één activiteit op een dag, waar ik de tijd voor heb. Het fietsen is momenteel een op zichzelf staande bezigheid. Het is het gevolg van de gezondheidsklachten die ik al weer een tijdje heb.

Lees verder