
Het is nu moeilijk voor te stellen, maar tot een jaar of zestig geleden werden meisjes voornamelijk opgevoed om huisvrouw en moeder te worden. Een opleiding werd niet nodig geacht, want hun toekomst lag immers al vast. Dat betekende bijvoorbeeld dat meisjes in het huishouden hielpen en jongens niet. Dat meisjes werden aangespoord behulpzaam, bescheiden en lief te zijn, opdat zij niet zouden ‘overblijven’. De vrouwen van mijn generatie zijn net zo gesocialiseerd als de moeder van Rubialis, de voorzitter van Spaanse voetbalbond, de man van De kus. Zij verzorgde het voorlopig laatste dramatische hoogtepunt in de affaire door zich in een kerk op te sluiten en in hongerstaking te gaan, in protest tegen de bloedige heksenjacht op haar zoon. Hoeveel gevoel voor theater kun je hebben! Helaas moest ze al na twee dagen in een ziekenhuis worden opgenomen. Zij heeft haar zoon ongetwijfeld geleerd dat een man sterk moet zijn, zich niet moet laten kennen, en de aanval moet kiezen als hij in het nauw gedreven wordt.
Lees verder: Mannen en vrouwen (1)Wat me weer doet denken aan een paar straatinterviews in Italië, ten tijde van de Bunga bunga party’s van Berlusconi en de beschuldigingen aan zijn adres van seks met een minderjarige. Tot mijn ontsteltenis vonden alle vrouwen die om hun mening over deze kwestie werden gevraagd, dat de enige schuldige aan deze uitspattingen Berlusconi’s vrouw was, want een vrouw moet haar man bij zich zien te houden en als haar dat niet lukt gaat hij het vanzelfsprekend elders zoeken.
Hoe ver wij inmiddels hier in Nederland van deze traditionele moraal verwijderd zijn geraakt, is te lezen in het prachtige boek De omwenteling: of de eeuw van de vrouw van Suzanna Jansen (Het pauperparadijs). Een feest van herkenning. De toekenning van het vrouwenkiesrecht, het beschikbaar komen van anticonceptie, de ‘huisvrouwenziekte’ (vrouwen werden massaal overspannen van verveling en doelloosheid toen het huishouden steeds minder werk vroeg), de grote feministische golf, die voor veel vrouwen een inhaalslag betekende qua scholing en werk (de Moedermavo, de VIDO groepen), het komt allemaal voorbij. En daarmee komt ook in beeld hoe het traditionele model van taakverdeling tussen man en vrouw langzaamaan onttakeld werd.
Maar hoe is het intussen met de mannen? Hebben zij zich opnieuw uit kunnen vinden? Tijdens de feministische golf was er Man Vrouw Maatschappij, er waren mannenpraatgroepen. Maar nu?
Ik las in zowel De Groene Amsterdammer (foto links) als In Vrij Nederland (foto rechts) uitgebreide stukken over dit onderwerp. En de teneur van het verhaal is dat het niet zo goed gaat met onze mannen. Neem alleen al het onderwijs: In de jaren zeventig was het aandeel studerende vrouwen dertig procent, een decennium later veertig procent. En de laatste twintig jaar zijn vrouwen in het hoger onderwijs in de meerderheid. In het stuk van Pepijn Keppel in De Groene gaat het vooral over de persoonlijke ontwikkeling van mannen: in retraites bijeen zijn, gevoelens delen, verzachten. Zoals vrouwen het mannelijke in zich hebben leren omarmen, zo zouden mannen het vrouwelijke in zich moeten leren toestaan. In het stuk in VN van Menno Sedee wordt vooral aan de orde gesteld dat het een maatschappelijk issue is, de problemen van mannen: ze doen het slechter op school, zijn eenzamer, vaker crimineel, verslaafd aan drugs of alcohol, zijn vaker dakloos, gaan eerder dood en plegen vaker zelfmoord. Hij vindt dat het tijd wordt dat deze tendensen als probleem worden onderkend en op de maatschappelijke agenda komen, in plaats van het normaal te vinden, hooliganisme, uitgaansgeweld, jeugdcriminaliteit. Tegelijk waarschuwt hij voor rechtse ressentimenten, het verheerlijken van macho mannen zoals Trump en Bolsonaro, of Andrew Tate, een belangrijk influencer met een criminele staat van dienst. ‘De conservatieve krachten winnen om ons heen’ citeert Sedee de bestuurssocioloog Van Ostaijen. ‘En die zullen er niet per se van geporteerd zijn om dit vraagstuk naar een nieuw niveau te tillen.’
Nee, want dan zal benoemd worden dat hooliganisme niet over mensen gaat, maar voor 95% over mannen. En daar zullen juist degenen zich tegen verzetten die toch al vinden dat vrouwen hen in een hoek drukken. Er moet dus een positief perspectief gevonden worden. Een nieuwe definitie van mannelijkheid. En, eindigt Sedee zijn stuk: Als er sprake is van een ‘mannencrisis’, moeten we die niet overlaten aan conservatievelingen die het liefst de klok terugdraaien. Een progressief antwoord is dan urgent.
Helemaal mee eens!









