Helen (2)

Onlangs zag ik de documentaire Blijven ademen, over een jonge man en zijn herstel na een IC opname. Hij was me meteen sympathiek, met zijn glanzend zwarte haar en sprekende bruine ogen. Na een ernstige hersenvliesontsteking was hij in coma gebracht. In die periode had hij heldere, indringende beelden gezien. En nu hij fysiek weer was hersteld zocht hij de verbinding terug. Met zichzelf, de mensen om zich heen en het gewone leven.De documentaire kwam voor mij op een goed moment, het was precies twee jaar geleden dat ik zelf in coma was gebracht.

Lees verder

En verder

1.

Vandaag ben ik bij de pakken neer gaan zitten. Misschien kwam het door de meditatie die ik vanmorgen heb beluisterd. De tekst ingesproken door Edel Maex, de titel “Ben je er nog?”.  Altijd een goede vraag, die we elkaar en onszelf vaker zouden moeten stellen. Vooral degenen onder ons die veel in de eigen gedachtenwolken rondzwerven. Ja, ik ben er nog, of weer, en vind mezelf zittend bij de pakken.

In mijn coachingspraktijk sprak ik vaak mensen die in een pijnlijke overgangsfase zaten en gebruikte dan de metafoor van een trein die een groot station verlaat. Jij bevindt je in zo’n trein, die wordt heen en weer geschud als de wielen knarsend en krijsend over de wissels rijden naar alle richtingen die níet ingeslagen worden, totdat het juiste spoor is gevonden. Je kunt even niets anders doen dan dit verdragen en afwachten.

Ben ik er nog? En waar ben ik dan nog? Wat is er van mijn leven over gebleven? De behoefte aan  houvast, de boosheid, de rouw, druk ik onbedoeld naar de achtergrond, terwijl ik plichtsgetrouw voort worstel met asbestemming, notarisaktes, digitaal geklungel, het plannen en weer afzeggen van fijne uitjes en pogingen om verantwoord te eten en te bewegen.

En dan komt er het moment dat ik bij de pakken neerzit. Zonder er nog een centimeter aan te verplaatsen, zonder er een blik op te werpen. Want mijn ogen zijn gesloten en de tranen krijgen de vrije loop. En dan is er eindelijk de rust en de verzoening van het verdriet, de boosheid. Van het loslaten, van het laten zijn. En dan is het goed.

2.

In het park bij een kleine waterval. Ik ben verward. Ik heb geen houvast meer. Wie ben ik nu?

“Kijk eens naar het water,” zegt de ander. “Ja, ja,” zeg ik ongeduldig, “ik moet loslaten, meebewegen, ja hoor.” “Kijk nou eens echt,” zegt de ander. “Zie je de beweging van het water. Het verandert voortdurend. Net als het leven, net als wij. We veranderen, jij ook. Zeker als je net je partner bent verloren.”

3.

“Waar gaat dit allemaal over?” roep ik uit.

“Over hoe je verder wilt gaan met je leven.” zegt de ander.

O ja. Dat is het. Mijn leven. Dat ik twee keer bijna verloren ben. Maar dat er nog is. Dat ik, er flitst een beeld door me heen: voorzichtig als een kostbaar ei in mijn handen houd. En hoe ik daar verder mee wil.

Job

Nadat ik de septische shock had overleefd en flink op weg was met revalideren en toen de diagnose darmkanker kreeg, heb ik me wel eens afgevraagd of ik iets had gedaan om de goden te vertoornen. Wilde het leven me een les leren? En zo ja, welke dan? En natuurlijk schoot me het verhaal van Job te binnen. De man aan wiens ongeluk een heel Bijbelboek is gewijd. Ik herinnerde me uit mijn gereformeerde verleden (bij ons thuis werd vroeger elke dag na het eten uit de Bijbel voorgelezen) dat Job na veel ellende op de mestvaalt eindigde, zijn lichaam overdekt met zweren. Een beeld dat diepe indruk op mijn kinderziel maakte. Vooral vanwege de combinatie van die woorden: zweren en mestvaalt. Wat deed hij daar? Moest hij niet naar de dokter? Moest hij geen werk zoeken? Nee, hij richtte zich tot God en weeklaagde over zijn lot. So far so good. Nu staat de Bijbel vol met verhalen waarin en waarvan mensen iets moeten leren, dus wat is de boodschap van het boek Job?

Via Google kwam ik uit op de Statenvertaling, uit 1886, met veel woorden als eeniegelijk, aangezicht en dezulke, die me verrassend bekend voor kwamen. Het deed me denken aan een prachtig beeld uit een boek van Jan Wolkers. Ik denk dat het Terug naar Oegstgeest is. De ik-persoon in die scene is een peuter, die vastgebonden zit in een kinderstoel. Voor hem ligt een reusachtige Bijbel en elke dag wordt er een bladzijde omgeslagen. Dat is het. Die vliesdunne dikbedrukte bladzijden, vol met de  beklemming én de betovering van de Bijbelverhalen. Geschreven in de tale Kanaäns.

Lees verder

Herstel (2)

Jaren geleden sprak ik wel eens een buurvrouw die door een val met haar hoofd op de stoeprand was gevallen en daarbij een schedelbasisfractuur had opgelopen. Ze was er door veranderd, zei ze. Haar geheugen liet haar in de steek. De neuroloog had de inhoud van haar hersenpan na de breuk, vergeleken met een omgevallen boekenkast. De boeken waren er nog, maar ze lagen allemaal door elkaar. En daardoor herinnerde ze zich soms dingen niet alleen slecht, maar wist ze ook niet goed meer wat voor iemand  ze vóór de val geweest was. Zo vertelde ze dat ze bij een bloemenkraam stond en een bos witte bloemen wilde hebben. Ze had geen idee hoe ze heetten. Tegelijk vroeg ze zich af: wist ik dat vroeger wél? Was ik iemand die veel van bloemen wist?  Dat is precies het huiveringwekkende van geheugenverlies, dat in sommige boeken en films flink geëxploiteerd wordt. Je weet niet meer wie je was en iedereen kan je van alles over jezelf wijs maken.

Lees verder

Ja Lieke, ik ook!

Op een andere planeet kunnen ze me redden is de titel van het laatste boek van Lieke Marsman. Lieke Marsman, 1990, is dichter, romanschrijver, filosoof, essayist en leeft in een lichaam dat al jarenlang wordt geteisterd door kanker. Na het lezen van het eerste hoofdstuk steken er al zeven roze stickertjes tussen de bladzijden, passend bij het prachtige zuurstokroze boekontwerp.

Ze beschrijft dat er zoveel meer is dan de ziekte zelf, waar je mee te maken krijgt, als het ernstig mis gaat. De ingewikkeldheid van de arts-patiënt relatie. Of wat het met je doet als je tijdelijk of op lange termijn geen perspectief hebt op terugkeer naar een zorgeloos leven. En daar doorheen toont ze steeds weer haar onverslaanbare levenslust en intellectuele nieuwsgierigheid. Ik werd opnieuw geraakt door de kracht van het woord. Hoe fijn, nee, hoe essentieel is het, dat mensen de meest uiteenlopende ervaringen onder woorden brengen en delen. Hoe behulpzaam en troostend is dat.

Lees verder

Draad

Do Ho Suh Going home

Lieve lezer, welkom terug!

Ik zoek naar woorden om een brug te slaan tussen mijn laatste blog, van november vorig jaar, en nu. Van zo was het naar zo is het.

Lees verder: Draad

Vorig jaar, op 13 juni, werd bij mij een kwaadaardige tumor in de dikke darm gevonden. Na een periode van drie maanden onderzoek naar mogelijke uitzaaiingen, werd ik in september geopereerd en is de tumor weggenomen. In januari van dit jaar is een verdachte poliep weggehaald. Ook die bleek kwaadaardig te zijn. Tien dagen geleden werd daarom opnieuw een stuk darm verwijderd. Dit weekend kwam de uitslag van het weefselonderzoek: 19 lymfeklieren gevonden, allemaal schoon. Schoon.

Begin dit jaar, op 2 februari, vond ik mijn partner thuis op de grond nadat hij door een herseninfarct was getroffen. In eerste instantie leek hij te herstellen, maar een longontsteking en onderliggende gezondheidsproblemen werden hem fataal. Hij is op 2 maart gestorven.

Nu, na het bericht van de patholoog anatoom, 53 cm dikke darm armer en mijn partner kwijt, voel ik een hartstochtelijk verlangen om te schrijven. Ik wil een draad oppakken, één die voor het grijpen ligt: schrijven. Over rouw en herinneren. Over wat langdurig leven met ziekte en dood met je doet en over hoe Lieke Marsman daarover schrijft. Over wat Job daar eigenlijk deed op die mestvaalt met zijn lijf vol zweren. Over overlevingsinstinct en bronnen van vertrouwen. Over de politiek van chaos die Trump en Wilders inzetten. Over mijn nieuwe buurman, die zijn optimisme weet te bewaren en hoe hij mij in één gezamenlijk ritje in de lift daarmee opvrolijkte. Over het schrijverschap van Simenon en over het begrip werkelijkheid. Over de verbazingwekkende medemens natuurlijk. Nou ja en over Wat Verder Ter Tafel Komt.

Verwerken

Julian Merrow-Smith: Black truffle and eggs

Je hebt veel te verwerken, zei iemand tegen me.

Ik heb me al eerder in mijn leven afgevraagd hoe je dat doet, iets verwerken. Het klinkt zo duidelijk, als iets dat je gewoon moet doen, met een begin en een eind. Je moet het “een plekje te geven”. Wat een onbenullige uitdrukking. Alsof je je ervaringen in een stuk stevig pakpapier stopt en dan op een plank legt. Een nieuwe plant, daar zoek je een plekje voor, maar een ingrijpende ervaring is geen afgerond geheel dat opgeborgen wordt. Ingrijpend, dat betekent dat de ervaring zijn tentakels heeft gestoken in lichaam, ziel en leven. Zoals dat gebeurt bij de dood van een geliefd persoon of bij een ingrijpende ziekte. Twee ingrijpende ziektes.

Lees verder

Herstel

Moerascypressen Westerpark

Het is nu ongeveer een jaar geleden dat ik uit een coma ontwaakte. Mijn herstel begon, toen een fysiotherapeut aan mijn bed kwam en mijn arm optilde. Dat kon ik niet zelf. Ik kon helemaal niets. Niet zitten, staan, spreken of slikken. Niet zelfstandig plassen, eten drinken, of ademen. Dat was het vertrekpunt. Na een dag of tien kon ik, gesteund door twee verpleegkundigen, even staan. Het verblijf op de IC en later op de verpleegafdeling was soms zwaar vanwege de belastende, pijnlijke onderzoeken, het getob met slikken en spreken, de slangen in mijn lijf, de maagsonde die niet goed geplaatst was, het hoesten en het slijm. Fysieke narigheden. Maar het herstelproces was eigenlijk een feest. Ik kan me de momenten nog heel goed herinneren: dat ik alleen kon staan, dat ik zelf uit bed kon komen. Dat ik, zomaar ineens, een paar stappen kon zetten zonder steun. Elke keer vlamde er een felle vreugde in me op, afgeblust met tranen. Een rondje fietsen in de sportzaal, in het park. Vreugde en tranen.

Het proces waar ik nu in zit is totaal anders. Was de septische shock en de zwakte daarna te vergelijken met een dropping: ik bevond me op een totaal onbekende plek en moest de weg terugvinden, nu is het blindemannetje. Al vanaf de diagnose is het onzekerheid troef.

Lees verder

Leven

Terwijl het warme water van de douche over mijn hoofd en schouders stroomt, zie ik in gedachten hoe de tijd zich voor me uit strekt als een groot stil meer, alleen aan de oppervlakte wiegen kleine golfjes in bleke tinten blauw, licht en ruim. Na de operatie afgelopen woensdag en de gelukkige uitslag: toch geen uitzaaiingen, voelde ik me als een luchtig wit wolkje tegen een Mediterraan  blauwe lucht. Nu land ik langzaam in een nevelig stadslandschap, nog beschermd door de dempende werking van morfine. Ik voel me erg gelukkig, op een kalme manier.

Over een paar dagen is het op de kop af een jaar geleden dat me letterlijk de adem werd ontnomen door een septische shock. Ik herinner me nog de ambulancebroeder die me de binnentrap af hielp, op mijn billen, tree voor tree. Hij in een krakend grote uniformjas, ik in een snel aangeschoten trui en broek. Voor de deur van de galerij stond de uitgeklapte brancard. Met enige hulp wist ik erop te klauteren. Ik werd ingesnoerd en naar de lift gereden. Twee buurvrouwen keken me na, de armen om elkaars middel geslagen, een oerbeeld van verslagenheid, als vissersvrouwen die gadeslaan hoe het noodlot aan hun deur voorbij is gegaan, maar op de deur ernaast heeft geklopt. Ook beneden staat een buurvrouw, ze zwaait treurig, het voelt alsof ik mijn eigen begrafenis meemaak. De aankomst op de Spoedeisende hulp en het afscheid van de aardige ambulancebroeder, die mijn hand pakt en stevig drukt, herinner ik me nog. Verder rest er nog een vervormd beeld van een verpleegkundige, en dat is het. Daar word ik uit de tijd getild. Weken later probeer ik te begrijpen waarom ik in een ziekenhuisachtige omgeving ben. Tot er een bekend gezicht voor me opdoemt, en nog één: “Wij slepen je er doorheen” hoor ik. “Waar doorheen?” vraag ik me af.

In het achterliggende jaar ben ik tweemaal vlak langs de dood gescheerd. Tweemaal is me blijvend ingrijpend letsel bespaard gebleven. Ik ben uitgespuugd door de Wallevis en lig op het strand na te hijgen. Nog even, nog even en dan zal ik met voorzichtige vingers mijn leven verder uitpakken. In de wetenschap dat de draden die mij met het leven verbinden zowel vliesdun als oersterk zijn.

Momenteel verschijnt dit log onregelmatig. Als je een mailtje wilt ontvangen wanneer er een nieuw bericht wordt geplaatst, abonneer je dan (gratis).

Lees verder

Werkelijkheid (3)

In mijn vorige blog heb ik de deur opengezet om te schrijven over het nieuwe ziekteproces waarin ik terechtgekomen ben. Kanker. Sindsdien heb ik geen woord meer opgeschreven. Geen energie. En er is teveel om over te schrijven. En nu ik vlak voor een zware operatie sta, is mijn conclusie dat deze ziekte uiterst vermoeiend is, en dan heb ik het niet over de kwaal zelf.

Lees verder