Ziektewinst

Pas kreeg ik een bijna decadent prachtige doos bonbons, rood fluweel, turquoise lint, en heel geschikt om kleine geparfumeerde liefdesbrieven in te bewaren, maar zo liggen de verhoudingen niet met de gevers.  Het leek me de hoogste tijd om eens wat aandacht te besteden aan de “benefits” van ziekzijn. Noemde Freud dat niet ziektewinst?

Lees verder

Ik hou van Murakami

Na 638 bladzijden sloeg ik het laatste boek van Murakami dicht met de innerlijke verzuchting: Ik hou van Murakami…

Deze roman, De stad en zijn onvaste muren, is in de recensies die ik heb gelezen niet erg gunstig besproken. Te langdradig, teveel herhalingen. We kennen Murakami zo langzamerhand wel, hij zou zich eens moeten vernieuwen. Kritiek die ook van fervente liefhebbers zoals Auke Hulst kwam. Over die opmerking dat de schrijver zich zou moeten vernieuwen heb ik trouwens nog wel even nagedacht. Vind ik dat ook? Een schrijver heeft een kenmerkende eigen stijl, vergelijk Elisabeth Strout met Ali Smith met Claire Keegan, zo verschillend, zo eigen! Zou hun stijl moeten worden vernieuwd? Nou nee, dat denk ik echt niet. Die stijl maakt ze uniek en waardevol. De thematiek dan? Kijk naar Nobelprijswinnares Annie Ernaux, naar Edouard Louis,  Oek de Jong of Reve. Het thema waarover zij schrijven weerspiegelt de waarnemingswereld, de ervaring, de blik van de schrijver.  Waarom moet dat vernieuwd worden? Vernieuwen zou ook kunnen slaan op de noodzaak om meer op de actualiteit in te haken. Ja dat is misschien wel een goed argument. Maar hebben we er niet meer aan als we door het lezen van een verhaal iets meer begrijpen van onszelf en de menselijke conditie, en dus uiteindelijk van de grote levensthema’s? Zolang we maar  toegang hebben tot vele stemmen en perspectieven…..

Lees verder

Verder

Weer een eerste keer: slapen in een hotelletje aan de Waalkade in Nijmegen, fietsen en wandelen in de Ooijpolder, geuren van klaver en van pas gemaaid gras, de wind langs je gezicht, het hanteren van de zware E bike, en de vertrouwde cadans van het lopen.

Lees verder

Werkelijkheid

tekening door buurman Seb

Zoals de stroom van deze rivier een gecompliceerd doolhof wordt en ronddwaalt in donkere dieptes onder de grond, zo ontrolt ook onze werkelijkheid zich langs eindeloos veel vertakkingen in ons binnenste. Eindeloos veel verschillende werkelijkheden zijn met elkaar vermengd, verschillende aftakkingen zijn met elkaar vervlochten, en daaruit ontstaat als een amalgaam de werkelijkheid-datgene wat wij als werkelijkheid beschouwen.

Haruki Murakami in De stad en zijn onvaste muren

Omdat ik binnenkort een nagesprek heb op de IC, ben ik af en toe in gedachten weer terug op mijn kamer daar. Dat wil zeggen, in eerste instantie lag ik op een grote zaal, maar nadat ik tot bewustzijn was gekomen, werd ik verhuisd naar een kamer met raam, om weer aan het dag-nachtritme te wennen. Ik had uitzicht op een plat dak, waar nu en dan een paar kraaien ruziënd opfladderden. In die periode kwam ik rustig aan weer terug op de aarde. Dat wil zeggen dat ik heel slecht hoorde en heel slecht zag, niet kon praten en in het begin ook niet kon bewegen. Toch waren er allerlei sensaties. De schaduw van een gezicht dat over me heen boog. Het gevoel ingestopt te worden, als een kind. Het genot van een warme watergolf door mijn haar. Het vage geluid van een radio. Later, daaraan terugdenkend, kwam een gevoel van vroeger boven: thuis met een griepje op de bank, mijn moeder die bezig is om mij heen, afstoffen, opruimen, terwijl ik doezel onder de dekens: veiligheid.

Lees verder

Contact

Met ver vooruitgestoken hand komt zij op mij toelopen: “Mevrouw de Jonge? Wat fijn om kennis te maken!” Het klinkt alsof ik een langverwachte gast op haar feestje ben. Ik grabbel onhandig mijn jas, tas, krant, stok, handschoenen en thee bij elkaar en volg haar. “U heeft nogal wat meegemaakt,“ zegt ze, terwijl ze op haar computerscherm tuurt. “Ja, ….” “En hoe gaat het nu met u?” “Wel goed eigenlijk…” “Mooi, uit het onderzoek blijkt ook dat het uitstekend met u gaat.”  “Betekent dat, dat ik kan stoppen met de medicijnen?”Wat slikt u precies? In welke hoeveelheden?” ……… “O, maar dat is een snufje!” “Dus dan kan ik er wel mee stoppen?” “Nee, dat zou ik niet doen, maar wacht, ik ben even bezig, dit moet heel precies gebeuren, het gaat om medicijnen.”

Eenmaal buiten heb ik de pest in. Ik had willen weten of het écht goed gaat. Ik had willen vragen of ik die medicijnen nu écht moet blijven slikken. Maar waar ik vooral de pest over in heb, is dat de overdreven vriendelijkheid en de glimlach van de arts mij overdonderen en haaks staan op het feit dat ze geen contact maakt.

Lees verder

Helen

Bij mijn eerste ziekenhuis opname in augustus, zei een vriendin: ”Dit zijn tijden voor bescheidenheid en nederigheid.”  Ik antwoordde dat ik moeite heb met het woord nederigheid. Het is mij teveel Assepoester. Maar het liet me niet los en later voegde ik er aan toe:  ik kan wel iets met dat woord, als het betekent dat er dingen zijn, groter dan ik.

En ja, langs de dood scheren maakte overtuigend duidelijk dat er dingen zijn, groter dan ik. Het zet je met beide voeten op de grond. Wat op een vreemde manier geruststellend en troostrijk is.

Lees verder

Eerste keren

Vandaag heb ik voor het eerst sinds een half jaar een jurk aan. Het geeft me een volwassen gevoel. Weer een stapje in de richting van een normale staat van zijn. Al die tijd was ik in een omgeving waar kleding praktisch moest zijn. Dus op de IC blauwe operatiehemden met drukknoopjes op de schouders, op de verpleegafdeling nachtponnen en daarna dunne truien en broeken met elastiek in de taille. Niemand droeg een rok of een jurk. Misschien de 86-jarige mevrouw met wie ik korte tijd op een kamer lag. Ze zat urenlang bij het raam en probeerde, met een zonnebril op, haar volkomen in elkaar geklitte haren te borstelen. Het zou bij haar gepast hebben.

Gekleed in een makkelijke broek en een grote trui voelde ik me praktisch onzichtbaar. Nu ik langzamerhand mijn lichaam terug krijg en weer zelf de baas word, kan ik tevoorschijn komen. Mijn vorm terugvinden. Zoiets.

Lees verder

Detectives

Zojuist heb ik de 266e vergeelde bladzijde vol piepkleine lettertjes uitgelezen van Colin Dexters De doden van Jericho. Ik citeer even de laatste alinea, zodat je een impressie krijgt van de hoofdpersoon:

…en terwijl hij in de rij voor het buffet wachtte, streelden zijn ogen het slanke en ronde achterwerk van de vrouw pal voor hem toen ze over de tafel boog. Maar hij zei niets; en nadat hij zijn maaltijd alleen had genuttigd, vond hij een makkelijk excuus om weg te glippen en liep naar huis.

Tja, de ontmoeting die de inspecteur had met een aantrekkelijke dame aan het begin van het boek, ook bij een feestelijk buffet, liep niet goed af, want de vrouw werd vermoord. Dus, verstandig genoeg, houdt hij zich ditmaal verre van de verleiding.

Lees verder: Detectives

Het interessante van boeken of kranten die al een tijdje hebben gelegen-dit boek is geschreven in 1981 en vertaald in het Nederlands in 1992-is, dat je wordt geconfronteerd met het oude normaal. Ik las de boekjes van Dexter destijds graag, en was kien op de aanbiedingen van Zeeman, waar ze nu en dan voor 0,79 cent te krijgen waren. Nu, dertig jaar later, sta ik ervan te kijken wat een morsig en abject figuur de hoofdpersoon is: zo zit hij rustig naast een lijk de onder het bed gevonden pornoblaadjes te bekijken terwijl de forensische recherche onderzoek doet. Bovendien is de man drankzuchtig en heeft hij de overtuiging dat hij op zijn scherpst is als hij dronken is. Wat me doet denken aan de hoofdpersoon van Simenon, Maigret, die ook van de vroege morgen tot de late avond drinkt. Of hij nu op bezoek is bij een mogelijke verdachte, of een gesprek heeft met de lijkschouwer, voortdurend is er een glas sterke drank binnen handbereik. En dan worden er natuurlijk ook voortdurend grote hoeveelheden rookwaren de lucht in gepaft. Er is wel het een en ander veranderd….

Het tweede wat me aan het boekje opviel was de plot. Net als in de intriges van Agathe Christie, word je als lezer voortdurend misleid en in de war gebracht, zodanig dat je je  gaande het boek steeds meer een blindeman in een doolhof voelt. Bij mij zakte al lezend de interesse voor hoe het nu eigenlijk allemaal zit helemaal weg. Het irriteert me ook, als een schrijver de lezer als een tegenstander ziet, die zo ingewikkeld mogelijk om de tuin geleid moet worden. Maar misschien was dat ook wel het oude normaal. Hoewel, om even op Simenon terug te komen, hij schrijft veel respectvoller over zijn personages. In zijn boeken draait het vaak om onvervulde verlangens en verwaarloosde behoeften, die plotseling aangeraakt worden, kort geluk beloven, maar die de gekwelde hoofdpersonen uiteindelijk onherroepelijk leiden tot misdaad en ongeluk. Zijn karakters zijn nooit plat en de landschapsbeschrijvingen onderstrepen de stemmingen in het verhaal.

In de boeken van Donna Leon, een andere geliefde schrijver, zijn de motieven van de hoofdpersonen eveneens de leidraad die commissario Brunetti volgt om te ontdekken waarom een misdaad is gepleegd en door wie. In het begin van haar serie over de commissaris waren Leons beschrijvingen van de stad Venetië met de bureaucratie, de corruptie, het falend bestuur, de kerken die eeuwigdurend in de steigers staan, vooral couleur locale. Maar gaandeweg is de bespiegeling op de Italiaanse samenleving  hoofdonderwerp geworden en draaien de plots om vervuiling in de lagune, om de Afrikaanse straatverkopers, om het toenemend aantal Chinese ondernemers en om de gedachten die Brunetti hierover heeft.

Brunetti is een baken van fatsoen en medemenselijkheid, in tegenstelling tot de inspecteur in Colin Dexters  De doden van Jericho. Maar in de tv serie naar aanleiding van de boeken van Dexter is zijn inspecteur Morse opgepoetst tot een weliswaar norse, maar verder uiterst correcte gentleman, een introverte, slimme man, die hooguit tussen de middag een pint drinkt met zijn compaan Lewis. Het nieuwe normaal.

Ouder worden

Vader en moeder in het midden, tante Cor en ik rechts

Gisteren een mooi gesprek over ouder worden met een vriendin die ook onlangs jarig was. Het opmerkelijke aan ouder worden is dat het vooral een uiterlijk proces is. Van binnen verandert er niet zoveel. Hooguit moet je af en toe iets langer wachten tot het gezochte woord opdoemt. En wat het lichamelijk verouderen betreft, dat voltrekt zich voor de eigen ogen zo langzaam dat daar ook nauwelijks verandering waarneembaar is. Pas wanneer je ineens op een foto een onderkin ziet die er eerst niet was, of je komt wat oude foto’s tegen, is het verschil goed zichtbaar. Het is de buitenwereld die de veroudering weerspiegelt. Doordat mensen U gaan zeggen, of hun zitplaats aanbieden in de tram. Of, zoals mij een tijdje geleden overkwam tijdens een onhandige manoeuvre op de fiets, een aardige jongen die aan me vroeg: “Gaat het wel?”, alsof ik zijn demente oma was. En dat bedoel ik niet vervelend, want mijn ervaring is dat ik vriendelijker wordt behandeld.

Lees verder: Ouder worden

In dat gesprek gisteren, werd ik me ervan bewust dat ik, om die buitenwereld voor te zijn, regelmatig maar vast zeg, dat ik oud ben. Bijvoorbeeld toen petekind Iris me uitnodigde om mee te eten met een groep van haar vrienden en ik antwoordde: “Wat moet ik tussen al die leuke jonge mensen?” Haar reactie was duidelijk: “Leuke jonge mensen en leuke oude mensen gaan heel goed met elkaar.” Ik hoef het natuurlijk niet voor te zijn, want de buitenwereld ziet het toch wel.

In de New York Times van vanmorgen stond een artikel met het kopje: “How to change your mindset about aging”. De teneur van het verhaal was dat mensen met een positieve instelling en een optimistische blik ouder worden en gelukkiger zijn. Voor mij is dat zo’n zelfde mededeling als: honden ruiken het wanneer je bang bent. Als je bang bent voor honden en ze ruiken dat aan je, word je alleen maar banger. En als je leest dat optimistische positieve mensen langer leven, vraag je je natuurlijk direct af of je wel vrolijk genoeg bent. Want anders doe je het fout.

In het artikel werd aangeraden om je beeld van verouderen positiever te maken en niet alleen aan beperkingen en toekomstige zorgbehoeften te denken. Zoek eens wat positieve rolmodellen op! Biden schoot me te binnen en allerlei mensen die fit en vrolijk in koud buitenwater zwemmen. En ineens was daar tante Cor. Mijn lieve tante. De zus van mijn moeder. Die innig verdriet had om haar twee dochters die kort na elkaar stierven aan kanker. Elke avond stak ze een kaarsje aan en vertelde ze hen over haar dag en hoe ze hen miste. Tante Cor, die gelukkig ook gezegend was met een paar zeer toegewijde, zorgzame zonen. Die elke avond zelf haar eten klaar maakte. En met wie ik vooral verschrikkelijke lol kon hebben. Zij vond het leuk als ik gek deed en ik ook. Dus ik sprak met mijn namaak boeren accent en zij lag dubbel, we deden alsof we schaatsend door de kamer zwierden, we zongen liedjes, we zaten hand in hand naast elkaar op de bank, praatten en knuffelden. Eén van de laatste dingen die ze tegen mij zei was: Wees gelukkig.

En ja, wat ligt het dichtbij eigenlijk; wat eenvoudig is het. Zolang je contact kunt maken met anderen, warmte voor hen kunt voelen en samen kunt lachen, kun je ver komen met gelukkig oud worden.

Bubbel is niet het juiste woord

Foto Beat Streuli

Vanochtend, op de fiets, realiseerde ik me dat ik me op een andere manier in de stad beweeg dan normaal. Ik fiets voorzichtiger, ben geduldiger en voel me afstandelijker ten opzichte van wat er op straat om me heen gebeurt; blijkbaar ben ik meer op mezelf betrokken. Ik ben niet, zoals anders, zo snel mogelijk onderweg van het een naar het ander, maar heb één activiteit op een dag, waar ik de tijd voor heb. Het fietsen is momenteel een op zichzelf staande bezigheid. Het is het gevolg van de gezondheidsklachten die ik al weer een tijdje heb.

Lees verder