Zojuist heb ik de 266e vergeelde bladzijde vol piepkleine lettertjes uitgelezen van Colin Dexters De doden van Jericho. Ik citeer even de laatste alinea, zodat je een impressie krijgt van de hoofdpersoon:
…en terwijl hij in de rij voor het buffet wachtte, streelden zijn ogen het slanke en ronde achterwerk van de vrouw pal voor hem toen ze over de tafel boog. Maar hij zei niets; en nadat hij zijn maaltijd alleen had genuttigd, vond hij een makkelijk excuus om weg te glippen en liep naar huis.
Tja, de ontmoeting die de inspecteur had met een aantrekkelijke dame aan het begin van het boek, ook bij een feestelijk buffet, liep niet goed af, want de vrouw werd vermoord. Dus, verstandig genoeg, houdt hij zich ditmaal verre van de verleiding.
Lees verder: Detectives
Het interessante van boeken of kranten die al een tijdje hebben gelegen-dit boek is geschreven in 1981 en vertaald in het Nederlands in 1992-is, dat je wordt geconfronteerd met het oude normaal. Ik las de boekjes van Dexter destijds graag, en was kien op de aanbiedingen van Zeeman, waar ze nu en dan voor 0,79 cent te krijgen waren. Nu, dertig jaar later, sta ik ervan te kijken wat een morsig en abject figuur de hoofdpersoon is: zo zit hij rustig naast een lijk de onder het bed gevonden pornoblaadjes te bekijken terwijl de forensische recherche onderzoek doet. Bovendien is de man drankzuchtig en heeft hij de overtuiging dat hij op zijn scherpst is als hij dronken is. Wat me doet denken aan de hoofdpersoon van Simenon, Maigret, die ook van de vroege morgen tot de late avond drinkt. Of hij nu op bezoek is bij een mogelijke verdachte, of een gesprek heeft met de lijkschouwer, voortdurend is er een glas sterke drank binnen handbereik. En dan worden er natuurlijk ook voortdurend grote hoeveelheden rookwaren de lucht in gepaft. Er is wel het een en ander veranderd….
Het tweede wat me aan het boekje opviel was de plot. Net als in de intriges van Agathe Christie, word je als lezer voortdurend misleid en in de war gebracht, zodanig dat je je gaande het boek steeds meer een blindeman in een doolhof voelt. Bij mij zakte al lezend de interesse voor hoe het nu eigenlijk allemaal zit helemaal weg. Het irriteert me ook, als een schrijver de lezer als een tegenstander ziet, die zo ingewikkeld mogelijk om de tuin geleid moet worden. Maar misschien was dat ook wel het oude normaal. Hoewel, om even op Simenon terug te komen, hij schrijft veel respectvoller over zijn personages. In zijn boeken draait het vaak om onvervulde verlangens en verwaarloosde behoeften, die plotseling aangeraakt worden, kort geluk beloven, maar die de gekwelde hoofdpersonen uiteindelijk onherroepelijk leiden tot misdaad en ongeluk. Zijn karakters zijn nooit plat en de landschapsbeschrijvingen onderstrepen de stemmingen in het verhaal.
In de boeken van Donna Leon, een andere geliefde schrijver, zijn de motieven van de hoofdpersonen eveneens de leidraad die commissario Brunetti volgt om te ontdekken waarom een misdaad is gepleegd en door wie. In het begin van haar serie over de commissaris waren Leons beschrijvingen van de stad Venetië met de bureaucratie, de corruptie, het falend bestuur, de kerken die eeuwigdurend in de steigers staan, vooral couleur locale. Maar gaandeweg is de bespiegeling op de Italiaanse samenleving hoofdonderwerp geworden en draaien de plots om vervuiling in de lagune, om de Afrikaanse straatverkopers, om het toenemend aantal Chinese ondernemers en om de gedachten die Brunetti hierover heeft.
Brunetti is een baken van fatsoen en medemenselijkheid, in tegenstelling tot de inspecteur in Colin Dexters De doden van Jericho. Maar in de tv serie naar aanleiding van de boeken van Dexter is zijn inspecteur Morse opgepoetst tot een weliswaar norse, maar verder uiterst correcte gentleman, een introverte, slimme man, die hooguit tussen de middag een pint drinkt met zijn compaan Lewis. Het nieuwe normaal.